ECLI:NL:RBMNE:2022:6648 Rechtbank Midden-Nederland , 23-03-2022 / 16/240033-21

Bewezenverklaring: voorhanden hebben vuurwapen en munitie; dealen voor een periode van 1 jaar én aanwezig hebben van cocaïne, 2C-B en MDMA Straf: 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren + bijz. vw.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Bewezenverklaring: voorhanden hebben vuurwapen en munitie; dealen voor een periode van 1 jaar én aanwezig hebben van cocaïne, 2C-B en MDMA Straf: 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren + bijz. vw.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/240033-21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 23 maart 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte]
,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [postcode] te [plaats] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats] ,

(hierna: verdachte).

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 december 2021 en 9 maart 2022. De zaak is op 9 maart 2022 inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Lambers en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.
op 6 september 2021 te Doorn een (doorgeladen) gaspistool omgebouwd naar een scherpschietend vuurwapen en bijhorende munitie, te weten in totaal 21 scherpe patronen kaliber 7.65mm, voorhanden heeft gehad;

2.
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 5 september 2021 te Utrecht/Doorn/Wijk bij Duurstede heeft gedeald in cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA;

3.
op 6 september 2021 te Doorn verboden middelen aanwezig heeft gehad, te weten
– 9 wikkels/5,38 gr cocaïne;
– 400 pillen/64 gr 2C-B;
– 300 pillen/123,2 gr MDMA.

3VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Hij voert aan dat ten aanzien van feit 2 op basis van de getuigenverklaringen bewezen kan worden verklaard dat verdachte in de periode van 1 januari 2020 tot en met 5 september 2021 heeft gedeald, zodat voor het dealen in 2019 partiële vrijspraak dient te volgen. Verder voert de officier van justitie aan dat het feit dat de 64 gram 2C-B alleen indicatief is getest, geen beletsel vormt om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte deze drugs voorhanden heeft gehad en daarin heeft gedeald. Immers, de andere drugs zijn wel onderzocht door het NFI, waarbij de bevindingen overeenkwamen met de indicatieve test.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit primair vrijspraak van het onder feit 2 ten laste gelegde en verwijst daarvoor naar de verklaring van verdachte. Subsidiair voert zij aan dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken ten aanzien van de pleegperiode van januari 2019 tot juni 2021. De verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] ondersteunen elkaar over en weer niet één op één voor wat betreft de ten laste gelegde periode en deze verklaringen vinden onvoldoende steun in de overige onderzoeksbevindingen. Daarnaast is de verklaring van [getuige 5] , dat hij voor verdachte cocaïne bij zich moet houden om in opdracht van verdachte deze cocaïne te verkopen, onbetrouwbaar en ongeloofwaardig. Deze verklaring zou niet voor het bewijs mogen worden gebezigd. De verklaring is immers afgelegd in de nacht nadat [getuige 5] die avond alcohol heeft gedronken, geblowd en cocaïne gebruikt. Bovendien werd [getuige 5] op dat moment gehoord als verdachte in verband met het voorhanden hebben van drugs.

De raadsvrouw voert verder aan dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben dan wel dealen van de 400 pillen/64 gram 2C-B, omdat een rapport van het NFI ontbreekt waaruit blijkt dat de bij verdachte aangetroffen middelen inderdaad 2C-B betreffen.

Het oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring van feit 1

Verdachte heeft het onder feit 1 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 maart 2022;

een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2021, opgemaakt door [verbalisant] , pagina 63 en 64 (van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 september 2021, 20 september 2021 en 12 oktober 2021, genummerd PL0900-2021284870, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 144);

een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2021, opgemaakt door [verbalisant] , pagina 1 tot en met 8 (in het dossier opgenomen onder ‘Aanvullend PV mbt vuurwapen’ met proces-verbaalnummer PL0900-2021284870-18).

Ten aanzien van feit 2 en 3: partiële vrijspraak voor het dealen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 augustus 2020 en voor het voorhanden hebben en dealen van 2C-B.

