Pays-Bas Rechtbank Midden-Nederland Divers 5 novembre 2025 N° UTR 24/6960 en UTR 24/6941 NL

ECLI:NL:RBMNE:2025:5856 Rechtbank Midden-Nederland , 05-11-2025 / UTR 24/6960 en UTR 24/6941

De minister heeft de verzoeken op grond van de Wet open overheid ten onrechte afgewezen wegens misbruik van recht omdat niet onverwijld is beslist op de verzoeken. Beroep gegrond, proceskostenvergoeding toegekend. Verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. De minister heeft de verzoeken op grond van de Wet open overheid ten onrechte afgewezen wegens misbruik van recht omdat niet onverwijld is beslist op de verzoeken. Beroep gegrond, proceskostenvergoeding toegekend. Verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 24/6941 en UTR 24/6960

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

mr. drs. [eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

(gemachtigden: mr. I. Erdogan en mr. J.W. Berg).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van twee verschillende verzoeken van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo) wegens misbruik van recht. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvragen ten onrechte niet in behandeling heeft genomen omdat niet sprake is van onverwijld beslissen. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1. Eiser heeft op 11 april 2024 twee Woo-verzoeken ingediend. De minister heeft deze verzoeken met twee afzonderlijk besluiten, gedateerd op 22 mei 2024 en 29 mei 2024 niet in behandeling genomen. Met twee separate besluiten van 26 september 2024 (bestreden besluiten) op de bezwaarschriften van eiser is de minister bij zijn standpunten gebleven.

2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

3. De rechtbank heeft de beroepen op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Wat heeft eiser verzocht?

4. In het eerste Woo-verzoek van 11 april 2024 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van informatie over hoe de verzending van poststukken vanuit het ministerie van BZK gaat. Er is gevraagd om:

alle stukken met betrekking tot procedure/werkwijze van de vastlegging en verzending van andere Awb-besluiten

en andere Awb-stukken, niet zijnde Awb-besluiten.

5. In het tweede Woo-verzoek van 11 april 2024 heeft eiser verzocht om alle stukken met betrekking tot de procedure/werkwijze met betrekking tot niet ondertekende stukken.

Met betrekking tot de brief van 2 april 2024, kenmerk 2024-0000202148, heeft eiser verzocht om:

een uitdraai van de akkoordverklaring in het genoemde systeem;

een uitdraai van de mutatiedatum van die vastlegging.

Wat heeft de minister besloten?

6. De minister heeft besloten om de verzoeken niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4.6 van de Woo. De minister is van mening dat eiser een ander doel voor ogen heeft dan het verkrijgen van publieke informatie. Dit maakt de minister op uit de meerdere vragen, klachten en Woo-verzoeken die eiser bij het ministerie van Binnenlandse Zaken indient. De gevraagde akkoordverklaringen en mutaties uit het centrale documentmanagementsysteem ten aanzien van de brieven van 16 november 2023, 22 januari 2024, 27 februari 2024 en 2 april 2024 heeft de minister – buiten de Woo om – met de besluiten meegestuurd.

7. In de bestreden besluiten heeft de minister aangegeven dat de termijn voor het nemen van een beslissing op grond van artikel 4.6. van de Woo was verstreken en dat er bij het nemen van de primaire besluiten geen bevoegdheid was om zich te beroepen op artikel 4.6 van de Woo. De minister komt na heroverweging van de primaire besluiten echter wel tot de conclusie dat sprake was van misbruik van recht. Eiser is namelijk in een relatief korte tijd veel procedures, Woo-verzoeken en klachten, gestart bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Eiser is uitgenodigd om in gesprek te gaan over onderliggende kwesties om te kijken hoe hij tegemoet gekomen zou kunnen worden. Eiser heeft dit aanbod telkens afgewezen. Tijdens de hoorzitting is naar voren gekomen dat eiser bepaalde signalen wil adresseren over de behandeling van Woo-verzoeken. Eiser heeft echter al via een andere weg signalen geadresseerd, waar blijkbaar een onbevredigend antwoord op is gekomen. De minister komt daarom tot de conclusie dat er kennelijk een ander doel is dan het verkrijgen van publieke informatie.

Wat heeft eiser aangevoerd?

8. Eiser heeft in beroep het volgende – samengevat weergegeven – aangevoerd. Eiser is het er niet mee eens dat sprake is van misbruik van recht. Eiser voert aan dat terughoudend omgegaan moet worden met de toepassing van artikel 4.6 van de Woo. Het doel van eiser is wel het verkrijgen van publieke informatie. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte eerdere Woo-verzoeken ter onderbouwing van misbruik van recht gebruikt. Daarnaast kan misbruik van recht niet worden tegengeworpen omdat de minister niet onverwijld heeft besloten op zijn Woo-verzoeken. Tussen het hoorgesprek tijdens de bezwaarprocedure en de beslissing op bezwaar zit meer dan twee weken tijd. Er was ook geen sprake van een nieuw feit na de hoorzitting. Eiser is maar één keer uitgenodigd voor een gesprek toen het niet nodig was. In het hoorgesprek heeft hij ook gezegd dat hij wel wil praten als de minister zijn signalen serieus neemt. Tot slot verzoekt eiser om verschillende personen als getuigen op te roepen en te horen.

