ECLI:NL:RBDHA:2025:24058 Rechtbank Den Haag , 16-12-2025 / NL25.53810

Beroep niet tijdig, asiel

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Beroep niet tijdig, asiel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53810

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank en zittingsplaats, het beroep van eiser tegen het besluit van 1 mei 2025 gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De minister moest binnen een termijn van vier weken alsnog een voornemen uit moest brengen over de asielaanvraag van eiser.

Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 26 januari 2022.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

2. In de uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen vier weken een voornemen uit te brengen, waarna de minister (na de vier weken termijn voor het indienen door eiser van de zienswijze) binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag genomen.

3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.

5. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Als uitgangspunt geldt dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. In dit geval heeft een nader gehoor plaatsgevonden op 4 juli 2023 en 11 augustus 2023. Daarnaast heeft op 21 november 2023 en 28 november 2024 een aanvullend gehoor plaatsgevonden.. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van vier weken een besluit moet nemen, die begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

6. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

7. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank overweegt dat deze dwangsom redelijk is. De dwangsom is bedoeld als prikkel om het bestuursorgaan te bewegen een besluit te nemen. In de meeste gevallen is een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- daarvoor voldoende. In het feit dat de eerder opgelegde dwangsom niet heeft geleid tot het nemen van een besluit ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding voor een verhoging van de dwangsom.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister vier weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.

9. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

draagt de minister op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;

bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:RBDHA:2025:11927
  2. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
  4. ECLI:NL:RVS:2020:1560.
  5. Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
  6. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353.
  7. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
  8. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.