ECLI:NL:RBDHA:2025:20528 Rechtbank Den Haag , 05-11-2025 / NL25.20333

Opvolgende asielaanvraag; Ivoorkost, etnische afkomst Agni; niet-ontvankelijkverklaring omdat geen sprake van nieuwe elementen of bevindingen; beroep gegrond; motiveringsgebrek; wel sprake van nieuw element; onderscheid tussen de ontvankelijkheidsbeoordeling en de inhoudelijke beoordeling onvoldoende zuiver gemaakt.

Source officielle

12 min de lecture 2 524 mots

Inhoudsindicatie. Opvolgende asielaanvraag; Ivoorkost, etnische afkomst Agni; niet-ontvankelijkverklaring omdat geen sprake van nieuwe elementen of bevindingen; beroep gegrond; motiveringsgebrek; wel sprake van nieuw element; onderscheid tussen de ontvankelijkheidsbeoordeling en de inhoudelijke beoordeling onvoldoende zuiver gemaakt.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.20333

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. V.M. Oliana),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het beroep van eiser gaat over het besluit van de minister waarbij eisers opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard, omdat geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. De minister heeft namelijk tegenstrijdig en gebrekkig gemotiveerd hoe eisers deelname aan demonstraties en FPI-bijeenkomsten zijn beoordeeld en niet als nieuwe, relevante elementen zijn aangemerkt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 22 augustus 2024 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 24 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om voorlopige voorziening, op 10 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond van deze zaak

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1990, afkomstig uit Ivoorkust en zijn etnische afkomst is Agni. Eiser heeft eerder op 23 oktober 2012 een asielaanvraag ingediend.

Deze aanvraag is bij besluit van 31 oktober 2012 afgewezen als ongegrond. Eiser is in beroep gegaan tegen deze afwijzing. Deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, heeft dat beroep op 16 juli 2013 ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft deze uitspraak op 1 augustus 2013 bevestigd. Daarmee staat de afwijzing van eisers eerdere asielaanvraag in rechte vast.

Wat is ten grondslag gelegd aan de huidige aanvraag?

4. Op 22 augustus 2024 heeft eiser zijn huidige (tweede) asielaanvraag ingediend. In geschil is of hij daaraan nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft eiser vier documenten en een video overgelegd:

 een kopie van zijn opsporingsbevel;

 een kopie van zijn lidmaatschapspas van de politieke partij Front Populaire Ivorien (FPI);

 een onderzoeksrapport van onderzoeker [naam onderzoeker] uit Oxfordshire, Groot-Brittannië met een begeleidende brief van Vluchtelingenwerk Nederland;

 een artikel over rechter [naam rechter] ;

 deelname aan de onafhankelijkheidsviering van Ivoorkust te zien op een YouTube video.

Heeft de minister de asielaanvraag niet-ontvankelijk mogen verklaren?

Betoog eiser

5. Eiser betoogt dat de minister de opvolgende asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat hij ten onrechte heeft aangenomen dat geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen. Volgens hem heeft hij met de overgelegde documenten en de video wel degelijk nieuwe elementen ingebracht die niet eerder in een procedure zijn betrokken. De minister heeft deze documenten ten onrechte buiten beschouwing gelaten op grond van het enkele feit dat het kopieën betreft en dat niet verifieerbaar zou zijn of deze documenten authentiek zijn. Eiser betoogt dat dit in strijd is met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) van 10 juni 2021 (het arrest LH), waarin is overwogen dat ook bij opvolgende aanvragen documenten moeten worden beoordeeld met inachtneming van de onderzoeks- en samenwerkingsplicht uit artikel 4, eerste lid, van de Kwalificatierichtlijn. Daarnaast heeft de minister nagelaten de documenten voor te leggen aan Bureau Documenten of op andere wijze inhoudelijk te onderzoeken, hetgeen volgens eiser in strijd is met de vergewisplicht en de samenwerkingsverplichting. Ook is de minister volgens eiser ten onrechte voorbijgegaan aan het verzoek van eiser om onderzoek te verrichten naar de herkomst en inhoud van de documenten, waaronder het verzoek om een individueel ambtsbericht. Verder voert eiser aan dat de minister ten onrechte geen acht heeft geslagen op de overgelegde video-opname waarin eiser zichtbaar is tijdens een viering van de onafhankelijkheid van Ivoorkust in Nederland. Eiser voert daarnaast aan dat de minister ook geen acht heeft geslagen op zijn deelname aan demonstraties in Nederland die zijn gefilmd en publiekelijk toegankelijk zijn. In zijn zienswijze en correcties en aanvullingen heeft eiser nader toegelicht dat hij sinds zijn verblijf in Nederland vier keer aan demonstraties heeft deelgenomen (één keer in Amsterdam en drie keer in Den Haag) en regelmatig vergaderingen van de FPI heeft bijgewoond tussen 2016 en 2021. Dit zijn volgens eiser nieuwe feiten en omstandigheden die niet zijn betrokken bij de beoordeling van zijn opvolgende aanvraag. Het bestreden besluit is daarmee ondeugdelijk gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij zich niet enkel op de culturele aard van de viering beroept, maar dat deze zichtbaarheid op de video — mede in samenhang met zijn gestelde lidmaatschap van de FPI en zijn deelname aan anti-regeringsdemonstraties in Nederland — tot negatieve aandacht van de Ivoriaanse autoriteiten zou kunnen leiden en dat dit een nieuw element vormt. Deze activiteiten hadden volgens hem in het kader van fase 1 van de Werkinstructie 2023/7 als nieuw element moeten worden meegenomen, ongeacht de vraag of ze uiteindelijk tot bescherming leiden. De minister heeft dit nagelaten en heeft daarmee de aanvraag onzorgvuldig beoordeeld. Volgens eiser had de minister, gelet op de beschikbare landeninformatie en de huidige politieke situatie in Ivoorkust, moeten onderzoeken of hij vanwege deze activiteiten in negatieve aandacht kan staan van de Ivoriaanse autoriteiten.

