ECLI:NL:RBGEL:2025:10289 Rechtbank Gelderland , 01-10-2025 / 11347564
Eindvonnis - verwijzing - art 93 Rv.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Eindvonnis – verwijzing – art 93 Rv.
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11347564 \ CV EXPL 24-8074
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
te [woonplaats] ,
2. [eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 18 december 2024
– de akte van [eisers] van 22 januari 2025
– de akte van [gedaagde] van 22 januari 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 18 december 2024 heeft de kantonrechter ambtshalve voorlopig geoordeeld dat deze zaak, gelet op de vordering van [eisers] van onbepaalde waarde, moet worden behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. [gedaagde] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. [eisers] heeft bij akte gesteld dat hij meent dat de uit te voeren werkzaamheden, voor wat betreft zijn hoofdvordering, deels in eigen beheer en deels door een aannemer uitgevoerd kunnen worden en dat de kosten hiervan niet hoger zullen zijn dan € 25.000,00. Volgens [eisers] gaat het om werkzaamheden van beperkte omvang. Dat geldt ook voor de tweede vordering van [eisers] die volgens hem niet meer dan € 200,00 zullen kosten.
Artikel 93 Rv bepaalt dat er duidelijke aanwijzingen moeten zijn dat de vordering niet meer bedraagt dan € 25.000,00. [eisers] heeft gesteld, maar op geen enkele manier onderbouwd dat hij meent dat de uit te voeren werkzaamheden die betrekking hebben op zijn vordering geen hogere waarde vertegenwoordigen van € 25.000,00. Er zijn wellicht aanwijzingen dat dit zo is, maar dat is onvoldoende om van duidelijke aanwijzingen te kunnen spreken. Het had op zijn weg gelegen zijn stelling te onderbouwen met bijvoorbeeld een begroting of offerte van een aannemer waaruit zijn standpunt volgt.
Gelet op het voorgaande blijft de kantonrechter bij het oordeel dat de zaak zal moeten worden verwezen en zal deze daarom in de stand van het geding naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank verwijzen.
3De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 29 oktober 2025 om 10:00 uur,
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
wijst [eisers] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd van € 244,00 (€ 331,00 – € 87,00) en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor [eisers] van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 331,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor [gedaagde] een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
wijst [gedaagde] erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
– een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
– een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging).
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.
32548 / 53854
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...