ECLI:NL:RBNHO:2020:11906 Rechtbank Noord-Holland , 16-03-2020 / 15.138003.18
De verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren in verschillende functies bij diverse bedrijven schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, verduistering in dienstbetrekking en oplichting. Op die wijze heeft verdachte ten onrechte honderdduizenden euro’s verkregen. Recidive. Gevangenisstraf van 30 maanden. De rechtbank gelast de openbaarmaking van het vonnis met vermelding van de personalia v...
41 min de lecture · 8 911 mots
Inhoudsindicatie. De verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren in verschillende functies bij diverse bedrijven schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, verduistering in dienstbetrekking en oplichting. Op die wijze heeft verdachte ten onrechte honderdduizenden euro’s verkregen. Recidive. Gevangenisstraf van 30 maanden.
Inhoudsindicatie. De rechtbank gelast de openbaarmaking van het vonnis met vermelding van de personalia van de verdachte door publicatie van het vonnis op http://www.rechtspraak.nl (art. 339 Sr).
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.138003.18 (P)
Uitspraakdatum: 16 maart 2020
Tegenspraak
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
2 maart 2020 in de zaak tegen:
Lambertus Wilhelmus Maria
Wesseling
,
geboren op 4 april 1967 te Haarlemmermeer,
[adres],
thans gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. D. Sarian en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te
Purmerend, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1. [bedrijf A] BV
(verduistering in dienstbetrekking)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 15 juni 2018 tot en met 20 juni 2018 te Zwanenburg en/of te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens opzettelijk een of meer hoeveelheden geld, te weten een geldbedrag van totaal 11.491,59 euro, in elk geval (telkens) enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf A] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als boekhouder en/of als externe medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2. [bedrijf B]
primair
(verduistering in dienstbetrekking)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 in de gemeente Amsterdam en/of te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens opzettelijk een of meer hoeveelheden geld, te weten een geldbedrag van (totaal) 74.794 euro, in elk geval (telkens) enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf B] Ltd (voormalig [bedrijfsnaam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als Account Payable Manager en/of als externe medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
subsidiair
(oplichting)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 te Amsterdam en/of Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een bedrijf (rechtspersoon), te weten
[bedrijf B] Ltd, heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten:
een (totaal)bedrag van ongeveer € 74.794,-
in elk geval van enig goed of enig geldbedrag, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf B] en/of daarbij een of meer facturen ten name van diverse crediteuren (waaronder: [bedrijf C], [bedrijf D]. [bedrijf E]
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden, en/of
• (vervolgens) (middels een mail) een medewerker van [bedrijf B] opdracht te geven en/of die medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf B] te (laten) verwerken;
meer subsidiair
(valsheid in geschifte)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 te Amsterdam en/of Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
een of meer facturen en/of e-mails en/of brieven valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
-(telkens) op een of meer facturen ten name van [bedrijf C], [bedrijf D]. [bedrijf E] (onder andere)
-daarbij telkens als het begunstigde rekeningnummer zijn, verdachtes, rekeningnummer heeft vermeld,
terwijl in werkelijkheid het begunstigde rekeningnummer niet het rekeningnummer van [bedrijf C], [bedrijf D]. [bedrijf E] betrof;
3. [bedrijf F]
(oplichting)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 maart 2018 tot en met 29 mei 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een bedrijf (rechtspersoon), te weten
BV heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten:
een (totaal)bedrag van ongeveer € 111.607,58
in elk geval van enig goed of enig geldbedrag, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)
A.
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en/of daarbij een of meer facturen ten name van [bedrijf G] BV Aannemersbedrijf valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door (onder andere )
• in deze facturen te doen voorkomen en/of te vermelden dat [bedrijf G] Bv bouwwerkzaamheden aan het pand van [bedrijf F] heeft verricht en/of
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden, en/of
• (vervolgens) (middels een mail) een medewerker van [bedrijf F] opdracht te geven en/of die medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken; en/of
B.
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en/of daarbij een of meer facturen ten name van [bedrijf H] valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door (onder andere )
• in deze facturen te doen voorkomen en/of te vermelden dat verdachte door [bedrijf H] bij [bedrijf F] ingezet en/of
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden, en/of
• daarbij telkens een bedrag van €67,50 en/of €47,50 per gewerkte uur te vermelden, en/of
• (vervolgens) (middels een mail) een medewerker van [bedrijf F] opdracht te geven en/of die medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken; en/of
C.
– zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en/of daarbij een factuur van [bedrijf I] valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door (onder andere)
• naam en adres gegevens van hem, verdachte, te veranderen in [bedrijf F] BV en/of
• de factuurdatum en/of het factuurbedrag te wijzigen en/of
• in de omschrijving van de factuur te doen voorkomen dat de werkzaamheden aan het gebouw van [bedrijf F] zijn verricht en/of
• (vervolgens) een medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken en/of deze factuur in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken
waardoor voornoemde bedrijf (rechtspersoon) [bedrijf F] BV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
en/of
(valsheid in geschrifte)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 maart 2018 tot en met 29 mei 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, in elk geval in Nederland , meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
een of meer facturen en/of e-mails en/of brieven valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
A.
-(telkens) op een of meer facturen ten name van [bedrijf G] BV Aannemersbedrijf (onder andere)
• de naam en het adres van [bedrijf F] heeft vermeld en/of
• op deze facturen heeft vermeld dat [bedrijf G] BV bouwwerkzaamheden aan het pand van [bedrijf F] heeft verricht en/of
• daarbij telkens als het begunstigde rekeningnummer zijn, verdachtes, rekeningnummer heeft vermeld,
terwijl in werkelijkheid [bedrijf G] BV geen werkzaamheden voor [bedrijf F] had verricht en/of het begunstigde rekeningnummer niet het rekeningnummer van de [bedrijf G] BV betrof; en/of
B.
-(telkens) op een of meer facturen ten name van [bedrijf H] (onder andere)
• de naam en het adres van [bedrijf F] heeft vermeld en/of
• heeft vermeld dat verdachte door [bedrijf H] bij [bedrijf F] ingezet en/of
• daarbij telkens als het begunstigde rekeningnummer zijn, verdachtes, rekeningnummer heeft vermeld, en/of
• daarbij telkens een bedrag van €67,50 en/of €47,50 per gewerkte uur heeft vermeld,
terwijl in werkelijkheid verdachte niet door [bedrijf H] bij [bedrijf F] was of ingezet en/of het begunstigde rekeningnummer niet het rekeningnummer van [bedrijf H] betrof en/of tussen verdachte en [bedrijf F] een bedrag van €35,00 per gewerkte uur was afgesproken, en/of
C.
-op een factuur van [bedrijf I] (onder andere)
• naam en adres gegevens van [bedrijf F] BV heeft vermeld en/of
• de factuurdatum en/of het factuurbedrag heeft gewijzigd en/of de omschrijving van de factuur heeft gewijzigd door te vermelden dat aan het gebouw van [bedrijf F] aan de Siriusdreef te Hoofddorp een composiet vloer en/of werkzaamheden zijn verricht,
terwijl in werkelijkheid deze factuur gericht was aan verdachte en/of de werkzaamheden, het plaatsen van serre, door [bedrijf I] aan de woning aan de [adres B] te Schiedam waren verricht;
4. [bedrijf J]
(oplichting)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 mei 2017 tot en met 30 september 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een bedrijf (rechtspersoon) te weten [bedrijf J] BV heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten BV tot een (totaal)bedrag van ongeveer € 39.527,73, in elk geval van enig goed of enig geldbedrag, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf J] BV en/of daarbij een email (zogenaamd) afkomstig van gerechtsdeurwaarders/ incassokantoor [naam A] en/of een brief van [naam B] Verzekeringen valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door (onder andere)
• te vermelden dat er een achterstallige betaling van een bedrag van €17.437,71 was en/of
• te vermelden dat dit bedrag met spoed betaald diende te worden en/of
• te vermelden dat indien dit bedrag niet binnen 7 dagen zou worden betaald extra kosten er bij zouden komen en/of
• (daarbij) in de mail en in de brief het rekeningnummer van verdachte te vermelden en/of
• (vervolgens) deze mail en/of de brief in het (boekhoud)systeem van [bedrijf J] te (laten) verwerken;
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf J] BV en/of daarbij een factuur van [bedrijf K] BV met een bedrag van € 22.090,02 (19.308,48 GBP) valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door
• die factuur te voorzien van het bankrekeningnummer van hem, verdachte, en/of
• vervolgens deze factuur in het (boekhoud)systeem van [bedrijf J] te (laten) verwerken;
waardoor voornoemde bedrijf (rechtspersoon) [bedrijf J] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
en/of
(valsheid in geschrifte)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 mei 2017 tot en met 30 september 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
een of meer facturen en/of e-mails en/of brieven valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,
bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
– in een email (zogenaamd) afkomstig van gerechtsdeurwaarders/ incassokantoor [naam A] en/of in een brief van [naam B] Verzekeringen (onder andere) heeft vermeld dat er een achterstallige betaling van een bedrag van €17.437,71 was en/of heeft vermeld dat dit bedrag met spoed betaald diende te worden en/of heeft vermeld dat indien dit bedrag niet binnen 7 dagen zou worden betaald extra kosten er bij zouden komen en/of (daarbij) in de mail en in de brief het rekeningnummer van verdachte heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf J] geen achterstallige betaling aan de [naam B] Verzekeringen had en/of niet het rekeningnummer van de [naam B] Verzekeringen betrof;
