ECLI:NL:RBGEL:2025:10565 Rechtbank Gelderland , 01-12-2025 / 032424 (ontneming)
Afwijzen ontnemingsvordering
2 min de lecture · 343 mots
Inhoudsindicatie. Afwijzen ontnemingsvordering
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer : 05/032424-23
Datum uitspraak : 1 december 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde]
,
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.
1De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 705.602,-.
2De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen danwel op nihil moet worden gesteld.
3De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf omdat een amfetaminelaboratorium is aangetroffen in een loods die door veroordeelde ter beschikking was gesteld aan anderen. Dit handelen is in de strafzaak gekwalificeerd als meerdere strafbare feiten op grond van de Opiumwet.
De rechtbank overweegt dat verdachte medeplichtig was aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine door andere personen. Op basis van het dossier kan echter geen enkele vaststelling worden gedaan omtrent (de verdeling van) het wederrechtelijk voordeel dat met het drugslab is verkregen. Daarom wijst de rechtbank de vordering af.
4De beslissing
De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...