Bewijsmiddelen

Het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de verboden middelen

[getuige 5] verklaarde dat [verdachte] een vuurwapen in zijn auto zou hebben liggen. Dit zou gaan om een zwarte Mercedes voorzien van het kenteken: [kenteken] .

Op 6 september 2021 zag ik dat de collega's de bestuurder van de Mercedes een stopteken gaven waaraan de bestuurder op de Beaufortweg te Doorn aan voldeed. Ik zag dat er één persoon uit het voertuig stapte. Ik zag dat dit, de mij ambtshalve bekende [verdachte] , betrof.

Ik hoorde dat de verdachte zei dat hij meerdere strafbare goederen met zich voerde.

Ik hoorde van collega [verbalisant] dat hij op verzoek van de verdachte een rijbewijs uit

de middenarmsteun had gehaald. Vervolgens hoorde ik dat hij hierbij twee plakken hasj had zien liggen. Ik zag hierbij dat er naast de hasj een sigarettenpakje lag met hierin negen gevulde zogenoemde ponypacks.

Ik zag dat de rest van de kluis op de achterbank gevuld was met plastic gripzakken. Ik zag dat er in deze grotere zakken een grote hoeveelheid kleinere zakjes zaten voorzien van tabletten in verschillende kleuren, waarvan het vermoeden bestaat dat dit om zogenoemde XTC tabletten gaat. Later stelde ik vast dat het volgende in de kluis zat:

– Grote gripzak met 100 kleinere gripzakjes met vier roze tabletten per zakje, in

totaal 400 tabletten;

– Grote gripzak met 50 kleinere gripzakjes met vier tabletten per zakje, in totaal

200 tabletten;

– Grote gripzak met 25 kleinere gripzakjes met vier tabletten per zakje, in totaal

100 tabletten;

– 32 tabletten los;

– Verpakkingsmateriaal voor verdovende middelen.

Het onderzoek naar verdovende middelen

Sporendrager

Goednummer: PL0900-2021276217-2872433

SIN: AANR0130NL

Relatie met SIN: AAPD2907NL

Object: Verdovende mid (Xtc)

Aantal/eenheid: 300 stuks

Omschrijving: Grijze tabletten in de vorm van domino stenen

Gewicht netto: 123,2 gram

Aantal monsters: 1

Sporendrager

Goednummer: PL0900-2021276217-2872413

SIN: AANR0129NL

Relatie met SIN: AAPD2905NL

Object: Verdovende mid (Overige)

Kleur: Wit

Bijzonderheden: Witte enveloppen met wit poeder

Omschrijving: Wikkels met wit poeder

Gewicht netto: 5,38 gram

Aantal monsters: 1

De NFI-rapporten betreffende de verdovende middelen

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie.

Kenmerk

Omschrijving FO

Conclusie

AAPD2905NL

poeder, wit, uit 5,38 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: twee

bevat cocaïne

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie.

Kenmerk

Omschrijving FO

Conclusie

AAPD2907NL

tablet, grijs, uit 123,2 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: een

bevat MDMA

Het proces-verbaal van bevindingen over de verklaring van [getuige 1] d.d. 15/09/2021

Opmerking verbalisant: ik toonde de getuige een foto van de aangehouden verdachte.

De getuige verklaarde:
De foto die u mij laat zien is de foto van de jongen waar ik wiet haal.

Volgens mij is zijn echte naam [verdachte] , maar ik weet niet zijn hele naam.

De laatste keer dat ik bij hem haalde was 1,5 maand geleden. Voor de eerste keer was al heel lang geleden. We spreken meestal af bij winkelcentrum [locatie] . Hij komt dan met de auto. De laatste keer reed hij in een vrij nieuwe zwarte Mercedes. Ik heb ook wel eens cocaïne bij hem gehaald. Voor een 'grote’ dat is 1 gram betaal je 50 euro. Voor een kleine dat is 0,3 gram betaal je 20 euro.

Ik heb ook wel een keer pillen bij hem gekocht als ik naar festivals ging. Ik bedoel dan pillen met MDMA, XTC dus.

