ECLI:NL:RBLIM:2022:9456 Rechtbank Limburg , 29-11-2022 / 03.233707.21

Illegale opgraving en diefstal van resten of delen van een neergestort Engels militair vliegtuig, van het merk Supermarine Spitfire Mark XI. Veroordeling tot een taakstraf voor de duur van 80 uur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand .

Source officielle

21 min de lecture 4 446 mots

Inhoudsindicatie. Illegale opgraving en diefstal van resten of delen van een neergestort Engels militair vliegtuig, van het merk Supermarine Spitfire Mark XI.

Inhoudsindicatie. Veroordeling tot een taakstraf voor de duur van 80 uur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand .

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.233707.21

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 november 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J. Serrarens, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

1Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 november 2022. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachte [naam 1] met het parketnummer 03.233706.21 en medeverdachte [naam 2] met het parketnummer 03.233705.21.

2tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er -na wijziging van de tenlastelegging-, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: samen met anderen, zonder certificaat, delen of resten van cultureel erfgoed, te weten een neergestort Engels militair vliegtuig, van het merk Supermarine Spitfire Mark XI, heeft opgegraven en meegenomen.

feit 2: samen met anderen delen of resten van een neergestort Engels militair vliegtuig, van het merk Supermarine Spitfire Mark XI, heeft gestolen.

feit 3: samen met anderen delen of resten van een neergestort Engels militair vliegtuig, van het merk Supermarine Spitfire Mark XI, heeft geheeld.

3De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 en 2 bewezen, zoals verwoord in zijn schriftelijke requisitoir. De officier van justitie heeft verzocht de verdachte van feit 3 vrij te spreken, gezien de bewezenverklaring voor feit 2 en de regel ‘de steler is geen heler’.

De officier van justitie heeft voor de bewezenverklaring van feit 1, verwezen naar de verklaringen van de verdachte en medeverdachte [naam 2] in combinatie met het proces-verbaal van verdenking van het Nationale Bom Data Centrum.

Ter zake van feit 2 heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat het de vraag is of aangever [naam 3] , als grondeigenaar, eigenaar is van (delen van) het vliegtuig. Uit het dossier blijkt dat de Britse overheid nog steeds eigenaar is van alle vliegtuigwrakken in de Nederlandse bodem. Voor de bewezenverklaring is het echter niet nodig om uit te maken wie eigenaar is van het wrak, nu bij de bewezenverklaring het onderdeel “de Engels krijgsmacht en/of de Britse staat” kan blijven staan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ter zake van feit 1 primair op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van cultureel erfgoed. Mocht hiervan wel sprake zijn, heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ter zake van feit 2 heeft de verdediging zich tevens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat het beeld dat de verdachte doelbewust de wet heeft overtreden moet worden genuanceerd. De verdachte heeft daar met respect en met de goede bedoelingen gegraven. Het was een braakliggend stuk land en de eigenaar liet zich niet zien.

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van feit 3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 gezamenlijk bespreken, waarna de rechtbank feit 3 zal bespreken.

Feit 1 en 2

3.3.1.1 De bewijsmiddelen

Op 28 mei 1944 rond 20.20 uur is boven Meerlo, in de provincie Limburg, een vliegtuig van het 542ste Squadron van de Engelse luchtmacht Royal Air Force, een Supermarine-Spitfire MKXL, neergeschoten en terecht gekomen in een drassig stuk grond (met het kadastrale nummer Meerlo H 484). Het vliegtuig (of de restanten daarvan) lag vermoedelijk op een diepte van enkele meters.

Op 29 november 2018 is door de eigenaar van het grondstuk [naam 3] aangifte gedaan van het opgraven van het vliegtuig met behulp van een graafmachine en het wegnemen van onderdelen en/of uitrustingsstukken van het vliegtuig. Het vliegtuig zit ongeveer 2 meter in de grond en is de locatie niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Hij heeft hier niemand toestemming voor de opgraving gegeven. Van zijn buurvrouw hoorde hij dat ze had gezien dat op 1 september 2018 de propeller van het vliegtuig in twee stukken op een pallet stond en dat er een parachute en papieren uit het vliegtuig waren gehaald. Dit zou gedaan zijn door ene [verdachte] .

