ECLI:NL:RBDHA:2025:27790 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 / 11938399 RP VERZ 25-50875
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Ontbinding arbeidsovereenkomst
Rechtbank den haag
Team Kanton Den Haag
FV/b
Zaaknummer: 11938399 RP VERZ 25-50875
Datum: 15 december 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
tevens verweerster in het tegenverzoek,
gemachtigde: mr. O.J. Praamstra,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te Delft,
verweerster,
tevens verzoekster,
gemachtigde: mr. N.M. Wolters.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoekster] ” en “ [verweerster] ”.
1Het procesverloop
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
– het op 24 oktober 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
– het aangepaste verzoekschrift met producties;
– het verweerschrift, tevens houdende tegenverzoeken met producties.
Op 24 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door mr. Praamstra. Namens [verweerster] zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen, bijgestaan door mr. Wolters. Tijdens de mondelinge behandeling zijn namens [verzoekster] en [verweerster] pleitaantekeningen overgelegd, die zich in het procesdossier bevinden. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt die zich tevens in het procesdossier bevinden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De feiten
[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 2000, is op 20 mei 2021 bij [verweerster] in dienst getreden als [functie] op basis van een oproepcontract met een bruto salaris van € 17,17 per uur sinds 1 oktober 2025.
[verzoekster] heeft zich op 30 april 2025 ziekgemeld in verband met een zedendelict waarvan zij slachtoffer is. Na haar ziekmelding was [verzoekster] enige dagen niet bereikbaar.
Op 13 en 15 mei 2025 heeft [verzoekster] telefonisch contact gehad met een re-integratieadviseur van ArboNed.
Tijdens het laatste gesprek heeft de re-integratie-adviseur met haar afgesproken dat zij en [verzoekster] tweewekelijks contact zouden hebben en dat [verzoekster] op 8 juli 2025 een afspraak zou hebben met de bedrijfsarts van ArboNed.
In de periode daarna kreeg noch ArboNed noch haar manager contact met [verzoekster] . Zij verbleef inmiddels niet meer op haar eigen adres.
Op 4 juli 2025 heeft [verzoekster] als antwoord op een Whatsapp bericht van HR manager [naam 1] van [verweerster] laten weten dat zij zich niet in staat achtte tot telefonisch contact met de bedrijfsarts. Daarop heeft [naam 1] diezelfde dag per Whatsapp geregeerd met onder meer de mededeling dat contact met de bedrijfsarts een minimaal vereiste blijft. Op 7 juli 2025 heeft [naam 1] [verzoekster] per Whatsapp loonopschorting in het vooruitzicht gesteld wanneer zij geen gehoor geeft aan de afspraak met de bedrijfsarts.
De bedrijfsarts kon [verzoekster] op 8 juli 2025 niet telefonisch bereiken.
[verzoekster] heeft op 9 juli 2025 per Whatsapp aan [verweerster] laten weten dat haar telefoon zo is ingesteld dat twee keer achter elkaar gebeld moet worden om contact te krijgen.
Op 10 juli 2025 heeft [verzoekster] contact gehad met ArboNed en op 21 juli 2025 heeft [verweerster] aan [verzoekster] laten weten dat zij op 25 juli 2025 salaris zal ontvangen. Dat salaris is vervolgens betaald.
[verzoekster] is een afspraak om op 4 augustus 2025 contact op te nemen met ArboNed niet nagekomen en ArboNed kon haar niet bereiken.
Bij brief van 8 augustus 2025 heeft [verweerster] loonbetaling opgeschort met ingang van die dag totdat contact was gelegd met ArboNed.
Op 18 augustus 2025 heeft [verzoekster] een bezoek gebracht aan de winkel van [verweerster] in Delft. Zij heeft toen aan de storemanager laten weten dat zij als gevolg van problemen met haar telefoon en laptop niet goed bereikbaar was en dat zij bereikbaar was via haar ex-vriend, ook werkzaam bij [verweerster] , die op zijn beurt een Whatsapp bericht kon sturen aan haar moeder. Zij woonde inmiddels bij haar ouders en zou niet meer terugkeren naar haar oude adres. Ander contact tussen [verzoekster] en [verweerster] of ArboNed is in die periode niet tot stand gekomen.
In een brief van 21 augustus 2025 heeft [verweerster] aan [verzoekster] geschreven dat de voorgestelde communicatieroute van ex-partner naar moeder voor haar niet werkbaar is. Zij heeft de loonbetaling per direct stopgezet omdat [verzoekster] nog steeds niet voldeed aan haar verplichtingen. [verweerster] heeft voorts geschreven dat [verzoekster] uiterlijk op 25 augustus 2025 actuele contactgegevens moest doorgeven.
Bij brief van 28 augustus 2025 heeft [verweerster] [verzoekster] op staande voet ontslagen.