Het proces-verbaal van bevindingen over de verklaring van [getuige 2] d.d. 16/09/2021

Desgevraagd hoorden wij de getuige, samengevat, het volgende verklaren:

– Ik koop wel eens coke

– Ik koop deze coke bij een man uit Wijk bij Duurstede.

– Ik heb in de tijd van een jaar ongeveer 6 keer coke gekocht bij hem.

– Ik koop al een jaar of anderhalf van deze dealer maar ik weet niet wanneer het precies is

begonnen.

– Ik sprak soms af bij de voetbalvelden in Doorn, bij DEV.

En ik ben ook wel eens bij de [horecagelegenheid] in Wijk bij Duurstede geweest aan de Hordenweg. Wij spraken dan af op de parkeerplaats.

– Mijn dealer reed meestal in een zwarte Mercedes A klasse. Dat was het begin van dit jaar.

U toont mij een foto, ja dat is [verdachte] .

Noot verbalisant: De foto wordt als bijlage aan dit proces verbaal toegevoegd.

De rechtbank gebruikt de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen voor het bewijs van de feiten 2 en 3, zoals die hierna onder rubriek 5 bewezen worden verklaard.

Bewijsoverwegingen

Verdachte is aangehouden en bij de doorzoeking van zijn auto zijn grote hoeveelheden drugs aangetroffen, waaronder cocaïne en MDMA. De rechtbank constateert dat uit het dossier niet volgt dat de aangetroffen en indicatief als 2C-B geteste pillen door het NFI zijn onderzocht. Wel is van alle aangetroffen middelen een monster genomen en zijn deze monsters onderworpen aan een indicatieve test. Het resultaat van de indicatieve test is echter onvoldoende om bewezen te achten dat verdachte ook 2C-B voorhanden heeft gehad. Volgens vaste jurisprudentie kan een indicatieve test slechts voor het bewijs worden gebruikt, indien sprake is van aanvullend bewijs die het resultaat van de indicatieve test ondersteunt.

Verdachte heeft slechts verklaard dat in zijn auto XTC, hasj en cocaïne lag. Er zijn geen andere bewijsmiddelen die het resultaat van de indicatieve test ondersteunen.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben en het dealen van 400 pillen/64 gram 2C-B.

Verdachte heeft verklaard dat hij de drugs voor eigen gebruik in bezit had en de drugs bij zich hield voor een vriend, maar deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. Het gaat om hoeveelheden die duiden op dealen. Verdachte had niet alleen verdovende middelen bij zich, maar ook verpakkingsmateriaal daarvoor. Daarnaast hebben verschillende getuigen hebben verklaard dat zij vaker bij de verdachte onder andere cocaïne en XTC-pillen hebben gekocht.

Voor wat betreft de dealperiode vindt de rechtbank dat niet bewezen kan worden dat verdachte in de periode van januari 2019 tot en met augustus 2020 heeft gedeald. Uit het dossier volgt dat alleen getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij vanaf 2019 drugs kocht bij verdachte. Mede gelet op de rol van [getuige 5] ziet de rechtbank in deze verklaring onvoldoende onderbouwing voor het bepalen van het startmoment in januari 2019. De rechtbank vindt dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte vanaf september 2020 heeft gedeald. Getuige [getuige 2] heeft specifiek verklaard dat hij – vanaf half september 2021, toen hij zijn verklaring aflegde – ongeveer een jaar tot anderhalf jaar cocaïne kocht van verdachte. In het voordeel van verdachte zal de rechtbank uitgaan van een periode van een jaar. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij al heel lang drugs koopt bij verdachte en de laatste keer dat hij drugs heeft gehaald bij verdachte anderhalf maand geleden was. De rechtbank vindt, anders dan de verdediging, dat op grond van deze verklaringen bewezen is dat verdachte een jaar heeft gedeald. Dat de verklaringen van alle gehoorde gebruikers elkaar slechts ondersteunen voor wat betreft een pleegperiode van rond de drie a vier maanden, zoals de raadsvrouw subsidiair naar voren heeft gebracht, sluit niet uit dat verdachte ook al voorafgaand aan die periode heeft gedeald.

5BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1
op 6 september 2021 te Doorn, een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een doorgeladen gaspistool omgebouwd naar een scherpschietend vuurwapen, van het merk Valtro, model 117,kaliber 7.65mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en bijbehorende munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten 21 scherpe patronen, kaliber 7.65mm, voorhanden heeft gehad;

2.
op meerdere tijdstippen in de periode van 1 september 2020 tot en met 5 september 2021 te Doorn en Wijk bij Duurstede meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3
op 6 september 2021 te Doorn, opzettelijk aanwezig heeft gehad
– 9 wikkels/5,38 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en

– 300 pillen/123,2 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA,

zijnde cocaïne en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 28 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte het wapen alleen in zijn bezit had vanwege zijn zelfmoordgedachtes. Zij verzoekt tevens rekening te houden met de samenloop van de feiten 2 en 3, voor zover die bewezen worden verklaard. Zij acht een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest in combinatie met een fors voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden passend. Zij ziet echter de noodzaak tot begeleid wonen en klinische opname niet. Verdachte is inmiddels acht maanden clean en kan na detentie bij zijn zieke vader terecht. Verdachte is gemotiveerd en heeft met een voorwaardelijk deel en de overige bijzondere voorwaarden een goede stok achter de deur. De raadsvrouw vermeldt verder dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht aan de orde is en verzoekt de rechtbank om dit mee te wegen in de op te leggen straf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van een jaar schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne en MDMA. Cocaïne en MDMA zijn niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid maar zijn ook verslavend met alle gevolgen van dien voor de maatschappij. De harddrugshandel gaat bovendien gepaard met zeer gewelddadige criminaliteit die de maatschappij ontwricht en op verschillende plaatsen regelmatig tot ernstige incidenten leidt. Met zijn handelen heeft verdachte een rol gehad in de keten van de handel in harddrugs. Verdachte heeft een grote hoeveelheid aan drugs, een vuurwapen en munitie bij zich in zijn auto gehad. De combinatie van deze zaken met het bewezenverklaarde dealen is zorgelijk in het licht van genoemde criminaliteit. Het ging bovendien om een doorgeladen vuurwapen dat voor verdachte eenvoudig bereikbaar was. Het spreekt voor zich dat verdachte met dit handelen de maatschappij in gevaar brengt.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 16 november 2021, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarmee houdt de rechtbank rekening in het nadeel van verdachte. De rechtbank houdt er verder rekening mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 24 februari 2022, opgesteld door [A] . Daaruit blijkt dat het psychosociaal functioneren van verdachte delict gerelateerd is, alsmede risicoverhogend zolang hij niet voldoende ingebed is in passende (gedwongen) zorg. Er is geen sprake van reclasseringstoezicht, terwijl verdachte hierbij wel gebaat is. Veilig Thuis is in het kader van gebeurtenissen in het verleden betrokken bij het gezin. In de optiek van de reclassering dient verdachte diagnostisch onderzocht te worden en is het zeer wenselijk, gezien zijn persoonlijke omstandigheden op dit moment, een behandeling op te starten gericht op zijn verslavings- en psychische problematiek.
Bij een veroordeling wordt een deels voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden geadviseerd. De reclassering adviseert de volgende bijzondere voorwaarden:

 Meldplicht bij reclassering;
 Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
 Begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
 Meewerken aan middelencontrole;
 Meewerken aan nader te bepalen relevante interventies (indien geïndiceerd).

De op te leggen straf

De rechtbank heeft acht geslagen op de vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het voorhanden hebben van wapens. Volgens de vastgestelde oriëntatiepunten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een pistolen, revolvers of geweren in de openbare ruimte. De rechtbank vindt dit een passend uitgangspunt en ziet daarom geen aanleiding hiervan af te wijken. Daarbij weegt mee dat de rechtbank mee dat het wapen (door)geladen was. De oriëntatiepunten voor het dealen van harddrugs op straat geven bij een periode van 12 maanden als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Ook bij dit uitgangspunt ziet de rechtbank geen aanleiding om van de duur van de straf af te wijken, verdachte heeft immers op straat en vanuit zijn auto gedeald in harddrugs. De rechtbank houdt daarbij bovendien rekening met de hoeveelheid bij verdachte aangetroffen verdovende middelen.