Nadat een archeoloog deze opgraving onder de aandacht van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed had gebracht, werd met ingang van juli 2019

een strafrechtelijk onderzoek gestart omdat het vermoeden rees dat bij die opgraving bepalingen van onder andere de Erfgoedwet waren overtreden. Nadat een vermoedelijk uit het bewuste vliegtuig afkomstige zuurstoftank op Marktplaats te koop werd aangeboden, werd tot een pseudokoop overgegaan. Hierbij werd door de verkoper [naam 2]

verteld dat hij nog meer onderdelen van het vliegtuig had.

Op 3 maart 2020 heeft medeverdachte [naam 2] bij de politie verklaard:
U zegt dat ik ben aangehouden in verband met een illegale opgraving van een vliegtuig, een Supermarine Spitfire, rond 1 september 2018 op de locatie Keuter te Meerlo, binnen de gemeente Horst aan de Maas. Daar ben ik bij betrokken.
U zegt dat uit de aangifte blijkt dat een vliegtuigwrak van een Spitfire Supermarine uit W02 is opgegraven. Ik weet alleen van een paar spullen die eruit zijn gekomen. Een blok, enkele stukken blok, brokken aluminium, stukken van een motor en een stuk parachute. De meegenomen onderdelen lagen op een aanhanger, maar ook daarvoor moet je bij die gast zijn niet bij mij. De zuurstoftank is het enige wat heb ik heb meegekregen. Die andere onderdelen liggen bij [verdachte] . U vraagt wat mijn rol was. [verdachte] heeft mij gevraagd voor advies. Hij zei daar ligt een vliegtuig kom eens kijken. Er was al een gat en ik voelde dat ik op het blok stond. Ik zei hem dat hij nog een stuk dieper moest. Er stond een aggregaat en een dompelpomp. Ik was razend enthousiast. Ik heb [verdachte] aangeraden een graafmachine erbij te nemen om het eruit te halen. Een maat van mij, [naam 1] , zit in het grondverzet en daar is de graafmachine geregeld. We hebben denk ik drie uurtjes gegraven. U vraagt hoe ik aan de zuurstoftank kwam. Die heb ik gekregen voor de hulp met graven van [verdachte] . Ik ben daar 1 keer of twee keer een halve dag geweest. U vraagt wat de rol van [verdachte] was. We zijn er allemaal bij betrokken maar hij heeft de locatie gezocht en ons erbij gehaald. Locaties staan gewoon op internet. Hij zegt dat hij de locatie zelf had ingemeten. Hij had de informatie van de mensen uit de buurt.
[verdachte] heeft gevraagd of ik iemand kon en ik heb daarna [naam 1] gevraagd om de graafmachine te leveren. Ik heb een schep gebruikt. We hebben de locatie bereikbaar gemaakt door met een mes wat bramen en brandnetels weg te hebben gehaald. Dit was ergens rond 1 september 2018. [verdachte] heeft het gat met de schep gegraven. Hij zal daar 2 a 3 weken bezig zijn geweest. [verdachte] heeft gegraven en later kwam de graver erbij. Het grondwater heeft [verdachte] met de dompelpomp en aggregaat uit gehaald. Na de opgravingen hebben we gaten met een kraan dichtgeduwd.

