Pays-Bas Rechtbank Limburg Civil 6 août 2025 N° C/03/343109 / HA ZA 25-282 NL

ECLI:NL:RBLIM:2025:12179 Rechtbank Limburg , 06-08-2025 / C/03/343109 / HA ZA 25-282

Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident. Subjectieve cumulatie. Eiseres heeft afzonderlijke vorderingen ingesteld tegen meerdere partijen (subjectieve cumulatie). In dat geval moet per gedaagde beoordeeld worden welke kamer (kamer voor kantonzaken of kamer voor andere zaken dan kantonzaken) bevoegd is. De kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank is bevoegd om kennis te nem...

Source officielle

6 min de lecture 1 264 mots

Inhoudsindicatie. Civiel recht. Bodemzaak. Vonnis in incident. Subjectieve cumulatie. Eiseres heeft afzonderlijke vorderingen ingesteld tegen meerdere partijen (subjectieve cumulatie). In dat geval moet per gedaagde beoordeeld worden welke kamer (kamer voor kantonzaken of kamer voor andere zaken dan kantonzaken) bevoegd is. De kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die ingesteld zijn tegen gedaagde 1, omdat de vorderingen I en II bij elkaar opgeteld behoren tot de competentie van die kamer. Dat is anders voor vordering II voor zover die ingesteld is tegen gedaagden 2 tot en met 4, omdat die vordering onder de competentiegrens ligt voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Gelet op de verwevenheid van de vorderingen is het procedureel niet handig als de zaken tussen eiseres en gedaagde 1 enerzijds en tussen eiseres en gedaagden 2 tot en met 4 anderzijds gesplitst worden. Partijen hebben als oplossing voorgedragen om de zaak als geheel met toepassing van artikel 96 Rv te laten afdoen door de kantonrechter van deze rechtbank. De rechtbank verwijst in verband met het verzoek van partijen de zaak naar de kantonrechter.

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/343109 / HA ZA 25-282

Vonnis in incident bij vervroeging van 6 augustus 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEINEKEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

hierna te noemen: Heineken,

advocaat mr. S.K. Tuithof,

tegen

1 [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

2. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 2],

wonend te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 3],

wonend te [woonplaats 2] ,

4. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 4],

wonend te [woonplaats 1] ,

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. J. Engelmann.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 t/m 12

de brief van mr. Engelmann van 26 juni 2025

de akte uitlating aan de zijde van Heineken.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2De feiten

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] exploiteerde een café genaamd [naam café] .

Tussen Heineken en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] bestond een overeenkomst voor de levering van diverse soorten bier.
2.3. Tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 4] enerzijds en de Europese Financieringsmaatschappij N.V. (hierna: EFM) anderzijds is op 10 februari 2016 een overeenkomst van geldlening tot stand gekomen. Heineken heeft zich door middel van een akte van borgtocht d.d. 12 februari 2016 jegens EFM bereid verklaard om borg te staan voor
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] .

Op 1 april 2016 is een aanvullende akte van borgtocht tot stand gekomen, waarbij [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 2] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 3] zich als achterborg garant hebben gesteld voor het geval EFM Heineken uit hoofde van de akte van borgtocht van 12 februari 2016 zou moeten aanspreken.
3. Het geschil

in de hoofdzaak

3.1. Heineken vordert van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] een bedrag voor niet betaalde, maar wel geleverde drankartikelen. Heineken stelt verder dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] haar verplichtingen uit hoofde van de geldleningsovereenkomst niet is nagekomen, waarop Heineken, als borg, EFM schadeloos heeft gesteld. Heineken vordert in verband daarmee van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] een bedrag. Ook spreekt Heineken [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 4] , [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 2] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 3] aan als hoofdelijk aansprakelijke partij respectievelijk als achterborgen.

in het incident

Mr. Engelmann stelt bij brief van 26 juni 2025 namens gedaagden dat de vordering ten aanzien van gedaagden 2 t/m 4 valt binnen de competentie van de sector kanton. Het verweer van alle gedaagden tegen de vorderingen loopt echter door elkaar heen en overlapt elkaar. Gedaagden verzoeken de zaak op basis van artikel 96 Rv in zijn geheel door te verwijzen naar de sector kanton, waarbij zij zich uitdrukkelijk het recht op hoger beroep voorbehouden. Zij wensen, na verwijzing, een reguliere behandeling van de zaak.

De rechtbank heeft de brief van 26 juni 2025 aangemerkt als een incident tot verwijzing ex artikel 96 Rv en Heineken in de gelegenheid gesteld om te reageren. Heineken heeft ingestemd met de verwijzing, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de mogelijkheid van hoger beroep open blijft staan.

4.De beoordeling in het incident

Heineken heeft afzonderlijke vorderingen ingesteld tegen meerdere partijen (subjectieve cumulatie). In dat geval moet per gedaagde beoordeeld worden welke kamer (kamer voor kantonzaken of kamer voor andere zaken dan kantonzaken) bevoegd is.

De kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die ingesteld zijn tegen gedaagde 1, omdat de vorderingen I en II bij elkaar opgesteld behoren tot de competentie van die kamer. Dat is anders voor vordering II voor zover die ingesteld is tegen gedaagden 2 tot en met 4, omdat die vordering onder de competentiegrens ligt voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.

Gelet op de verwevenheid van de vorderingen is het procedureel niet handig als de zaken tussen Heineken en gedaagde 1 enerzijds en tussen Heineken en gedaagden 2 tot en met 4 anderzijds gesplitst worden. Partijen hebben als oplossing voorgedragen om de zaak als geheel met toepassing van artikel 96 Rv te laten afdoen door de kantonrechter van deze rechtbank.

Op grond van art. 96 lid 1 Rv kunnen partijen in zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan, zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen. Beide partijen hebben ingestemd met verwijzing op grond van dit artikel en eensluidend hebben zij verklaard de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden. De rechtbank zal de zaak daarom verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Het is aan de kantonrechter om de wijze te bepalen waarop partijen moeten procederen in het kader van artikel 96 Rv.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de vordering toe,

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Maastricht, op
20 augustus 2025 voor beraad kantonrechter,

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge
art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.

Voetnoten

  1. type: AH

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.