Gelet op de hiervoor besproken ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een andere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf die het reeds ondergane voorarrest overstijgt. De rechtbank ziet evenwel aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Verdachte is vrij jong, de reclassering ziet (ook) beschermende factoren en de mogelijkheid om verdachte te ondersteunen om zijn leven weer een positieve wending te geven. De rechtbank neemt daarnaast in overweging dat verdachte ter terechtzitting kenbaar heeft gemaakt dat hij mee wil werken aan het reclasseringstoezicht en openstaat voor de bijzondere voorwaarden. Verdachte ziet alleen geen noodzaak in het begeleid wonen, omdat hij zijn zieke vader wenst te ondersteunen en daar terecht kan na detentie. De rechtbank is evenwel van oordeel dat reclassering ook de mogelijkheid moet hebben om begeleid wonen in te zetten als interventie, nu vader kwetsbaar is en verdachte nog kampt met verslavings- en psychische problematiek. De rechtbank zal daarom alle geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twintig maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel de volgende bijzondere voorwaarden verbinden:

 Meldplicht bij reclassering;
 Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
 Begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
 Meewerken aan middelencontrole;
 Meewerken aan nader te bepalen relevante interventies (indien geïndiceerd).

9BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdovende middelen (nrs. 2 t/m 6 en 11 t/m 13 op de beslaglijst), het pistool, de patroonhouder en de munitie (nrs. 7 t/m 10) onttrokken dienen te worden aan het verkeer. Daarnaast voert hij aan dat de in beslag genomen auto (nr. 1 op de beslaglijst) en de Nokia telefoon (p.15 van het digitale voorgeleidingsdossier) verbeurd kunnen worden verklaard, omdat deze auto en telefoon zijn gebruikt bij de handel in drugs. Ook de verpakkingsmiddelen en de witte enveloppen met wit poeder (p, 17 en 18 van het digitale voorgeleidingsdossier) kunnen verbeurd worden verklaard. De andere in beslag genomen goederen kunnen worden geretourneerd aan de verdachte, te weten de Samsung telefoon (p. 14 van het digitale voorgeleidingsdossier), de sleutels (p. 2 en 4 van het digitale einddossier), de computerspellen (p. 8 van het digitale einddossier), de usb’s (p. 14 van het digitale einddossier), de simkaarten (p. 16 van het digitale einddossier), de Samsung Computer (Tablet) (p. 18 van het digitale einddossier), de spelcomputer (p. 20 van het digitale einddossier) en de computer (p. 22 van het digitale einddossier).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om de in beslag genomen auto terug te geven aan de rechthebbende eigenaar, te weten de vader van verdachte. De raadsvrouw heeft zich verder niet uitgelaten over het overige beslag.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal conform de officier van justitie beslissen over de in beslag genomen goederen.

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal, anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, het in beslag genomen voorwerp, te weten de zwarte personenauto, merk: Mercedes-Benz met kenteken [kenteken] , verbeurd verklaren. Degene aan wie de auto toebehoort was bekend met of had kunnen vermoeden dat verdachte de auto gebruikte voor de strafbare feiten zoals die bewezen zijn verklaard. Verdachte gebruikte de auto namelijk geruime tijd voor de handel in verdovende middelen, is daar eerder ook voor veroordeeld en in ieder geval op 6 september 2021 zijn ook (in grote aantallen) verdovende middelen in de auto aangetroffen.