Op 10 maart 2020 heeft medeverdachte [naam 1] verklaard:

Ik ben gevraagd of ik mee wilde helpen met graven. Ik ben op zaterdag gaan kijken en zag een groot diep gat. [verdachte] heb ik daar voor het eerst gezien. Hij had al flink gegraven. Het klopt dat ik de graafmachine heb geregeld. U vraagt wat er uit het gat is gekomen. Een aanhangwagen vol schrot, aluminium, de parachute, de kaart, zuurstoffles. Ik heb een zuurstoffles meegekregen van [verdachte] . Ook heb ik een stuk kaart. Ik heb niet zelf gegraven in het gat. De kraan heeft gegraven.

Op 6 mei 2020 verklaarde medeverdachte [naam 1] verder:

U houdt mij voor dat er een filmpje is gemaakt op zaterdag 1 september 2018, om 08.18 uur. U toont mij een screenshot uit dat filmpje [opmerking rechtbank: pagina 192 van het dossier]. Ik was daar de kraanmachinist aanwijzingen aan het geven, zodat niets beschadigd raakte wat er in de grond werd aangetroffen. Het enige wat ik heb gekregen is een zuurstoftankje en een logboek. Ik heb de parachute thuis schoongemaakt, die is later naar [verdachte] toe gegaan. Ik heb ook een stuk blok van het vliegtuig in mijn bezit gehad. Ik had er echter geen plaats meer voor. Ik heb het blok inmiddels teruggeven aan [verdachte] .

Ook de verdachte heeft bij de politie meerdere verklaringen afgelegd. Op 5 maart 2020 heeft hij verklaard:

Toen ik een jaar of 8 was heb ik al verhalen gehoord over de oorlog. Het verhaal ging dat er een vliegtuig op de desbetreffende plek is neergestort en dat de piloot met zijn parachute in de boom heeft gehangen. In 2018 was het een hele droge zomer. Het grondwater was toen veel lager dan andere jaren. Ik heb toen binnen vier weken een gat gegraven met een diameter van 5 meter. Ik heb met de hand 2,5 meter diep gegraven. Ik ben één dag geholpen door twee mensen uit het dorp. De laatste week heb ik iedere dag met twee dompelpompen en aggregaat het grondwater uitgepompt. Dit water werd afgevoerd door een sleuf die ik heb gegraven. Op enig moment had ik zo diep gegraven dat ik op het motorblok kon staan. Het blok was echter te zwaar om uit het gat te trekken. Ik heb toen [naam 2] erbij betrokken. [naam 2] is toen komen kijken en bij het zien van wat er uit het gat kwam, werd hij ook enthousiast. Het regelen van de graafmachine is via een vriend van [naam 2] gegaan. De graafmachine is geregeld voor één dag. We hebben vervolgens alle spullen in één dag uit het gat gehaald. Dit waren veel stukken aluminium, een stuk motor en allemaal kapotte fragmenten, een dinghy pakket, kaarten en papiergeld. Uiteindelijk was het een aanhanger vol. Het spul is bij mij thuis voor op straat schoongemaakt. Daarna is het meteen naar een opslag gegaan, dit betreft een gehuurde container in Grubbenvorst. […] De volgende goederen afkomstig van het vliegtuig heb ik aangetroffen: een mapje met een kaart, papiergeld, papierenkaart, reddingsboot, een houten paddel, twee flarres, deksel van een blik noodvoeding en een parachute. Ik heb al deze goederen nog in mijn bezit. Ik heb drie zuurstofflessen die normaal achter de piloot zitten weggeven. Ik heb één zuurstoffles zelf gehouden. Een heb ik aan [naam 2] gegeven en de andere aan een derde persoon. Een zuiger heeft de kraanmachinist meegenomen, die wilde hij graag hebben.

Op 7 mei 2020 heeft de verdachte verklaard:

Er is niets verkocht, stel dat er iets verkocht zou worden dan zou het door drieën gedeeld worden. Bij [naam 1] heeft een stuk blok en de parachute gelegen. Die zijn inmiddels terug bij de politie. [naam 1] mocht die tijdelijk in zijn museum leggen. [naam 2] heeft het geld van de verkoop van het aluminium gekregen.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard:

Ik had geen certificaat om te graven.