– op een factuur van [bedrijf K] BV met een bedrag van € 22.090,02 (19.308,48 GBP) het bankrekeningnummer van hem, verdachte, heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf J] dit bedrag niet verschuldigd was en/of niet het rekeningnummer van de [bedrijf K] BV betrof;
Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
(verduistering in dienstbetrekking)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 mei 2017 tot en met 30 september 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens opzettelijk een of meer hoeveelheden geld, te weten een (totaal)bedrag van 39.527 euro in elk geval (telkens) enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf J] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administratief medewerker en/of als externe medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
5. [bedrijf L] BV
(verduistering in dienstbetrekking)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 september 2016 tot en met 2 december 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens opzettelijk een of meer hoeveelheden geld, te weten een (totaal)bedrag van 74.280 euro in elk geval (telkens) enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf L] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als a.i. V.A.T. coördinator en/of als externe medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
En/of
(valsheid in geschrifte)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 september 2016 tot en met 2 december 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
een of meer facturen en/of e-mails en/of brieven valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
-(telkens) op een of meerdere brieven van de Belastingdienst (onder andere) heeft vermeld dat door [bedrijf L] BV omzetbelasting verschuldigd was en/of daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte heeft vermeld,
terwijl in werkelijkheid [bedrijf L] BV geen omzetbelasting verschuldigd was en/of niet het rekeningnummer van de Belastingdienst betrof;
Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
(oplichting)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 8 september 2016 tot en met 2 december 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een bedrijf (rechtspersoon) te weten [bedrijf L] BV heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten een (totaal)bedrag van ongeveer € 74.280,00 in elk geval van enig goed of enig geldbedrag, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)
zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf L] BV en/of daarbij een of meerdere brieven van de Belastingdienst valselijk opgemaakt en/of vervalst en/of bewerkt door (onder andere )
• in deze brieven te vermelden dat door [bedrijf L] BV omzetbelasting verschuldigd was en/of
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden en/of
• (vervolgens) deze brieven in het (boekhoud)systeem van [bedrijf L] BV te (laten) verwerken;
waardoor voornoemde bedrijf (rechtspersoon) [bedrijf L] BV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
6.
(witwassen)
hij op een of meer verschillende tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 23 mei 2016 tot en met 13 juli 2018 te Hoofddorp en/of Badhoevedorp en/of Zwanenburg, althans gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam en/of Deventer in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader(s) voorwerpen, te weten: een of meer geldbedragen , (ongeveer)
-€ 111.608,- ([bedrijf F]) en/of
-€ 11.491,59 ([bedrijf A] BV) en/of
-€ 39.528,- ([bedrijf J]) en/of
-€ 74.280,- ([bedrijf L]) en/of
-€ 74.794 ([bedrijf B]/[bedrijfsnaam]) en/of
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of
van een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.
2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het onder feit 1 tenlastegelegde geldbedrag van € 1.182,65 dat onderdeel uitmaakt van het in de tenlastelegging opgenomen totaalbedrag van € 11.491,59.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging verzocht verdachte vrij te spreken van het onderdeel dat ziet op het beweerdelijk contant aan verdachte overhandigde geldbedrag van
€ 1.182,65. Voor feit en 2 tot en met 4 heeft de verdediging om verschillende redenen eveneens vrijspraak bepleit. Voor feit 3 is de bepleite vrijspraak beperkt tot de posten die zien op [bedrijf H]. De verdediging heeft ten aanzien van feit 5 vrijspraak van verduistering en gedeeltelijke vrijspraak van valsheid in geschrift en oplichting verzocht.
Oordeel van de rechtbank
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
Bewijsoverwegingen
Feit 2 primair en feit 3
De raadsman heeft in verband met feit 2 primair het verweer gevoerd dat niet vast is komen te staan dat verdachte de betalingen zelf heeft uitgevoerd. Dit is wel een vereiste bij verduistering, nu voor een veroordeling vereist is dat verdachte zich het bedrag heeft toegeëigend, zodat volgens raadsman vrijspraak moet volgen.
Met betrekking tot feit 3 (onderdeel B) heeft de raadsman de vraag opgeworpen of de betalingen aan [bedrijf H] die op rekening van verdachte zouden zijn ontvangen, vergoedingen betreffen voor de door verdachte uitgevoerde werkzaamheden. De verklaring van een vertegenwoordiger van [bedrijf H] duidt er op dat cliënt recht had op de betalingen, aldus de raadsman, hetgeen er – naar de rechtbank begrijpt – toe zou moeten leiden dat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt dat deze feitelijke bewijsverweren hun weerlegging vinden in de in de bijlage onder de feiten 2 primair en 3 opgenomen bewijsmiddelen.
