Pays-Bas Rechtbank Gelderland Divers 29 septembre 2025 N° 05/097950-22 (ontneming) NL

ECLI:NL:RBGEL:2025:8379 Rechtbank Gelderland , 29-09-2025 / 05/097950-22 (ontneming)

Ontnemingsbedrag is vastgesteld op € 130.000,-. In deze zaak zijn procesafspraken gemaakt.

Source officielle

7 min de lecture 1 327 mots

Inhoudsindicatie. Ontnemingsbedrag is vastgesteld op € 130.000,-.

Inhoudsindicatie. In deze zaak zijn procesafspraken gemaakt.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Tegenspraak

Parketnummer : 05/097950-22 (ontneming)

Datum uitspraak : 29 september 2025

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde]
,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,

wonend aan de [adres] ,

raadsman: mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat in Den Bosch.

1De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 1.280.889,00.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 15 september 2025. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering gewijzigd, in die zin dat, overeenkomstig de gemaakte procesafspraken, het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden vastgesteld op € 130.000,00. De officier van justitie heeft meegedeeld dat veroordeelde inmiddels € 66.348,00 heeft betaald.

De verdediging heeft verzocht de ontnemingsvordering af te doen zoals in de procesafspraken is overeengekomen.

3Procesafspraken

De procedure

Het Openbaar Ministerie (OM) en de raadsman van veroordeelde hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken over de afdoening van de inhoudelijke strafzaak en van de ontnemingsvordering van veroordeelde. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie de rechtbank op 10 september 2025 een zowel door de officier van justitie als door de veroordeelde en zijn raadsman ondertekende overeenkomst procesafspraken toegezonden. In deze overeenkomst zijn de door het OM, veroordeelde en zijn raadsman gemaakte procesafspraken, waaronder een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel ten aanzien van de ontnemingsvordering, opgenomen. Veroordeelde is bij totstandkoming van de procesafspraken bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken.

De inhoud van de procesafspraken

Zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang is in de overeenkomst onder meer het volgende opgenomen:

– het OM zal ter terechtzitting rekwireren tot schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 130.000,00, en tot oplegging van een betalingsverplichting van datzelfde bedrag;

– veroordeelde is betalingsbereid en in staat tot betaling en zal geen inhoudelijk en/of draagkrachtverweer voeren met betrekking tot de berekening en vaststelling van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, en ook het opleggen van de genoemde betalingsverplichting niet betwisten;

– veroordeelde zal geen appel instellen indien de rechtbank een betalingsverplichting oplegt conform de tussen veroordeelde/verdediging en het OM gemaakte afspraken met een marge van € 20.000,00 hoger of lager voor de opgelegde ontneming

– op de betalingsverplichting van € 130.000,00 zal het bedrag van de vervreemdingsopbrengsten van de inbeslaggenomen goederen (€ 66.348,48, bijlage C) in mindering worden gebracht. Het resterende bedrag van € 63.651,52 moet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis worden voldaan;

– verdachte doet afstand van de wettelijke rente over alle gelden die het OM onder zich heeft sinds de datum van inbeslagname en die over de vervreemdingsopbrengsten van de goederen zijn gegenereerd.

De beoordeling van de procesafspraken

Bij de beoordeling van de procesafspraken heeft de rechtbank het door de Hoge Raad geschetste kader als uitgangspunt genomen (HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252).

De rechtbank overweegt dat de rechter alleen acht kan slaan op door het OM en de verdediging gemaakte procesafspraken als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een dergelijke overeenkomst deel uitmaakt dat veroordeelde afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.

De rechtbank heeft de hiervoor weergegeven inhoud en strekking van de procesafspraken tijdens de terechtzitting van 15 september 2025 aan veroordeelde voorgehouden en met hem besproken. Veroordeelde heeft toen onder meer als volgt verklaard. Hij is bekend met de inhoud van de procesafspraken. Hij heeft begrepen wat de afspraken inhouden en welke gevolgen deze voor hem en zijn ontnemingszaak hebben. De afspraken zijn op basis van voldoende en duidelijke informatie tot stand gekomen. Hij heeft vrijwillig aan de gemaakte procesafspraken meegewerkt en is bij het hele proces om tot afspraken te komen steeds voorzien geweest van rechtskundige bijstand.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde, die gedurende het proces van het maken van procesafspraken en tijdens de terechtzitting is bijgestaan door zijn raadsman, vrijwillig, op basis van voldoende duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling op 15 september 2025 van vergewist dat veroordeelde nog steeds achter de gemaakte afspraken staat.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op het voornoemde afdoeningsvoorstel. De rechtbank zal daarom beslissen zoals hieronder weergegeven.

4De beoordeling van de vordering

Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 29 september 2025, waarbij rekening is gehouden met procesafspraken, veroordeeld ter zake van – kort gezegd – handel in hennep en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

De rechtbank heeft kennis genomen van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, Onderzoek Salk met dossiernummer PL0600-2022399124 en gesloten op 24 juli 2023, met bijlagen en de overeenkomst procesafspraken.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het hiervoor genoemde proces-verbaal, de overeenkomst procesafspraken en het verhandelde ter terechtzitting van 15 september 2025 aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Daarbij volgt zij de onderbouwing van de officier van justitie dat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, anders dan door de politie aanvankelijk is gedaan, rekening moet worden gehouden met een lagere opbrengst voor veroordeelde vanwege onder andere hogere kosten, het aantal locaties, aantal geslaagde oogsten en verdeling onder mededaders.

De rechtbank stelt de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op
€ 130.000,00.

De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van de beslissing vereist en zullen dan in een aan deze beslissing te hechten bijlage worden opgenomen.

De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde – conform de procesafspraken – de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 130.000,00.

Daarbij overweegt de rechtbank dat veroordeelde inmiddels een bedrag van € 66.348,00 heeft voldaan.

5De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6De beslissing

De rechtbank:

– stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 130.000,00;

– legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;

– bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 1080 dagen.

Aldus gegeven door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2025.

mr. De Vries en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.