Standpunt minister

De minister stelt zich op het standpunt dat sprake is van een opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling. De overgelegde kopieën van het opsporingsbevel en de lidmaatschapspas ondersteunen volgens de minister slechts het eerder ongeloofwaardig geachte relaas en bevatten geen nieuwe feiten. Omdat het slechts kopieën betreft, is bovendien geen onderzoek naar de echtheid mogelijk. Ten aanzien van het onderzoeksrapport van [naam onderzoeker] met de begeleidende brief van Vluchtelingenwerk merkt de minister op dat dit rapport uitgaat van de geloofwaardigheid van eisers eerdere relaas, terwijl dat terecht ongeloofwaardig is bevonden. Het artikel over rechter [naam rechter] heeft geen individueel verband met eiser en vormt daarom evenmin een nieuw element. Wat betreft de door eiser overgelegde YouTube-video over de onafhankelijkheidsviering van Ivoorkust op 7 augustus 2016 stelt de minister dat eiser op het M35-O formulier niet heeft vermeld dat deelname aan demonstraties in Nederland een nieuw element vormt. De video, waarin eiser kort zichtbaar is, ziet volgens de minister op een feestelijke gebeurtenis zonder politiek karakter. Dat blijkt ook uit de titel van de video, waarin wordt gesproken over de “Fête de l'indépendance de la Côte d’Ivoire”. De minister wijst erop dat eiser tijdens zijn gehoor heeft verklaard nooit een leidende rol te hebben gehad, slechts af en toe aan demonstraties te hebben deelgenomen en inmiddels geen politieke activiteiten meer te ontplooien. Gelet op de aard van de video, het tijdsverloop sinds 2016, de vrijspraak van voormalig president Gbagbo in 2019 en eisers eigen verklaringen, concludeert de minister dat de video en de verklaringen over deelname aan demonstraties geen nieuwe of relevante elementen opleveren. Bij briefverweer en ter zitting heeft de minister ‘verduidelijkt’ dat de door eiser overgelegde stukken en video weliswaar als nieuwe elementen of bevindingen kunnen worden gezien in de zin van fase 1 van de Werkinstructie 2023/7, maar dat deze niet relevant zijn in de zin van fase 2.

Toetsingskader

Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000, kan de minister een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaren als de aanvrager geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd aan deze aanvraag, of als de nieuwe elementen en bevindingen niet relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Nieuwe elementen en bevindingen zijn relevant voor de beoordeling van de opvolgende aanvraag als deze de kans op inwilliging van de asielaanvraag aanzienlijk groter maken. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 26 januari 2022 heeft overwogen, volgt uit het arrest LH dat de beoordeling van opvolgende asielaanvragen bestaat uit twee stappen. Stap 1 is de beoordeling van de ontvankelijkheid van de aanvraag. Deze stap bestaat uit twee fasen. Fase 1 is het onderzoek of er nieuwe elementen of bevindingen zijn. Uit het arrest LH volgt dat elementen of bevindingen nieuw zijn wanneer die niet zijn onderzocht in het kader van het op de vorige asielaanvraag genomen besluit en waarop dat besluit niet kon worden gebaseerd. Alleen als er nieuwe elementen of bevindingen zijn ten opzichte van de eerdere asielaanvraag, komt de minister toe aan fase 2. Fase 2 is het onderzoek of de nieuwe elementen en bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Ofwel: zijn de nieuwe elementen of bevindingen relevant genoeg voor de beoordeling? Als dit het geval is moet de minister overgaan tot stap 2, die inhoudt dat hij de opvolgende asielaanvraag inhoudelijk beoordeelt.