3.3.1.2 Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 1

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of sprake is van (onderdelen van) ‘cultureel erfgoed’.

Uit de Memorie van Toelichting bij de Erfgoedwet blijkt (Kamerstukken II, 2014-2015, 34109, nr.3) dat het nieuwe begrip ‘cultureel erfgoed’ aanmerkelijk ruimer is dan het oude begrip. De omvang wordt niet alleen bepaald door de bescherming die de overheid er aan toekent, maar ook door de betekenis die in de samenleving aan wordt toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank is er in dit bijzondere geval, juist bij (onderdelen van) een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog, sprake van herinneringswaarde en belevingswaarde. Dit blijkt niet alleen uit de belangstelling bij het grote publiek bij voorwerpen over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen, maar te meer ook uit het feit dat er vanuit het dorp Meerlo veel animo was tijdens de opgraving van het vliegwrak en uit de verklaring van de verdachte dat hij al van jongs af aan verhalen hoorde over het neergestorte vliegtuig. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook, gelet op de memorie van toelichting en het historische belang van het gevonden vliegtuigwrak, in het onderhavige geval sprake van cultureel erfgoed. Voorts overweegt de rechtbank dat in dit geval de Spitfire gezien moet worden als een gezamenlijkheid van goederen, zodat ook de voorwerpen die technisch gezien niet tot het vliegtuig behoren maar daar wel toe behoren, zoals de parachute, de kaart en de dinghy, in dit geval moeten worden gezien als onderdeel van de bewuste Spitfire.

Rolverdeling bij de opgraving

Met betrekking tot het medeplegen (‘tezamen en in vereniging met anderen’) stelt de rechtbank het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van medeplegen moet sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht moet zijn. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht.

De rechtbank stelt aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de drie verdachten. De verdachte was de initiator van de opgraving. Hij komt op een gegeven moment op het punt dat hij niet verder kwam met graven en heeft medeverdachte [naam 2] benaderd om te helpen. Medeverdachte [naam 2] heeft toen mee gegraven. Medeverdachte [naam 2] heeft vervolgens medeverdachte [naam 1] benaderd om met een graafmachine te komen helpen. Medeverdachte [naam 1] regelt vervolgens een graafmachine, waarmee de grote stukken vliegtuigonderdelen uit het gat konden worden gehaald. Uit de foto in het dossier (pagina 192) blijkt dat [naam 1] naast het feit dat hij een kraanmachine had geregeld en bij de opgraving aanwezig was; in het gat staat en aanwijzingen geeft aan de kraanmachinist. De graafmachine is evident noodzakelijk geweest om in ieder geval het motorblok uit de grond te krijgen. De opgegraven onderdelen en resten van het vliegtuig zijn verdeeld. De verdachte heeft het grootste deel van de buit behouden. Medeverdachte [naam 2] heeft een zuurstoftank en enkele verbrande delen van het logboek meegenomen naar huis. Medeverdachte [naam 1] heeft ook enkele spullen meegenomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van medeplegen.

3.3.1.3 Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 2

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte delen of resten van het neergestort Engels militair vliegtuig, merk Supermarine Spitfire Mark XI, heeft gestolen.

De rechtbank acht eveneens bewezen dat de verdachte dit samen met medeverdachten [naam 2] en [naam 1] heeft gedaan. Uit de overwegingen van feit 1 blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte kon op een gegeven moment niet verder met graven, zonder bijstand van medeverdachte [naam 2] . Medeverdachte [naam 2] heeft vervolgens door tussenkomst van medeverdachte [naam 1] een graafmachine geregeld. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze handelingen essentieel voor een nauwe en bewuste samenwerking en daarom is sprake van medeplegen.

