ECLI:NL:RBDHA:2025:24925 Rechtbank Den Haag , 24-10-2025 / C/09/670325 / FA RK 24-5494
Gezag, omgang en informatieregeling. Verzoek gezamenlijk gezag afgewezen.
5 min de lecture · 1 042 mots
Inhoudsindicatie. Gezag, omgang en informatieregeling. Verzoek gezamenlijk gezag afgewezen.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5494
Zaaknummer: C/09/670325
Datum beschikking: 24 oktober 2025
Gezag, omgangsregeling en informatieregeling
Beschikking op het op 29 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Bauman te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Emeis te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
– het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 29 juli 2024;
– het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 2 september 2024;
– het bericht van 18 september 2025, met bijlage, van de zijde van de vader;
– het bericht van 19 september 2025 van de zijde van de vader;
– de brief van 23 september 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder.
Op 26 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:
– het bericht van 26 september 2025 van de zijde van de vader.
Feiten
– Partijen hebben een affectieve relatie gehad tot en met mei 2024.
– Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
– [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ;
– [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te
[geboorteplaats] .
– De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
Verzoek en verweer
De vader heeft in zijn verzoekschrift verzocht:
– de vader mede te belasten met het gezag over de kinderen;
– een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen bij de vader zullen zijn
zolang de vader nog niet over eigen woonruimte beschikt: iedere zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
vanaf het moment dat de vader wel over eigen woonruimte beschikt: een weekend in de veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen voormelde verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bij voormeld bericht van 26 september 2025 heeft de vader aanvullend verzocht om te bepalen dat hij in voorkomende gevallen van de moeder relevante informatie ontvangt over school en medische aangelegenheden van de kinderen.
Beoordeling
Omgang
Sinds afgelopen zomer zien de vader en de kinderen elkaar iedere week op woensdag van 13.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 16.00 uur tot 19.00 uur bij de zus van de vader thuis. Daarnaast bellen de vader en de kinderen iedere dinsdag en zondag, in principe rond 14.00 uur, met elkaar. Nu partijen het erover eens zijn dat voormelde regeling kan worden vastgelegd, zal de rechtbank daartoe overgaan, aangezien niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.
Zoals op de zitting aangegeven, zal de rechtbank geen omgangsregeling vaststellen voor het moment dat de vader over eigen woonruimte beschikt. De rechtbank acht dit te voorbarig omdat zij niet kan inschatten hoe de situatie dan is.
Gezag
De vader verzoekt hem mede te belasten met het gezag over de kinderen. De moeder verzet zich hiertegen.
Uit artikel 1:253c, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment geen basis is voor gezamenlijke gezagsuitoefening. De communicatie tussen partijen verloopt erg moeizaam en partijen hebben heel verschillende visies over wat goed is voor de kinderen. Er speelt veel rondom de kinderen (onderzoeken, logopedie, fysiotherapie) en dus moeten er regelmatig gezagsbeslissingen worden genomen. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen in geval van gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de ouders. Een verbetering van de situatie valt, in ieder geval binnen afzienbare tijd, niet te verwachten (de rechtbank ziet momenteel bij partijen geen ruimte om deel te nemen aan een traject voor ouderschapsbemiddeling).
Uit het voorgaande volgt dat het verzoek van de vader ten aanzien van het gezamenlijk gezag zal worden afgewezen.
Informatieregeling
Op de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat de moeder de vader zal informeren over school en medische aangelegenheden van de kinderen en dat zij eventuele relevante stukken (zoals verslagen) op verzoek aan de vader zal doorsturen. De rechtbank zal dit vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vader en de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op
[geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] , elkaar iedere week op woensdag van 13.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 16.00 uur tot 19.00 uur zullen zien bij de zus van de vader thuis;
bepaalt dat de vader en de kinderen iedere dinsdag en zondag, in principe rond 14.00 uur, met elkaar zullen bellen;
bepaalt dat de moeder de vader zal informeren over school en medische aangelegenheden van de kinderen en dat zij eventuele relevante stukken (zoals verslagen) op verzoek aan de vader zal doorsturen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...