ECLI:NL:RBGEL:2025:8214 Rechtbank Gelderland , 01-10-2025 / ARN 25/165
Belanghebbende procedeert digitaal. Hij reageert niet op het verzoek van de rechtbank om de gronden van zijn beroep in te dienen. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Belanghebbende komt in verzet en stelt dat hij de notificatie van het voornoemde bericht niet heeft gezien omdat die notificatie in zijn postvak ongewenst is gekomen. Het verzet wordt gegrond verkl...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Belanghebbende procedeert digitaal. Hij reageert niet op het verzoek van de rechtbank om de gronden van zijn beroep in te dienen. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Belanghebbende komt in verzet en stelt dat hij de notificatie van het voornoemde bericht niet heeft gezien omdat die notificatie in zijn postvak ongewenst is gekomen. Het verzet wordt gegrond verklaard. De verzetsrechter vindt het onredelijk om alle risico’s van het digitaal procederen voor rekening van belanghebbende te laten komen die geen of zeer beperkte ervaring heeft met procederen. Digitaal procederen is daarnaast voor veel belastingplichtigen, waaronder belanghebbende, nog nieuw. Het past dan niet om aan een relatief beperkt formeel gebrek het verstrekkende juridische gevolg te verbinden dat de zaak niet meer inhoudelijk behandeld wordt. Hierbij acht de verzetsrechter nog relevant dat belanghebbende bij zijn keuze om digitaal te procederen er niet op is geattendeerd dat notificatieberichten in het postvak ongewenst kunnen komen.
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/165 V
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 oktober 2025
op het verzet van
[opposant]
, uit [plaats], opposant,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 maart 2025 in het geding tussen
opposant
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Overbetuwe.
Inleiding
Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 28 maart 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank heeft het verzet op 4 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft opposant deelgenomen. De heffingsambtenaar is, zoals gebruikelijk bij verzetzaken, niet op de zitting verschenen.
Beoordeling door de rechtbank van het verzet
1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of in de uitspraak van 28 maart 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De uitspraak van 28 maart 2025
3. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel kennelijk is, oftewel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank heeft geconstateerd dat opposant de gronden van beroep niet heeft ingediend binnen de in het bericht van 13 januari 2025 gestelde termijn, namelijk uiterlijk 10 februari 2025. De rechtbank is ervan uitgegaan dat opposant het bericht heeft ontvangen, omdat hij digitaal procedeert en bij plaatsing van een bericht in het digitale dossier automatisch een notificatiebericht aan partijen wordt verzonden.
Is het te laat indienen van de gronden van het beroep verschoonbaar?
4. Opposant stelt dat hij het door de rechtbank op 13 januari 2025 via het digitale systeem verzonden bericht pas op 28 maart 2025 heeft gezien, omdat dit bericht in zijn postvak ongewenst is terechtgekomen.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep is de meest verstrekkende uitspraak die de rechtbank kan doen, omdat de zaak dan niet meer inhoudelijk wordt behandeld. Opposant heeft zijn beroep digitaal ingediend en dus ervoor gekozen om digitaal te procederen. De vraag is echter of daarmee ook alle risico’s die dat met zich meebrengt – zoals het in het postvak ongewenst terechtkomen van een notificatiebericht – voor rekening van opposant moeten komen.
6. De rechtbank is van oordeel dat het onredelijk is om in dit geval alle risico’s voor rekening en risico van opposant te laten komen. De rechtbank vindt dat namelijk niet passen in de situatie waarin digitaal procederen voor veel belastingplichtigen – zoals opposant – nog nieuw is en zij door (relatief) beperkte formele gebreken worden geconfronteerd met verstrekkende juridische gevolgen. Dit geldt des te meer nu opposant voor zichzelf procedeert en daarmee geen of zeer beperkte ervaring heeft. De rechtbank weegt daarbij mee dat belastingplichtigen bij hun keuze om digitaal te procederen er op dit moment niet op worden gewezen dat notificatieberichten in het postvak ongewenst terecht kunnen komen, zij zichzelf hiervan nog niet bewust zijn én zij de gevolgen daarvan ook niet kunnen overzien.
7. De verzetsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
8. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat de uitspraak werd gedaan.
9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding, omdat geen kosten zijn gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.L. Heldens, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 1 oktober 2025
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Voetnoten
- Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
- Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Uit artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb volgt dat dat het tijdstip waarop de bestuursrechter de geadresseerde een notificatiebericht stuurt waaruit blijkt dat een bericht voor hem toegankelijk is in het digitale systeem, het tijdstip is waarop de geadresseerde dat bericht heeft ontvangen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...