ECLI:NL:RBLIM:2025:10635 Rechtbank Limburg , 20-10-2025 / 11854291 BM VERZ 25-4105
CBM, klacht ex-partner betrokkene ongegrond verklaard omdat bewindvoerder niet verplicht is met voorrang zijn vordering te voldoen.
3 min de lecture · 574 mots
Inhoudsindicatie. CBM, klacht ex-partner betrokkene ongegrond verklaard omdat bewindvoerder niet verplicht is met voorrang zijn vordering te voldoen.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer : 11854291 BM VERZ 25-4105
dossiernummer : BM 398851
datum : 20 oktober 2025
beschikking op een klacht van:
[klager] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
hierna te noemen: klager,
ingediend tegen:
de bewindvoerder Compass Zuid Nederland B.V., Postbus 4664, 5953ZH Reuver,
in de zaak van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
wonende te [woonplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de klacht (met bijlagen), ontvangen op 11 augustus 2026
de klacht (met bijlagen), ontvangen op 26 augustus 2025
– de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 1 september 2025
– de schriftelijke reactie van betrokkene, ontvangen op 6 oktober 2025.
beoordeling
Klager is de ex-partner van betrokkene. Volgens hem schiet de bewindvoerder tekort in de uitvoering van diens taken. Volgens klager heeft hij € 11.028,50 te vorderen van betrokkene uit hoofde van een echtscheidingsconvenant dat door deze rechtbank is gehomologeerd. De grondslagen van de klacht zijn als volgt. Zo zouden er structurele communicatieproblemen zijn (geen reactie, te summiere reacties), zouden er wettelijke verplichtingen worden geschonden (geen inspanningen om contractuele verplichtingen af te wikkelen, geen transparantie over betalingsmogelijkheden), zou er onvoldoende zorgvuldigheid worden betracht (een contant ontvangen betaling is naar de verkeerde persoon gegaan en er is hierover geen verantwoording afgelegd), zouden er tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd (wel/niet bestaan vorderingen). Hierdoor kan klager geen eigen woning betrekken, waardoor het voor zijn kinderen niet mogelijk is om ook bij hem een stabiele plek te hebben. Aldus klager.
De bewindvoerder heeft aangevoerd dat klager een concurrente vordering heeft en dat hij geen voorkeursbehandeling mag krijgen gelet erop dat het bedoeling is om betrokkene in aanmerking te laten komen voor schuldhulpverlening.
Betrokkene heeft aangevoerd dat klager geen vordering heeft, met het verzoek de klacht af te wijzen omdat die ongegrond is.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bewindvoerder heeft gelijk dat, als inderdaad sprake is van een vordering, klager een concurrente schuldeiser is. Er kunnen legitieme redenen zijn voor de bewindvoerder om een vordering van (concurrente) schuldeisers (tijdelijk) onbetaald te laten, zelfs als er wel middelen beschikbaar zijn. Er is derhalve geen reden om de bewindvoerder te verplichten te betalen, nog los van het feit dat er voor een toezichthoudende kantonrechter ook geen wettelijke basis bestaat om op verzoek van een schuldeiser zo een opdracht te geven. Indien klager van mening is dat betaald moet worden, kan hij proberen via de civiele rechter betaling af te dwingen. Een klachtprocedure bij de kantonrechter die toezicht houdt op een bewindvoerder is daarvoor niet de juiste weg.
Een bewindvoerder moet de belangen van betrokkene behartigen, en bewindvoerder heeft uitgelegd waarom niet betaling vooralsnog in het belang is van betrokkene. De bewindvoerder hoeft niet de belangen van schuldeisers, waar klager er een van is, te behartigen, tenzij dit in strijd is met het belang van rechthebbende. Dat dit het geval is, blijkt niet. De kantonrechter ziet, hoe zuur de huidige situatie voor klager ook lijkt te zijn, geen aanleiding om actie te ondernemen naar aanleiding van de klacht en zal die daarom ongegrond verklaren.
beslissing
De kantonrechter:
– verklaart de klacht ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...