ECLI:NL:RBMNE:2025:5605 Rechtbank Midden-Nederland , 22-10-2025 / UTR 25/5246

Weigering Ziektewet-uitkering. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Niet gebleken van acute financiële nood.

Source officielle

6 min de lecture 1 136 mots

Inhoudsindicatie. Weigering Ziektewet-uitkering. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Niet gebleken van acute financiële nood.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5246

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).

Samenvatting

1. Het gaat in deze zaak om de weigering van het Uwv om aan verzoeker per 8 oktober 2024 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toe te kennen. Volgens verzoeker heeft het Uwv ten onrechte een uitkering geweigerd. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening strekt ertoe dat het Uwv verzoeker een (voorschot op een) uitkering verstrekt. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft zich op 8 oktober 2024 ziek gemeld. Het Uwv heeft met het besluit van 5 november 2024 bepaald dat verzoeker op die datum arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werk en daarom geen recht heeft op een ZW-uitkering.

Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. Tijdens de bezwaarprocedure heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep een nader onderzoek verricht. Vervolgens heeft het Uwv met het besluit van 14 augustus 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en zijn besluit om aan verzoeker geen ZW-uitkering toe te kennen gehandhaafd.

3. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (zaaknummer UTR 25/5247) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (zaaknummer UTR 25/5246).

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben via een videoverbinding deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van het Uwv.

De rechtmatigheid van het besluit van 14 augustus 2025

5. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening verzocht tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank. Het beroep van verzoeker gaat de rechtbank nog behandelen in de beroepsprocedure. De rechtbank gaat in die procedure aan de hand van de beroepsgronden beoordelen of het Uwv wel of niet terecht heeft besloten dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een ZW-uitkering.

6. De voorzieningenrechter heeft daarom nu alleen beoordeeld of er, zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en of het recht te doen, zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het Uwv ingenomen standpunt juist is en of het besluit in stand zal blijven. Daarvan is geen sprake: het besluit is naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet evident onrechtmatig. Aan het besluit van 14 augustus 2025 ligt een medisch rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten grondslag. Verzoeker heeft zelf geen medische stukken overgelegd waaruit die evidente onrechtmatigheid blijkt. Hij heeft uitsluitend per mail op 17 oktober 2025 een uitdraai vanuit zijn portaal van Caredate Psychologen overgelegd. Daaruit volgt op dit moment voor de voorzieningenrechter niet dat het besluit overduidelijk onrechtmatig is. Zo vindt eiser bijvoorbeeld dat hij vanwege ernstige depressie helemaal niet in staat is om te werken, maar wordt in de uitdraai een matige depressie benoemd.

Het wegen van de belangen door de voorzieningenrechter

Verzoeker heeft belang bij het toekennen van een ZW-uitkering of een voorschot op een uitkering. Verzoeker heeft duidelijk naar voren gebracht dat hij sinds november 2024 geen inkomsten meer heeft. Hij heeft zijn auto moeten verkopen en heeft dat geld moeten gebruiken voor de vaste lasten. Hij heeft geen andere spullen meer van waarde om te verkopen. Hij heeft nu nog geen schulden en wil voorkomen dat hij schulden krijgt. Zijn partner is herstellende van een zware medische ingreep en kan ook om andere redenen nu niet werken. Zij heeft wel een uitkering en verzoeker heeft op de zitting verteld dat die uitkering ongeveer € 1.600,- netto is.

Het belang van het Uwv is gelegen in het algemeen belang door een rechtmatig en zorgvuldig besluit te nemen en te voorkomen dat een uitkering wordt toegekend, die later alsnog moet worden terugbetaald.

8. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. Als later blijkt dat het Uwv ten onrechte een (voorschot op een) uitkering heeft toegekend, kan dat namelijk alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement of acute financiële nood, neemt de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang aan, zodat zij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter (de Centrale Raad van Beroep (CRvB)) blijkt dat pas sprake is van een acute financiële noodsituatie bij dreigende acute uithuiszetting, afsluiting van levering van water en energie of het niet langer verzekerd zijn voor ziektekosten.

9. Verzoeker heeft tijdens de zitting verteld dat hij nu met zijn gezin te weinig inkomen ontvangt om aan de lopende verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Zijn geld, waaronder ook het geld verkregen uit de noodgedwongen verkoop van zijn auto, raakt op. Betalingsachterstanden zijn er nu nog niet, maar hij wil voorkomen dat hij schulden opbouwt. Verzoeker heeft geen stukken overgelegd om te onderbouwen hoe zijn financiële situatie nu is, zoals bankafschriften waaruit blijkt dat er bijna geen geld meer beschikbaar is en stukken waaruit blijkt wat de vaste maandelijkse lasten zijn. De voorzieningenrechter heeft verzoeker daartoe nog bij brieven van 12 september 2025 en 23 september 2025 – ook per mail- in de gelegenheid gesteld.

10. Nu verzoeker geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van een acute financiële noodsituatie, ziet de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. Het enkele feit dat er mogelijk schulden gaan ontstaan, is een te algemene onderbouwing voor het aannemen van een acute financiële noodsituatie. Ook verder is nu niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat behandeling van zijn beroepsprocedure niet door hem zou kunnen worden afgewacht.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

  1. Zie artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
  2. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 23 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3277, r.o. 4.4.1 en

    2 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1346, r.o. 4.4.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.