Tevens zal de Nokia telefoon (p.15 van het digitale voorgeleidingsdossier) verbeurd worden verklaard. Met behulp van deze voorwerpen is het onder 2 bewezen verklaarde feit begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten de verdovende middelen (nrs. 2 t/m 6 en 11 t/m 13 op de beslaglijst), de verpakkingsmiddelen en de witte enveloppen met wit poeder (p. 17 en 18 van het digitale voorgeleidingsdossier) en het pistool en de munitie (nrs. 7 t/m 10 op de beslaglijst), onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen is het onder feit 1, 2 en 3 bewezen verklaarde begaan en de voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten de Samsung telefoon (p. 14 van het digitale voorgeleidingsdossier), de sleutels (p. 2 en 4 van het digitale einddossier), de computerspellen (p. 8 van het digitale einddossier), de usb’s (p. 14 van het digitale einddossier), de simkaarten (p. 16 van het digitale einddossier), de Samsung Computer (Tablet) (p. 18 van het digitale einddossier), de spelcomputer (p. 20 van het digitale einddossier) en de computer (p. 22 van het digitale einddossier).

10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

14a 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

2, 10 en 13a van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

– verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

– verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

– verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

– verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

– veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden;

– bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht

– bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

– stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

– als algemene voorwaarde geldt dat:

* verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

– stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich meldt, direct na aanvang van de proeftijd, bij Reclassering Inforsa Utrecht, Wittevrouwenkade 6 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* zich voor zijn verslavings- en psychische problematiek laat behandelen door de Forensisch Ambulante Zorg, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Voorts dient verdachte zijn medewerking te verlenen ten aanzien van diagnostiek in het kader van de behandeling.
Bij een aanleiding die zich kan voordoen, bijvoorbeeld terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

* verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld, indien de reclassering dit nodig acht;

* meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en/of drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

* dient mee te werken, indien ten tijde van het reclasseringstoezicht blijkt dat andere interventies, zoals een justitie interventie, noodzakelijk zijn om recidive te beperken;

– waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

– verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

Personenauto, [kenteken] (G2624433);

Nokia telefoon (G 2872412);

– onttrekt de volgende voorwerpen aan het verkeer:

Verdovende Middelen (G2872430, G2875426, G2875425, G2875429, G2875644, G2872426, G2872433, G2872421)

Verpakkingsmiddelen (G2872417 en G2872413)

Patroonhouder (G2872351)

Pistool ( G2872347)

Kogelpatronen (G2872355 en G2872504)

– gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

Samsung telefoon (G2872401);

Sleutels (G2872441 en G2872439);

Computerspellen (G2873209);

Usb’s (G2873216);

Simkaarten (G2873220);

Spelcomputer (G2873229);

Computer (Tablet) (G2873225)

Computer (G2873244).

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner, voorzitter, mr. H.A. Brouwer en mr. G. Konings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 maart 2022.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 6 september 2021 te Doorn, althans in Nederland, een wapen

van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een

(doorgeladen) gaspistool omgebouwd naar een scherpschietend vuurwapen, van

het merk Valtro, model 117, kaliber 7.65mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van

een geweer, revolver en/of pistool en/of

(bijbehorende) munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een hoeveelheid (van in totaal 21) scherpe patronen, kaliber 7.65mm,

voorhanden heeft gehad.

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot

en met 5 september 2021 te Utrecht en/of Doorn en/of Wijk bij Duurstede, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld

en/of bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid

van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal

bevattende 2C-B en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )

3

hij op of omstreeks 6 september 2021 te Doorn, althans in Nederland, opzettelijk

aanwezig heeft gehad

– 9 wikkels/5,38 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne en/of

– 400 pillen/64 gram 2C-B, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende 2C-B en/of

– 300 pillen/123,2 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA,

zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet.

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )

Voetnoten

  1. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 september 2021, 20 september 2021 en 12 oktober 2021, genummerd PL0900-2021284870, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 144. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
  2. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 43.
  3. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 44.
  4. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 45.
  5. Een geschrift, inhoudende de bevindingen van verbalisanten, pagina 67.
  6. Een geschrift, rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 september 2021 (in het dossier opgenomen onder Uitslag NFI), pagina 1.
  7. Een geschrift, rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 september 2021 (in het dossier opgenomen onder Uitslag NFI), pagina 2.
  8. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 103.
  9. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 104.
  10. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 108.
  11. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 109.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.