ECLI:NL:RBDHA:2025:22243 Rechtbank Den Haag , 20-11-2025 / NL:TZ:2502194:R-RK
Toewijzing verzoek toepassing WSNP met afwijzing van het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat verzoekster zich in het minnelijk traject maximaal heeft ingespannen zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. Bovendien zijn er onvoldoende gegevens overgelegd waarmee de rechtbank in staat is te bepalen op welke dag de eerste aflossing in het minn...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Toewijzing verzoek toepassing WSNP met afwijzing van het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat verzoekster zich in het minnelijk traject maximaal heeft ingespannen zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. Bovendien zijn er onvoldoende gegevens overgelegd waarmee de rechtbank in staat is te bepalen op welke dag de eerste aflossing in het minnelijk traject is gedaan.
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: NL:TZ:2502194:R-RK
vonnis van 20 november 2025
op het verzoek van:
[naam 1]
,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [plaats] ,
[adres 1] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1De procedure
Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 6 november 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan mevrouw [naam 1] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
– mevrouw [naam 1] met haar jongste dochter,
– [naam 2] , beschermingsbewindvoerder.
2De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP
Mevrouw [naam 1] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [naam 1] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
Mevrouw [naam 1] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
De verplichtingen waaraan mevrouw [naam 1] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan mevrouw [naam 1] .
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als mevrouw [naam 1] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [naam 1] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
Mevrouw [naam 1] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 1 april 2024.
De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat mevrouw [naam 1] zich in het minnelijk traject maximaal heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. Mevrouw [naam 1] heeft tijdens het minnelijk traject niet gewerkt en ontvangt of ontving tot voor kort een WW-uitkering. Zij heeft inmiddels een PW-uitkering aangevraagd. Behoudens twee sollicitaties van eind oktober 2025 heeft mevrouw [naam 1] niet aangetoond op zoek te zijn (geweest) naar werk. Evenmin heeft zij aangetoond (deels) arbeidsongeschikt te zijn (geweest). Bovendien heeft mevrouw [naam 1] onvoldoende gegevens overgelegd waarmee de rechtbank in staat is te bepalen op welke dag de eerste aflossing in het minnelijk traject is gedaan, omdat onder meer een (correcte) berekening van het vrij te laten bedrag (Vtlb) ontbreekt en de wél aangeleverde berekeningen van het vrij te laten bedrag onvoldoende met specificaties zijn onderbouwd.
3De beslissing
De rechtbank:
– spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [plaats] ,
[adres 1] ,
voorheen aldaar handelend onder de naam [bedrijf] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ;
– wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
– stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 20 november 2025;
– stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
– benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
mr. J. van Rijen (Van Rijen advies en bewindvoering wsnp)
[adres 2]
;
– geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van mevrouw [naam 1] in te zien;
– bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...