ECLI:NL:RBDHA:2025:21845 Rechtbank Den Haag , 11-04-2025 / NL25.13947
Bewaring eerste beroep, beroep ongegrond, bewaring opgeheven enkel schadevergoeding, uitreiking maatregel, informatiefolder, lichte gronden.
6 min de lecture · 1 316 mots
Inhoudsindicatie. Bewaring eerste beroep, beroep ongegrond, bewaring opgeheven enkel schadevergoeding, uitreiking maatregel, informatiefolder, lichte gronden.
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.13947
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Kowsari).
Procesverloop
Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De minister heeft op 4 april 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Roemeense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1982] .
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
Is de maatregel van bewaring op de juiste manier uitgereikt?
3. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring is ondertekend nadat de maatregel al was opgelegd. Bij het valideren van de elektronische handtekening waarmee het M109 formulier (maatregel van bewaring) is ondertekend komt volgens eiser naar voren dat de maatregel om 12:47 uur is ondertekend, terwijl uit ditzelfde formulier blijkt dat de maatregel al om 11:53 uur is opgelegd. Eiser verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling.i
4. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de minister een niet ondertekende maatregel aan eiser heeft overlegd. Uit het valideren van
deze handtekening blijkt dat deze op 25 maart 2025 om 11:47 uur (en dus niet om 12:47, zoals eiser stelt) is geplaatst. De besluitvorming en de bekendmaking is in dit geval dus in de juiste volgorde verlopen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Voldoet de informatiefolder aan de voorschriften?
5. Eiser stelt verder dat de aan eiser uitgereikte informatiefolder over de maatregel van bewaring niet juist is vertaald. In de folder wordt gesproken over la mäsura arestului preventiv, wat door een beëdigd vertaler is vertaald als ‘voorlopige hechtenis’, terwijl het om vreemdelingen bewaring gaat. Daarnaast staat er in de folder dat eiser zich heeft verborgen voor de autoriteiten, terwijl hij zich niet heeft gemeld bij de korpschef. Voorts stelt eiser dat de informatie in de folder niet klopt. In de beroepsclausule staat dat eiser binnen 4 weken in beroep kan tegen de opgelegde maatregel en daarnaast ook een voorlopige voorziening kan indienen. Ook staat in de folder dat eiser Nederland niet heeft verlaten, maar dat heeft hij wel. Hij heeft de Europese Unie niet verlaten.
6. De minister heeft ter zitting verwezen naar de (Roemeense vertaling van) de folder die op zijn website is gepubliceerd, waaruit zou blijken dat la mäsura arestului preventiv kan worden vertaald als ‘vreemdelingenbewaring’.
7. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om te oordelen dat eiser met de woorden la mäsura arestului preventiv onjuist is geïnformeerd. Weliswaar heeft een beëdigd vertaler deze woorden vertaald met ‘voorlopige hechtenis’, maar eiser heeft niet onderbouwd welke woorden dan gebruikt moeten worden. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de uitleg van verweerder dat la mäsura arestului preventiv (ook) kan worden vertaald als vreemdelingenbewaring.
8. De rechtbank stelt wel vast dat uit de vertaalde folder niet blijkt dat de minister alle voorschriften van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb, in acht heeft genomen. De rechtbank is namelijk van oordeel dat eiser op de overige in punt 5 van deze uitspraak genoemde punten niet volledig en op de juist wijze, in een voor hem begrijpelijke taal is geïnformeerd over de redenen van zijn inbewaringstelling. Daarom is er sprake van een gebrek bij de oplegging van de maatregel. Dit gebrek maakt de inbewaringstelling echter eerst onrechtmatig, indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. De rechtbank overweegt in dat verband dat eiser direct voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van bewaring en in het bijzijn van een tolk is meegedeeld op welke gronden de maatregel zal worden opgelegd. Dit blijkt uit het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan de maatregel van bewaring. Ook is hem meegedeeld dat hij recht heeft op consulaire bijstand. Verder heeft hij gebruik gemaakt van gratis rechtsbijstand en is namens hem tijdig beroep ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is het geconstateerde gebrek daarom
niet dermate ernstig, dat dit zwaarder weegt dan de belangen van de minister bij de maatregel van bewaring. De beroepsgrond slaagt niet.
De maatregel van bewaring
9. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vorderde, omdat het risico bestond dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontweek of belemmerde.
De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
10. De rechtbank stelt vast dat eiser de lichte gronden 4a en 4d betwist. Ook stelt de rechtbank vast dat de minister ter zitting de lichte grond onder 4d heeft laten vallen. Eiser stelt ten aanzien van grond 4a dat enkel een feitelijke omschrijving van de situatie onvoldoende is en er een motivering mist.
11. De rechtbank oordeelt dat de minister de lichte grond onder 4a aan de maatregel van bewaring ten grondslag mocht leggen. De minister heeft naast de feitelijke omschrijving tevens gemotiveerd waarom eiser zich mogelijk aan het toezicht zal onttrekken en waarom hij de voorbereiding van de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. Gronden 3b, 3c, 4a en 4c zijn reeds voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
12. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.
13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 april 2025
Documentcode:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
i ECLI:NL:RVS:2021:543
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...