Wat is het toetsingskader voor misbruik van recht?

9. In artikel 4.6 van de Woo staat het volgende:

‘Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen.’

10. Vooropgesteld moet worden dat voor de conclusie dat sprake is van misbruik van recht zwaarwichtige gronden zijn vereist. Uit vaste rechtspraak blijkt dat een min of meer overmatig beroep op door de overheid geboden faciliteiten in het algemeen op zichzelf geen misbruik van recht oplevert. Elk beroep op die faciliteiten brengt immers kosten met zich voor de overheid en benadeelt de overheid in zoverre. Wel kan het aantal keren dat een bepaald recht of een bepaalde bevoegdheid wordt aangewend, in combinatie met andere omstandigheden, bijdragen aan de conclusie dat misbruik van recht heeft plaatsgevonden.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister de Woo-verzoeken ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Hierna legt de rechtbank uit waarom.

12. In de bestreden besluiten heeft de minister geconstateerd dat de primaire besluiten niet onverwijld waren genomen, en dat er daarom geen bevoegdheid was om de Woo-verzoeken buiten behandeling te stellen. Vervolgens heeft de minister in de bestreden besluiten gemotiveerd waarom toch sprake is van misbruik van recht. Volgens de rechtbank is dit een onjuiste toepassing van de wet. De onjuiste toepassing van een bevoegdheid bij de toepassing van artikel 4.6. van de Woo kan niet worden hersteld met het nemen van een beslissing op bezwaar. Voor zover het de bedoeling was van de minister om de primaire besluiten te herroepen en daarvoor nieuwe besluiten in de plaats te stellen, waarbij ook de uitlatingen op de hoorzitting als ‘nieuw feit’ worden betrokken, is dat niet binnen twee weken na de hoorzitting, dan wel onverwijld, gebeurd. De hoorzitting was immers op 29 augustus 2024, waarna pas op 26 september 2024 een beslissing op bezwaar is genomen. De rechtbank vindt dat niet onverwijld.

13. De beroepen zijn gegrond. Dit betekent dat de minister de Woo-verzoeken in behandeling moet nemen en nieuwe beslissingen op bezwaar zal moeten nemen. Gelet op het voorgaande behoeven de overige gronden van beroep geen bespreking.

Heeft eiser recht op schadevergoeding gelet op de redelijke termijn?

14. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding gelet op de vertraagde behandeling van zijn beroepszaken.

15. De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 17, eerste lid, van de Grondwet en neemt daarbij artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de daarvan afgeleide rechtspraak als uitgangspunt.

16. De behandeling van zaken als deze, waarin van een bezwaar- en beroepstermijn sprake is, mag maximaal twee jaar in beslag nemen. Daarbij is een termijn van zes maanden voor de behandeling van het bezwaar en een termijn van anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep redelijk. De te beoordelen periode vangt aan met de datum waarop het bezwaarschrift door de minister is ontvangen en loopt door tot de datum waarop de rechtbank in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.

18. De rechtbank stelt vast dat er vanaf de ontvangst van de bezwaarschriften van eiser op 2 juli 2024 en 5 juli 2024 tot deze uitspraak een jaar, vier maanden, en een jaar, vier maanden en drie dagen zijn verstreken. De redelijke termijn is daarom niet overschreden. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook ziet de rechtbank, anders dan eiser heeft verzocht, geen reden om zelf te voorzien in deze zaken. Dit omdat de minister de Woo-verzoeken zelf in behandeling zal moeten nemen en een beoordeling zal moeten maken over de gevraagde stukken.

20. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

21. Omdat de beroepen gegrond zijn moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Eiser krijgt één keer zijn reiskosten voor de beroepsprocedures vergoed. Eiser is immers één keer naar de rechtbank gereisd voor de behandeling van beide beroepszaken. Deze reiskosten stelt de rechtbank vast op € 14,61 (adres eiser in [plaats] – Vrouwe Justitiaplein 1 in Utrecht, 26,1 km, € 0,28 per kilometer). Eiser komt niet voor meer vergoeding in aanmerking omdat hij niet is bijgestaan door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt de bestreden besluiten van 26 september 2024;

– draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak twee nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;

– bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187,- voor beide beroepszaken aan eiser moet vergoeden;

– veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 14,61.

– wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2022 van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2022:2403.
  2. Op grond van artikel 1, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, artikel 2, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht in samenhang gelezen met artikel 11, eerste lid, onder d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.