ECLI:NL:RBGEL:2025:8377 Rechtbank Gelderland , 29-09-2025 / 05-097871-22

Verkort vonnis - Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan grootschalige handel en productie van hennep en deelgenomen aan een criminele henneporganisatie. In deze zaak zijn procesafspraken gemaakt.

Source officielle

12 min de lecture 2 621 mots

Inhoudsindicatie. Verkort vonnis – Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan grootschalige handel en productie van hennep en deelgenomen aan een criminele henneporganisatie.

Inhoudsindicatie. In deze zaak zijn procesafspraken gemaakt.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/097871-22

Datum uitspraak : 29 september 2025

Tegenspraak

verkort vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]
,

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] (Polen),

wonende aan het [adres] ,

raadsman: mr. A. Aïssal, advocaat in Rotterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en/of Cuijk en/of Alphen en/of Velddriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (zeer grote) hoeveelheid van hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel, te weten een zeer grote hoeveelheid hennepstekken en/of hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan;

2.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en/of Cuijk en/of Alphen en/of Velddriel, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband

van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam 1] (geboren [geboortedatum 2] 1996) en/of [naam 2] ( [geboortedatum 3] juli 1989), en/of één of meerdere anderen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in 11, derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet.

2Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.

De rechtbank past de bewijsmiddelen toe zoals die zullen worden opgenomen in de eventueel later op te maken aanvulling van dit vonnis. Deze bewijsmiddelen bevatten de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

3De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en/of Cuijk en/of Alphen en/of Velddriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (zeer grote) hoeveelheid van hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel, te weten een zeer grote hoeveelheid hennepstekken en/of hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan;

2.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 januari 2020 tot en met 8 maart 2021, te Kerkdriel en/of Cuijk en/of Alphen en/of Velddriel, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband

van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam 1] (geboren [geboortedatum 2] 1996) en/of [naam 2] ( [geboortedatum 3] juli 1989), en/of één of meerdere anderen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in 11, derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd.

feit 2:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven
.

5De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7Procesafspraken

Het verloop van de procesafspraken

Het Openbaar Ministerie (OM) en de raadsman van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie de rechtbank op 10 september 2025 een zowel door de officier van justitie, als door verdachte en zijn raadsman ondertekende overeenkomst procesafspraken toegezonden. In deze overeenkomst zijn de door het OM, verdachte en zijn raadsman gemaakte procesafspraken, waaronder een gezamenlijke zienswijze over de beoordeling van de ten laste gelegde feiten en een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel, opgenomen. Partijen beogen daarmee de strafzaak op korte termijn tot een einde te laten komen. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken.

De inhoud van de procesafspraken

In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

de verdediging zal geen (inhoudelijke) verweren voeren en zal ingediende onderzoekswensen intrekken;

verdachte hoeft geen (nadere) (bekennende) verklaring af te leggen;

verdachte zal de feiten en kwalificaties zoals tussen OM en verdediging vastgesteld in bijlage A niet ontkennen en geen inhoudelijk verweer voeren;

verdachte zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudingsverzoeken indienen, tenzij sprake zal zijn van onvoorziene omstandigheden/acute situaties van persoonlijke aard;

het OM zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten (conform de inhoud van bijlage A) en tot een strafoplegging van 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar;

verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;

Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen verdachte/verdediging en het OM gemaakte afspraken, stellen zowel het OM als verdachte geen hoger beroep in. Indien de strafoplegging van de rechtbank afwijkt voor wat betreft de strafmodaliteiten of afwijkt met een marge van twee maanden hoger of lager voor de voorwaardelijke gevangenisstraf behouden partijen het recht om hoger beroep in te stellen;

verdachte doet afstand van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek tot het vorderen van schadevergoeding of vergoeding van kosten, waaronder ook begrepen kosten van rechtsbijstand, jegens de Staat der Nederlanden.

Het kader van de procesafspraken

De rechtbank stelt voorop dat het maken van procesafspraken is toegestaan en dat de totstandkoming daarvan betekenis kan hebben voor de beslissingen die de strafrechter neemt, ondanks dat er thans nog geen wettelijke regeling is die voorziet in procesafspraken. Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) volgt dat procesafspraken geen afbreuk doen aan de autonome positie van de strafrechter. De strafrechter is niet gebonden aan de procesafspraken. De strafrechter blijft er namelijk verantwoordelijk voor dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen, in het bijzonder de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en de eisen van een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). De strafrechter kan uitsluitend acht slaan op gemaakte procesafspraken indien gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen uit artikel 6 EVRM. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat doorgaans in procesafspraken wordt opgenomen dat verdachte afziet van het uitoefenen van bepaalde verdedigingsrechten. De Hoge Raad heeft in het arrest een aantal punten geformuleerd aan de hand waarvan de strafrechter die waarborg kan toetsen. De strafrechter dient te onderzoeken of verdachte in de concrete omstandigheden van het geval vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Om dit te kunnen toetsen is in beginsel vereist dat verdachte ter terechtzitting aanwezig is en gedurende het gehele proces wordt bijgestaan door een advocaat.

De behandeling ter terechtzitting

De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting van 15 september 2025 de bewijsmiddelen voorgehouden en de procesafspraken besproken, zoals deze zijn vervat in de ondertekende overeenkomst. De officier van justitie heeft de achterliggende redenen voor het maken van de procesafspraken toegelicht. Daarbij heeft de officier van justitie aangegeven dat de procesafspraken vooral zijn gemaakt vanuit het oogpunt van efficiëntie.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij goed heeft begrepen wat de gemaakte procesafspraken inhouden, wat de gevolgen daarvan zijn en dat hij vrijwillig heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel. Hij is gedurende het hele proces om tot afspraken te komen steeds voorzien geweest van rechtskundige bijstand. De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat verdachte nog steeds achter de gemaakte afspraken staat.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus vrijwillig en op basis van voor hem voldoende en duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan hetgeen in het afdoeningsvoorstel is overeengekomen. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van bepaalde verdedigingsrechten. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte gedurende het proces is bijgestaan door zijn advocaat. Ter terechtzitting heeft de rechtbank benadrukt dat zij geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en dat zij daaraan niet gebonden is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de afspraken, gelet op de artikelen 348 en 350 Sv, stand kunnen houden.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.

8De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft conform het afdoeningsvoorstel gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de eis van de officier van justitie, die in overeenstemming is met de gemaakte procesafspraken, te volgen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan grootschalige handel en productie van hennep en deelgenomen aan een criminele henneporganisatie. De rol van verdachte binnen die criminele organisatie bevond zich tussen die van leider en uitvoerder. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het drugscircuit en de daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen schadelijk is/kan zijn voor de gezondheid. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich kennelijk geen rekenschap heeft gegeven van (mogelijke) nadelige effecten op de gezondheid van anderen en dat hij enkel heeft gehandeld uit financieel gewin.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte van 5 september 2025. Uit die documentatie blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank acht slaan op de procesafspraken, de grondslagen daarvan en het daaruit voortvloeiende afdoeningsvoorstel en overeenkomstig beslissen. Het voorstel staat naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak. Omdat de rechtbank in lijn met de overeenkomst van partijen oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de daarover gemaakte afspraken. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De overeenkomst doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 240 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van 3 jaar, zoals vastgelegd in de overeenkomst procesafspraken tussen het OM en de verdediging, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting en dus in de gegeven omstandigheden een passende straf is. Zij zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

9De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

– 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht;

– 3 en 11 van de Opiumwet.

10De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit verkort vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2025.

mr. De Vries en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.