ECLI:NL:RBDHA:2025:20840 Rechtbank Den Haag , 06-11-2025 / NL25.50935

Bewaring, volgberoep. In de eerdere uitspraken is al geoordeeld dat zicht op uitzetting naar zowel Marokko als Algerije aanwezig is. Nadat Algerije kenbaar heeft gemaakt dat eiser bij hen niet bekend is, richt de minister zijn inspanningen nu volledig op Marokko. De omstandigheid dat de vader van eiser ernstig ziek is, is ook al meegewogen in de vorige uitspraken. Er is geen aanleiding de bewar...

Source officielle

5 min de lecture 900 mots

Inhoudsindicatie. Bewaring, volgberoep. In de eerdere uitspraken is al geoordeeld dat zicht op uitzetting naar zowel Marokko als Algerije aanwezig is. Nadat Algerije kenbaar heeft gemaakt dat eiser bij hen niet bekend is, richt de minister zijn inspanningen nu volledig op Marokko. De omstandigheid dat de vader van eiser ernstig ziek is, is ook al meegewogen in de vorige uitspraken. Er is geen aanleiding de bewaring onevenredig bezwarend te vinden. Beroep ongegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50935

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. N. Birrou),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

Inleiding

1. De minister heeft op 9 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst, zoals volgt uit de uitspraak van 25 september 2025. In dit beroep is daarom van belang wat er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 19 september 2025 is gebeurd.

Wat vindt eiser?

4. Eiser stelt dat zicht op uitzetting ontbreekt. Er wordt al geruime tijd geprobeerd een lp te verkrijgen, maar zonder resultaat. Zowel van Marokko als Algerije blijft iedere reactie uit.

5. Eiser voert daarnaast aan dat het voortduren van de bewaring niet langer in redelijke verhouding staat met het te dienen doel ervan. De vader van eiser is namelijk vanwege een zware hartoperatie opgenomen in een ziekenhuis in Parijs. De gezondheidstoestand van de vader is zorgwekkend en eiser ervaart ernstige spanning en machteloosheid omdat hij zijn vader niet kan bijstaan.

Oordeel van de rechtbank

6. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank verwijst allereerst naar de uitspraak op het laatste volgberoep van 25 september 2025. In die uitspraak is al geoordeeld dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar zowel Algerije als Marokko niet ontbreekt. Op de zitting is door de minister toegelicht dat de Algerijnse autoriteiten kenbaar hebben gemaakt dat eiser bij hen niet bekend is en dit traject daarom op 27 oktober 2025 is afgesloten. De minister richt zijn inspanningen nu volledig op Marokko en heeft in dat kader op 25 september 2025 en 16 oktober 2025 schriftelijk op de lp-aanvraag gerappelleerd. Daarnaast is op 30 september 2025 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. In de enkele omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt. De rechtbank vindt de voornoemde gang van zaken eveneens voldoende voortvarend.

7. De rechtbank is tot slot van oordeel, dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. De omstandigheid dat de vader van eiser ernstig ziek is, is al meegewogen in het eerste beroep van eiser en het laatste volgberoep. Hoewel het begrijpelijk is dat eiser bij zijn vader wil zijn, is niet gebleken dat juist eiser de benodigde zorg moet bieden, of dat de afwezigheid van eiser heeft geleid tot het ontbreken van zorg. De persoonlijke situatie van eiser geeft de rechtbank geen aanleiding om de bewaring onevenredig bezwarend te vinden of voor het oordeel dat het familie- en gezinsleven van eiser zich verzet tegen zijn verwijdering.

8. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen en bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

  1. Vreemdelingenwet 2000.
  2. Zaaknummer NL25.43841.
  3. Laissez-passer.
  4. Vgl. de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647).

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.