Op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen mede in onderling verband beschouwd acht de rechtbank feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

3.3.2.1 Vrijspraakoverweging

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde heling, omdat de verdachte -gelet op de bewezenverklaring van feit 2- de opgegraven onderdelen van de Spitfire zelf samen met anderen weggenomen heeft (Heler-steler regel).

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1

in de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 september 2018 in de gemeente Horst aan de Maas (te weten Meerlo), tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk, zonder certificaat handelingen heeft verricht met betrekking tot het onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de bodem is opgetreden, immers hebben zij delen of resten van een neergestort Engels militair vliegtuig van het merk Supermarine Spitfire Mark XI opgegraven en meegenomen;

feit 2

in de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 september 2018 in de gemeente Horst aan de Maas (te weten Meerlo), tezamen en in vereniging met anderen zich enig goed, te weten delen of resten van een neergestort Engels militair vliegtuig van het merk Supermarine Spitfire Mark XI, toebehoren aan [naam 3] en/of de Engelse krijgsmacht of de Britse staat, hebben gestolen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1

medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 5.1 van de Erfgoedwet.

feit 2

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals verwoord in zijn requisitoir, gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 100 uur subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van het feit en dat de handelswijze van de verdachte niet getuigt van veel respect voor onze bevrijders of onze geschiedenis. De overschrijding van de redelijke termijn is zo miniem, dat de officier van justitie hier geen gevolgen aan verbindt voor de strafmaat.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis, gezien de omstandigheden, niet onredelijk is. Wel heeft de raadsvrouw verzocht de taakstraf iets te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Op 28 mei 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, is boven Meerlo, in de provincie Limburg, een vliegtuig van het 542ste Squadron van de Engelse luchtmacht Royal Air Force, een Supermarine Spitfire MKXL, neergeschoten en terecht gekomen in een drassig stuk grond. Het vliegtuig (of de restanten daarvan) lag vermoedelijk op een diepte van enkele meters. De 26-jarige Australische piloot [naam 4] kwam hierbij om het leven en zijn stoffelijk overschot werd door de Duitse bezetter geborgen en in eerste instantie in Venlo begraven. Later werd de piloot herbegraven op de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest ‘Jonkerbos War Cemetery' bij Nijmegen.

De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten (restanten van) het vliegtuigwrak, illegaal opgegraven. Eerst is een grote kuil gegraven, waarbij een pomp ingezet moest worden om het grondwater weg te pompen. Vervolgens is een graafmachine ingezet om nog dieper te kunnen graven en zwaardere delen uit de grond te trekken en te tillen. Hiervoor hadden zij niet het wettelijk vereiste certificaat. Verschillende delen of resten van het vliegtuig zijn opgegraven. Alle drie de verdachten hebben (een of meer) delen van de buit gehouden.

De verdachte heeft evident een fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog. Dit heeft bij hem de behoefte aangewakkerd om tastbare overblijfsels uit die periode te bezitten en daarnaar op zoek te gaan al dan niet met behulp van een metaaldetector. Op zichzelf beschouwd levert dat geen strafbaar feit op en is dat evenmin laakbaar. Echter, de verdachte heeft in het nastreven van zijn behoefte om objecten te vinden en te bezitten elke vorm van zorgvuldigheid in de wind geslagen. Zo heeft hij zich geen rekenschap gegeven van de wettelijke regelingen met betrekking tot het zoeken naar dergelijke voorwerpen. Deze regelingen zijn juist bedoeld om het historisch erfgoed te beschermen. De onderhavige Spitfire was voor de verdachte een ware obsessie geworden, die hem blind heeft gemaakt voor de ter zake geldende regels. Tegen verantwoord en legitiem zoeken met een metaaldetector bestaat geen enkel bezwaar. Om die reden is dat ook binnen bepaalde grenzen toegestaan. Ongebreideld op jacht gaan naar historisch erfgoed is wel laakbaar. Vooral wanneer, zoals in het onderhavige geval, de gevonden voorwerpen zonder enige historische context van de vindplaats verwijderd, verspreid en zelfs te gelde gemaakt worden. De rechtbank heeft dan ook met waardering kennisgenomen van het voornemen van het openbaar ministerie om de aangetroffen voorwerpen ter beschikking te stellen van een serieuze historische verzameling.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 4 oktober 2022.

