ECLI:NL:RBGEL:2026:2578 Rechtbank Gelderland , 03-04-2026 / 25/2846

Omgevingsvergunning. Bouwplan past binnen de planregels. College heeft terecht de belangen van de privacy van de buren niet meegewogen. Niet is gebleken van een rechtsregel die verplicht tot overleg voorafgaand aan de aanvraag.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Omgevingsvergunning. Bouwplan past binnen de planregels. College heeft terecht de belangen van de privacy van de buren niet meegewogen. Niet is gebleken van een rechtsregel die verplicht tot overleg voorafgaand aan de aanvraag.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/2846

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn

(gemachtigden: I. van Besten en B. Jurgens).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats], vergunninghouder

(gemachtigde: mr. D.F. van Lansbergen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor het verbouwen van de woning aan [locatie] in [plaats]. Eiser is het niet eens met de vergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht geen belangenafweging over de privacy van eiser heeft gemaakt omdat het college geen beoordelingsruimte heeft. Het bouwplan past namelijk binnen de toepasselijke planregels. Ook is niet gebleken van een rechtsregel die verplicht tot overleg voorafgaand aan de aanvraag. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen.

Had het college een belangenafweging moeten maken?

Heeft het college de omgevingsvergunning zorgvuldig voorbereid?

Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Bij besluit van 18 februari 2025 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor de omgevingsplanactiviteit bouwen. De vergunning ziet op het verplaatsen van de voordeur en het plaatsen van een raamkozijn in de bestaande opening in een gemetselde muur die direct grenst aan de carport van eiser. Daarmee wordt een bestaand overdekt portiek bij de voordeur een binnenruimte van de woning.

Bij beslissing van 27 mei 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Vergunninghouder heeft een reactie ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van het college en vergunninghouder en zijn gemachtigde.

Tijdens de zitting heeft de rechtbank de zaak aangehouden en eiser en vergunninghouder de gelegenheid gegeven zich nader uit te laten of zij open staan voor een (kortdurend) mediationtraject om hun verstandhouding als buren te verbeteren. Daarnaast heeft eiser de gelegenheid gekregen zich uit te laten over de vraag of hij zijn beroep intrekt als eiser het gebruik van niet-transparante folie op het raam toezegt om inkijk te voorkomen.

Eiser heeft reacties ingediend.

Vergunninghouder heeft een reactie ingediend.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet opnieuw behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank stelt vast dat de aanhouding van de zaak op 13 januari 2026 er niet toe heeft geleid dat eiser en vergunninghouder met elkaar in gesprek zijn gegaan via mediation. Ook heeft eiser het beroep niet ingetrokken.

De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser aan de hand van zijn beroepsgronden.

Had het college een belangenafweging moeten maken?

4. Eiser betoogt dat de vergunning niet voldoet aan het zorgvuldigheidsbeginsel. Hij voert aan dat het college geen belangenafweging heeft gemaakt over zijn privacy. Artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht daartoe. De vergunning betreft een raam dat binnen twee meter van zijn perceel wordt geplaatst waardoor rechtstreeks zicht op zijn perceel ontstaat. Dat is strijdig met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat voorschrijft dat een dergelijk raam permanent ondoorzichtig moet zijn en niet geopend kan worden.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Op het perceel van de woning, was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Stadsdeel Zuid Oost De Maten’ van kracht. Dat bestemmingsplan maakt onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Volgens het omgevingsplan heeft het perceel de functie ‘Wonen’ met bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’.

De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat in dit geval geen ruimte bestaat voor een belangenafweging. Zoals het college heeft toegelicht voldoet het bouwplan aan de bouwregels van artikel 14.2 van de planregels. Het college is verplicht de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Dan is er geen ruimte voor een belangenafweging. Bij de procedure voor de vaststelling van het bestemmingsplan – dat onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan – is deze belangenafweging door de planwetgever namelijk al gemaakt. Dat betekent dat het college terecht de privacy van eiser niet heeft meegewogen bij de vergunningverlening. De eisen die het burgerlijk recht stelt ter waarborging van de privacy van buren onderling spelen in dit geval geen rol bij de beoordeling van de omgevingsvergunning. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college de omgevingsvergunning zorgvuldig voorbereid?

5. Eiser betoogt dat er overleg gevoerd had moeten worden voorafgaand aan de aanvraag.

Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het college de nodige kennis over de relevante en de af te wegen belangen.

De rechtbank stelt vast dat het college de juiste wettelijke voorbereidingsprocedure heeft gevolgd, te weten de zogenoemde ‘reguliere voorbereidingsprocedure’. Bij de reguliere voorbereidingsprocedure is het mogelijk voor belanghebbenden om nadat het besluit is genomen bezwaar in te dienen en dat heeft eiser ook gedaan. De rechtbank kan zich voorstellen dat eiser over ontwikkelingen in zijn omgeving graag vroegtijdig geïnformeerd wordt, maar niet is aannemelijk gemaakt dat daartoe in dit geval een verplichting bestaat. De beroepsgrond slaagt niet.

De blik vooruit

6. Tijdens de zitting is besproken dat het te plaatsen raam volgens eiser vanwege de verplichtingen van artikel 5:50 BW ondoorzichtig moet zijn. Er is gesproken over melkglas en over ondoorzichtig folie. Vergunninghouder heeft ter zitting verklaard op het gehele raam ondoorzichtig folie te willen aanbrengen. Zijn gemachtigde heeft gewezen op een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waaruit zou blijken dat ondoorzichtig folie volgens de burgerlijke rechter voldoet. De rechtbank geeft partijen in overweging dat vergunninghouder zo spoedig mogelijk na plaatsing van het raam zorgt dat het gehele raam ondoorzichtig is en dat eiser overweegt genoegen te nemen met ondoorzichtig folie als vergunninghouder daarvoor kiest. Het is in het belang van eiser en vergunninghouder dat zij als goede buren naast elkaar kunnen wonen zonder verder bij de burgerlijke rechter te moeten procederen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning ongewijzigd in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Op grond van artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet.
  2. Artikel 8:57 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
  3. Zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  4. Dit volgt uit artikel 8.0a eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
  5. Dit staat in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
  6. Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3516, onder 3.11.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.