ECLI:NL:RBGEL:2025:10361 Rechtbank Gelderland , 14-11-2025 / 060654
verlenging van de maatregel tbs met dwangverpleging met 1 jaar. Naar verwachting is er dan meer zicht op wat het vervolg van het behandeltraject moet en zal inhouden.
6 min de lecture · 1 104 mots
Inhoudsindicatie. verlenging van de maatregel tbs met dwangverpleging met 1 jaar. Naar verwachting is er dan meer zicht op wat het vervolg van het behandeltraject moet en zal inhouden.
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 06.060654.97
Datum uitspraak: 14 november 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats],
verblijvende in FPC [kliniek] (hierna: de kliniek), locatie [locatie]
.
Raadsman: mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Maarn.
Procedure
Betrokkene is op 15 september 1998 bij arrest van het gerechtshof Arnhem veroordeeld
tot (onder meer) de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. De maatregel is ingegaan op 26 oktober 1999 en het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 6 december 2024.
Bij vordering van 22 september 2025, bij de griffie van de rechtbank ingekomen op dezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat de duur van de maatregel wordt verlengd met één jaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
het adviesrapport van de kliniek van 19 augustus 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar; en
een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 31 oktober 2025 zijn gehoord:
– betrokkene (aanwezig via videoverbinding);
– R. van Rhijn, waarnemer van voornoemde raadsman, die op uitdrukkelijk verzoek van betrokkene niet het woord heeft gevoerd;
– de deskundige M. Ten Hag, GZ-psycholoog/ hoofd behandeling in de kliniek; en
– de officier van justitie, mr. A.C. Waterman.
De standpunten
De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging met één jaar.
Betrokkene is het niet eens met de maatregel. Volgens haar was en is van delictgevaar geen sprake. Daarnaast heeft zij klachten over de wijze van behandeling in de kliniek.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd voor (onder meer) zedendelicten. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De duur van de maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan meerdere persoonlijkheids-stoornissen waaronder borderline en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, genderdysforie, een stoornis in het gebruik van middelen (in remissie) en een recidiverende depressieve stoornis.
De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Uit het adviesrapport van de kliniek en hetgeen ter zitting is besproken komt het volgende naar voren. In september 2024 is melding gedaan van stalking door betrokkene van een woonbegeleiderster van Lister. Hierop is zij teruggeplaatst naar de kliniek, locatie de Wierde, waar zij tot nu toe verblijft op de intramurale longcare-afdeling de Pelmolen. Betrokkene is psychisch instabiel, wat wordt versterkt door somatische klachten. Ook bestaat er veel onduidelijkheid over het beloop van de somatische klachten en de onderliggende oorzaak daarvan, wat zorgt voor meer stress en verdere instabiliteit. De psychische instabiliteit en somatische onzekerheid, als ook de wisselwerking tussen deze factoren maken het moeilijk een goede inschatting te maken van de risico’s. Daarvoor is een terugvalanalyse nodig die, mede vanwege de wisselende motivatie van betrokkene, pas zeer recent (in concept) kon worden opgesteld. Uit de analyse komt naar voren dat de angstgevoelens van betrokkene destijds fors zijn toegenomen onder invloed van afschaling van zorg en toename van somatische klachten. Haar behoefte aan contact was daardoor zo groot dat zij veelvuldig contact heeft gezocht met de betreffende medewerker. De aankomende periode wordt onderzocht op welke wijze een herstart kan worden gemaakt met de resocialisatie en welke verblijfsplek daarvoor aangewezen is. Duidelijk is dat dit een plek moet zijn waar intensieve zorg en begeleiding aanwezig is met forensische scherpte. De kliniek verwacht dat dit een complexe zoektocht wordt. Gedacht wordt aan een plek in de gerontopsychiatrie. Daarnaast is het volgens de kliniek belangrijk dat betrokkene een modus vindt voor een samenwerkingsrelatie met de hulpverlening waarin zij leert om enige begrenzing en sturing te verdragen. De verwachting is dat enige helderheid in haar somatische toestand nodig is om dit te realiseren. Hiervoor is van belang dat betrokkene medicatietrouw is en zich conformeert aan medische afspraken en onderzoeken zodat zij de noodzakelijke somatische zorg zal ontvangen. Dit is soms moeilijk voor betrokkene omdat haar vertrouwen in de medische zorg is geschaad en zij angstig is over wat de toekomst zal brengen. Sinds de terugplaatsing naar de kliniek is de verlofmachtiging van betrokkene ingetrokken. De kliniek is van mening dat binnen één jaar toewerken naar voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging niet realistisch is. Omdat het vervolgtraject nog nader ingevuld moet worden en daarover binnen een jaar meer duidelijkheid wordt verwacht, adviseert de kliniek desondanks de maatregel met één jaar te verlengen.
Recidivegevaar
Bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel zal het risico op agressief gedrag oplopen naar matig tot hoog. De verwachting is dat betrokkene niet in staat zal zijn problemen (onder andere op het gebied van haar gezondheid) het hoofd te bieden.
De kans op herhaling is dan ook onverminderd groot.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen de verlenging van de maatregel eist.
Uit het adviesrapport van de kliniek en wat ter zitting is besproken, volgt dat er op dit moment te veel onduidelijk is waardoor er geen zicht is op wat het vervolg van het behandeltraject moet en zal inhouden. Er moet eerst meer helderheid komen over de somatische situatie van betrokkene en de juiste plek waar behandeling kan plaatsvinden. Doel is nog steeds resocialisatie, maar momenteel is nog onduidelijk hoe en waar resocialisatie kan plaatsvinden. Verwacht wordt dat daarover over een jaar meer duidelijkheid zal zijn.
De rechtbank ziet hierin grond de maatregel te verlengen met de duur van één jaar, overeenkomstig de vordering en het advies van de kliniek. Daarbij merkt de rechtbank op dat dit niet betekent dat de dwangverpleging over een jaar voorwaardelijk wordt beëindigd.
De beslissing
De rechtbank:
-verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met 1 (één) jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Breimer, voorzitter, mr. I. de Bruin en
mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 november 2025.
De griffier en mr. Leemreize zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...