Op 8 september 2025 heeft [verzoekster] opnieuw een bezoek gebracht aan de winkel en heeft zij de brieven van 8, 21 en 28 augustus 2025 ontvangen uit handen van de storemanager.
3De verzoeken
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven, primair de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en [verweerster] te veroordelen tot betaling van loon van € 567,31 bruto per maand vanaf 1 augustus 2025 met wettelijke verhoging en wettelijke rente en subsidiair [verweerster] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 973,01 bruto, een en ander met proceskostenveroordeling.
Aan haar verzoek legt [verzoekster] – kort gezegd en voor zover thans van belang – ten grondslag dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt. [verzoekster] stelt onder meer dat zij de brieven van 8, 21 en 28 augustus 2025 voor het eerst op 8 september 2025 heeft ontvangen. Haar verzoek tot loonbetaling gaat uit van het gemiddelde van 33,45 arbeidsuren per maand dat [verzoekster] had in het tweede jaar dat zij dienst was, omdat zij na dat jaar geen schriftelijk aanbod heeft gekregen als bedoeld in artikel 7:628a lid 5 BW.
[verweerster] bepleit afwijzing van de verzoeken van [verzoekster] , omdat zij rechtsgeldig is ontslagen. [verweerster] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven, voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zonder opzegtermijn, transitievergoeding of enige andere vergoeding en, voor het geval salaris wordt toegekend, uit te gaan van € 240,38 per maand, met proceskostenveroordeling.
4De beoordeling
Vernietiging ontslag op staande voet
Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet, moet sprake zijn van een dringende reden in de zin van de artikelen 7:677 lid 1 en 7:678 BW. De opzegging moet onverwijld zijn gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag aan de werknemer. Het moet gaan om zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, zoals de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.
Mede vanwege op de op haar rustende loonbetalingsverplichting en re-integratie-verplichting is de eis van [verweerster] dat [verzoekster] afspraken met de arbodienst zou nakomen een redelijk controlevoorschrift bij ziekteverzuim. [verweerster] heeft het bestaan van dat ook in de cao opgenomen voorschrift voldoende aan [verzoekster] kenbaar gemaakt door op 4 juli 2025 aan haar te laten weten dat contact met de bedrijfsarts een minimaal vereiste is. [verzoekster] heeft het voorschrift onvoldoende nageleefd door niet op de afgesproken datum van 8 juli 2025 maar op 10 juli 2025 contact te hebben met de arbodienst en door vervolgens op de afgesproken datum van 4 augustus 2025 en daarna in het geheel geen contact op te nemen met de arbodienst.
Het niet naleven van controlevoorschriften kan onder omstandigheden een dringende reden opleveren voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. In dit geval heeft [verweerster] terecht aan [verzoekster] loonopschorting in het vooruitzicht gesteld op 7 juli 2025 en mocht zij de loonbetaling opschorten op 8 augustus 2025. Dat [verzoekster] van de maatregel van 8 augustus 2025 op de hoogte is geraakt vóór 8 september 2025 is echter niet komen vast te staan. [verweerster] heeft verder niet afgewacht of de loonopschorting zelf – dus het verstrijken van de datum waarop het loon doorgaans wordt betaald – enig effect zou sorteren. De bij brief van 21 augustus 2025 opgelegde maatregel om het loon stop te zetten is alleen al daarom naar het oordeel van de kantonrechter niet passend. Wel mocht [verweerster] het standpunt innemen dat de door [verzoekster] voorgestelde communicatieroute van ex-partner naar moeder niet werkbaar was en van haar vergen dat zij andere actuele contactgegevens zou doorgeven. Maar dat de brief van 21 augustus 2025 [verzoekster] vóór 8 september 2025 heeft bereikt staat evenmin vast. Onder deze omstandigheden bestond op 28 augustus 2025 geen dringende reden voor ontslag. [verweerster] had ervoor kunnen kiezen eenmalig de door [verzoekster] voorgestelde communicatieroute te gebruiken. Zij had op zijn minst moeten afwachten of de opgelegde loonmaatregelen zouden leiden tot het nakomen van controlevoorschriften. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die leiden tot een andersluidend oordeel. Daarom wordt het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van het ontslag op staande voet toegewezen.
Ontbinding op de e-grond
Het handelen en nalaten van [verzoekster] is ernstig verwijtbaar en wel zodanig dat van [verweerster] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met haar te laten voortduren. Zij heeft gedurende vier maanden onvoldoende contact gehouden met [verweerster] en met de arbodienst. Zij was in die periode slecht bereikbaar, althans heeft nagelaten steeds een telefoonnummer, emailadres en/of (post)adres aan [verweerster] door te geven waarop zij rechtstreeks bereikbaar was. [verzoekster] heeft bovendien gesteld noch is gebleken dat het naleven van dit voorschrift door ziekte of als gevolg van andere omstandigheden niet van haar kon worden gevergd.