Oordeel rechtbank

De rechtbank begint met de bespreking van het betoog van eiser dat de minister in het bestreden besluit geen acht heeft geslagen op zijn deelname aan demonstraties in Nederland die zijn gefilmd en publiekelijk toegankelijk zouden zijn. De rechtbank stelt vast dat eiser met het M35-O-formulier een video-opname heeft overgelegd waarin eiser zichtbaar zou zijn tijdens een viering van de onafhankelijkheid van Ivoorkust in Nederland. Al hoewel eiser op dit formulier zijn deelname aan demonstraties in Nederland niet als nieuw asielmotief of nieuw element heeft vermeld, stelt de rechtbank vast dat eiser in zijn correcties en aanvullingen heeft toegelicht dat hij sinds zijn verblijf in Nederland in totaal vier keer aan demonstraties heeft deelgenomen (één keer in Amsterdam en drie keer in Den Haag) en dat hij tussen 2016 en 2021 regelmatig vergaderingen van de FPI heeft bijgewoond. Tijdens deze vergaderingen werden politieke onderwerpen besproken en de organisatie van demonstraties. De rechtbank stelt vast dat dit een nieuw element betreft die de minister niet in het voornemen van 22 april 2025 heeft betrokken. In het bestreden besluit reageert de minister hier vervolgens wel op, maar op tegenstrijdige wijze. Enerzijds stelt de minister dat deze activiteiten niet op het formulier zijn vermeld en concludeert daarmee dat geen sprake is van een nieuw element. Anderzijds beoordeelt de minister de inhoud van de activiteiten inhoudelijk door (onder andere) te overwegen dat het gaat om een feestelijke gebeurtenis zonder politiek karakter en dat eiser zelf heeft verklaard niet langer politiek actief te zijn, zodat er geen sprake is van gebeurtenissen die een gegronde reden vormen om asiel aan te vragen, om vervolgens tot de conclusie te komen dat er geen sprake is van relevante nieuwe elementen. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op dit punt een motiveringsgebrek bevat. De minister heeft namelijk het onderscheid tussen de ontvankelijkheidsbeoordeling (de vraag of sprake is van nieuwe elementen of bevindingen) en de inhoudelijke beoordeling (de vraag of die elementen aanleiding geven tot bescherming) onvoldoende zuiver gemaakt. Deze tegenstrijdigheid en de gebrekkige motivering maken dat het besluit een motiveringsgebrek bevat.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister de opvolgende asielaanvraag van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De minister zal het onderdeel dat ziet op de gestelde politieke activiteiten en demonstraties opnieuw moeten beoordelen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Voorts dient de minister bij het te nemen nieuwe besluit te betrekken dat eiser op zitting heeft toegelicht dat hij ten aanzien van de bij het M35-O formulier overgelegde video zich niet enkel op de culturele aard van de viering beroept, maar dat deze zichtbaarheid op de video – mede in samenhang met zijn gestelde lidmaatschap van de FPI en zijn deelname aan anti-regeringsdemonstraties in Nederland – tot negatieve aandacht van de Ivoriaanse autoriteiten zou kunnen leiden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiser.

Overige beroepsgronden

6. Omdat het bestreden besluit, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet in stand kan blijven, ziet de rechtbank geen aanleiding om de overige beroepsgronden van eiser bespreken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat de rechtbank onder 5.3 en 5.4 heeft overwogen. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

8. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit van 24 april 2025;

 draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op de asielaanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

 veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay – Cenik, rechter, in aanwezigheid van
mr.N. Habibi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer NL25.20334.
  2. Zaaknummer AWB 12/34516 (niet gepubliceerd).
  3. HvJ 10 juni 2021, C-921/19, ECLI:EU:C:2021:478.
  4. Zie het verweerschrift van 8 juli 2025.
  5. HvJ 9 september 2021, ECLI:EU:C:2021:710, punt 34, en ABRvS 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699.
  6. ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:208, overweging 5.1.
  7. HvJ 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.
  8. HvJ 9 september 2021, ECLI:EU:C:2021:710, punt 42.
  9. ABRvS 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699.
  10. Zie de correcties en aanvullingen van 23 april 2025 op pagina 1 en 2 onder ‘pagina 3, twaalfde alinea, aanvulling’ en ‘pagina 9, laatste alinea, aanvullingen’.
  11. Zie pagina 3 en 4 van het bestreden besluit.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.