Hieruit blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De rechtbank weegt verder mee dat de verdachte in maart 2020 is aangehouden, hetgeen een overschrijding van de redelijke termijn betekent.

Naar het oordeel van de rechtbank komt in de strafeis het strafdoel van generale preventie onvoldoende tot uitdrukking. Om die reden zal de rechtbank in het belang van de bescherming van historisch erfgoed een hogere straf opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 80 uur passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de straf te matigen, zoals door de verdediging is verzocht, gelet op de ernst van het feit en de waarde die zij hecht aan het afschrikwekkend effect. Daarnaast zal de rechtbank als stok achter de deur aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand opleggen met een proeftijd van 3 jaar.

7Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen moeten worden verbeurdverklaard, met de bepaling dat de voorwerpen worden (terug)gegeven aan het Oorlogsmuseum in Overloon. Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien het voorwerpen betreffen, waarmee feit 1 is begaan.

8De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht,

1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,

van de Erfgoedwet,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

– spreekt de verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een taakstraf voor de duur van 80 uren;

beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

Beslag

– verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen (met de bepaling dat de voorwerpen worden teruggegeven aan het Oorlogsmuseum in Overloon):

1. rubberboot (Omschrijving: PL2300-2020031646-V858)
2. twee gasflessen (Omschrijving: PL2300-2020031646-G1299090)
3. parachute (Omschrijving: PL2300-2020031646-G1299060, wit).

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. C.P.W. van Well, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 november 2022.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat

feit 1

hij in de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 september 2018 in de gemeente Horst aan de Maas ( te weten Meerlo), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder certificaat handelingen heeft verricht met betrekking tot het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de bodem is opgetreden, immers heeft hij/hebben zij delen of resten van een neergestort Engels militair vliegtuig van het merk Supermarine Spitfire Mark XI opgegraven en meegenomen;

feit 2

hij in de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 september 2018 in de gemeente Horst aan de Maas (te weten Meerlo), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zich enig goed, te weten (een) de(e)l(en) of rest(en) van een neergestort Engels militair vliegtuig van het merk Supermarine Spitfire Mark XI, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 3] en/of de Engelse krijgsmacht of de Britse staat, heeft/hebben gestolen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 3

hij in de periode van 16 september 2018 tot en met 3 maart 2020 te Well, in de gemeente Bergen (te weten Well, Limburg), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een goed heeft/hebben verworven, voorhanden gehad of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, immers heeft hij/hebben zij (een) de(e)l(en) of rest(en) van een neergestort Engels militair vliegtuig van het merk Supermarine Spitfire Mark XI voorhanden gehad en/of doorverkocht.

Voetnoten

  1. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, afdeling Generieke Opsporing, team Grootschalige opsporing, onderzoek ‘Toermalijn’ proces-verbaalnummer 2300-2018178694, gesloten d.d. 3 juni 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 352.
  2. Proces-verbaal relaas algemeen dossier, pagina 5-6.
  3. Proces-verbaal van aangifte van [naam 3] d.d. 29 november 2018, pagina 231-233.
  4. Proces-verbaal relaas algemeen dossier, pagina 5-6.
  5. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 2] d.d. 3 maart 2020, pagina 108-129.
  6. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] d.d. 10 maart 2020, pagina 185-186.
  7. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] d.d. 6 mei 2020, pagina 188-199.
  8. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 5 maart 2020, pagina 149-167.
  9. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 7 mei 2020, pagina 168-171.
  10. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 november 2022.
  11. Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 34 109, nr. 3, pagina 16. (officielebekendmakingen.nl)

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.