Met [verzoekster] is de kantonrechter van oordeel dat in deze zaak niet gaat om niet nakoming van de in artikel 7:660a BW genoemde re-integratieverplichtingen. [verweerster] hoeft dus niet te voldoen aan de eisen van artikel 7:671b lid 5 BW. Overigens kan van [verweerster] , omdat zij in de laatste fase niet meer beschikte over actuele contactgegevens van [verzoekster] , in redelijkheid niet worden gevraagd dat zij een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a BW in het geding brengt omtrent de nakoming van verplichtingen.
In deze procedure wordt ervan uitgegaan dat [verzoekster] ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte. Er geldt daarom een opzegverbod op grond van artikel 7:670 lid 1 BW. Dat opzegverbod staat echter niet in weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met omstandigheden waarop dat opzegverbod betrekking heeft. De arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] heeft geleid tot controlevoorschriften die zij niet heeft nageleefd, maar gesteld noch gebleken is dat die niet-naleving het gevolg was van haar arbeidsongeschiktheid of ziekte.
Het verzoek van [verweerster] om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond komt voor toewijzing in aanmerking. Herplaatsing ligt dus niet in de rede (artikel 7:669 lid 1 BW). [verzoekster] kan geen aanspraak maken op een transitievergoeding (artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder c) en ook niet op inachtneming van de opzegtermijn (artikel 7:671b lid 9 onder b).
Loonbetalingsverplichting
Volgens [verweerster] hoeft zij geen loon te betalen vanaf 1 augustus 2025, omdat het negeren van de re-integratieverplichtingen door [verzoekster] een loonstop rechtvaardigt. Zoals hierover overwogen staat niet vast dat de maatregel van loonopschorting van 8 augustus 2025 [verzoekster] tijdig heeft bereikt, is de loonstop van 21 augustus 2025 niet passend en is [verzoekster] ten onrechte op staande voet ontslagen. Geoordeeld wordt daarom dat haar loon moet daarom worden doorbetaald tot aan de datum van ontbinding.
Ook deze beslissing wordt genomen zonder deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW. [verzoekster] hoeft geen verklaring te overleggen omtrent de verhindering om arbeid te verrichten, omdat die verhindering niet wordt betwist. Dat het [verweerster] ‘niet helder’ is of [verzoekster] arbeidsongeschikt is en dat [verweerster] meent dat [verzoekster] ‘wellicht al weer hersteld had kunnen zijn’, kan niet als betwisting worden aangemerkt.
De kantonrechter volgt bij de berekening van de loonaanspraak [verweerster] en niet [verzoekster] . [verweerster] is bij haar berekening uitgegaan van 14 gewerkte uren per maand. Dat is het gemiddelde van [verzoekster] gedurende de laatste 3 maanden voor haar ziekmelding en is gunstiger voor haar dan het gemiddelde gedurende de laatste 6 maanden. Terugvallen op het gemiddeld uren in het tweede dienstjaar van [verzoekster] , zoals zij heeft bepleit, is niet aan de orde. In artikel 7:628a lid 5 en lid 8 BW is geregeld dat de werkgever bij een oproepovereenkomst iedere 12 maanden een schriftelijk of elektronisch een aanbod moet doen voor een vaste arbeidsomvang van ten minste de gemiddelde arbeidsomvang in de voorafgaande 12 maanden. Bij gebreke daarvan heeft de werknemer recht op loon over die gemiddelde arbeidsomvang. Die regeling luidt niet dat de werknemer bij een oproepovereenkomst iedere 12 maanden recht heeft op loon over de gemiddelde arbeidsomvang van het voor de werknemer meest gunstige jaar. Als dat wel zo was, dan had [verzoekster] wel ook wel achterstallig loon gevorderd vanaf 20 mei 2023.
De kantonrechter wijst de gevorderde wettelijke rente toe en kent tevens, gelet op de omstandigheden van dit geval, een wettelijke verhoging toe als bedoeld in artikel 7:625 BW van 25%. Dit onderdeel van de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Compensatie van proceskosten
Partijen zijn over en weer in het ongelijk gesteld en dienen ieder de eigen proceskosten te dragen.
5De beslissing
De kantonrechter:
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerster] per 28 augustus 2025;
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 december 2025;
veroordeelt [verweerster] om van 1 augustus 2025 tot 15 december 2025 loon aan [verzoekster] te betalen uitgaande van 14 gewerkte uren per maand, verhoogd met 8% vakantiebijslag, met wettelijke rente vanaf de data der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening en 25 % wettelijke verhoging en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F.A.M. Veraart en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...