ECLI:NL:RBGEL:2025:8767 Rechtbank Gelderland , 06-06-2025 / 11257085
Zie eerder tussenvonnis van 13 december 2024. Onderneming te Curacao is rechtsgeldig opgeroepen als derde ex artikel 118 Rv.
4 min de lecture · 787 mots
Inhoudsindicatie. Zie eerder tussenvonnis van 13 december 2024. Onderneming te Curacao is rechtsgeldig opgeroepen als derde ex artikel 118 Rv.
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11257085 \ CV EXPL 24-2425
Vonnis van 6 juni 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [eiser 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiser 3],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] , of ieder afzonderlijk: [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] ,
gemachtigde: mr. L.H. Toonen,
tegen
[gedaagde 1]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
procederend in persoon,
en
[gedaagde 2]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
procederend in persoon.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het (tussen)vonnis van 13 december 2024,
– de oproeping ex artikel 118 Rv. door [gezamenlijke eisers] van [gedaagde 2] te [vestigingsplaats] om op vrijdag 11 april 2025 als derde partij in deze procedure te verschijnen,
– het e-mailbericht van [gedaagde 2] van 1 maart 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
[gedaagde 2] is rechtsgeldig opgeroepen als derde ex artikel 118 Rv.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde 2] partij in dit geding is geworden.
In de conclusie van repliek, na het niet-ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde 1] , hebben [gezamenlijke eisers] verzocht om [gedaagde 2] op grond van artikel 118 Rv. te mogen oproepen om als derde in het geding te verschijnen. [gedaagde 1] heeft hierop bij conclusie van dupliek inhoudelijk gereageerd. In het (tussen)vonnis van 13 december 2024 heeft de kantonrechter met uitvoerige motivering, waaronder dat de proceseconomie daarbij is gediend, [gezamenlijke eisers] toegestaan om [gedaagde 2] op te roepen. Dat [gedaagde 2] in haar e-mailbericht van
1 maart 2025 heeft geschreven het daar niet mee eens te zijn en dit onnodig belastend te vinden is geen reden om terug te komen op de beslissing in het tussenvonnis.
Er wordt een mondelinge behandeling bevolen
De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.
Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden.
Op de mondelinge behandeling wordt aan de (gemachtigden van) partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan.
Tijdens of na de mondelinge behandeling kan de kantonrechter direct mondeling uitspraak doen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
De kantonrechter
beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, eventueel bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. M.J.C. van Leeuwen, in het gerechtsgebouw te Nijmegen, Oranjesingel 56, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,
bepaalt dat de naam van de kantonrechter nog niet definitief is en dat de zaak nog aan een andere kantonrechter kan worden toegedeeld omdat de uiteindelijke toedeling vlak voor de zitting plaatsvindt,
bepaalt dat als een andere kantonrechter de zaak op zitting zal behandelen partijen uiterlijk twee werkdagen voor de zitting daarvan bericht krijgen,
bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 20 juni 2025 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden augustus 2025 tot en met november 2025, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 90 minuten zal worden uitgetrokken,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025.
560\636
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...