Feit 3 en 4 primair
Met betrekking tot de onder de feiten 3 en 4 primair ten laste gelegde oplichting heeft de raadsman het volgende verweer gevoerd. Dat verdachte zich als bonafide financiële medewerker van het betreffende bedrijf heeft voorgedaan, kan niet als oplichtingsmiddel worden gezien nu niet is komen vast te staan dat verdachte op voorhand de bedoeling heeft gehad zich – als dat het geval is geweest – op wederrechtelijke wijze te bevoordelen ten nadele van de onder die feiten genoemde rechtspersonen ([bedrijf F] en [bedrijf J]).
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De in de rechtspraak wel gebruikte formulering dat een verdachte zich als bonafide deelnemer aan het rechtsverkeer heeft gepresenteerd, in dit geval als (financieel) medewerker van een bedrijf, is met betrekking tot het aannemen van een valse hoedanigheid relevant als zo’n valselijke presentatie als bonafide medewerker berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd is voor een bewezenverklaring van oplichting niet vereist dat bij verdachte als medewerker bij het betreffende bedrijf op voorhand of van meet af aan de criminele intentie moet hebben bestaan zich wederrechtelijk te bevoordelen. Immers, ook strafbaar is de medewerker die pas na verloop van tijd frauduleuze handelingen verricht. In dit geval is bovendien geen sprake van een situatie waarin de onder feiten 3 en 4 primair genoemde rechtspersonen zijn bewogen tot afgifte van gelden door het enkele feit dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide financiële medewerker. Die ‘gepretendeerde kwaliteit’ heeft in strafrechtelijke zin immers nadere invulling gekregen in de verschillende (tenlastegelegde) frauduleuze gedragingen van verdachte, zoals het vervalsen van e-mails en of het valselijk opmaken van facturen waarbij de uitbetaling ten gunste kwam van verdachtes bankrekening en waardoor de bedoelde firma’s zijn bewogen tot afgifte van gelden.
Feit 4 primair
Onder feit 4 primair wordt verdachte kort gezegd het verwijt gemaakt dat hij [bedrijf J] heeft opgelicht door met behulp van valse facturen, brieven en/of e-mails twee grote geldbedragen naar zijn eigen bankrekening over te maken. De raadsman heeft bepleit, zo begrijpt de rechtbank zijn verweer, dat onvoldoende is gebleken dat de twee betalingen zijn geschied op grond van door verdachte bij het bedrijf ingebrachte facturen/stukken, voorzien van zijn eigen rekeningnummer. Dit moet volgens de verdediging leiden tot vrijspraak van de tenlastegelegde oplichting en valsheid in geschrifte.
De rechtbank overweegt dat uit de aangifte van [bedrijf J] volgt dat er twee maal een bedrag vanaf de rekening van [bedrijf J] is overgemaakt naar de bankrekening van verdachte ([rekeningnummer A]). Aan de betaling van het bedrag van € 17.437,71 ligt een van verdachte afkomstige (valse) mail met bijgevoegde (valse) betalingsherinnering van de [naam B] ten grondslag, welke zowel in de administratie van [bedrijf J] (p. 557-558) als op een onder verdachte in beslaggenomen gegevensdrager (p. 398-399) is aangetroffen en waarop verdachtes bankrekeningnummer staat vermeld. Van de tweede betaling bevindt zich in het dossier een in de administratie van [bedrijf J] aangetroffen overschrijving naar de bankrekening van verdachte waarop de omschrijving [bedrijf K] staat vermeld (p. 561). Daarnaast is op een onder verdachte in beslag genomen gegevensdrager een met deze betaling overeenstemmende factuur van dit bedrijf met daarop het bankrekeningnummer van verdachte aangetroffen (p. 400). Gelet op deze (deels onder verdachte aangetroffen) documenten, het feit dat verdachte niet heeft ontkend dat de genoemde bedragen op zijn rekening zijn overgemaakt en hij ook geen verklaring heeft willen geven voor de aan die betalingen ten grondslag liggende (deels) bij hem aangetroffen stukken, is de rechtbank van oordeel dat het redelijkerwijs niet anders kan zijn dan dat deze facturen door toedoen van verdachte in de financiële administratie zijn verwerkt en de grondslag hebben gevormd voor de door [bedrijf J] verrichte betalingen. Het verweer wordt dan ook verworpen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1. [bedrijf A] BV
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 15 juni 2018 tot en met 20 juni 2018 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmermeer, meermalen telkens opzettelijk hoeveelheden geld, te weten een geldbedrag van totaal 10.308,94 euro, dat toebehoorde aan [bedrijf A] BV, en welk goedverdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als boekhouder onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
2. [bedrijf B]
primair
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 23 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 in de gemeente Amsterdam meermalen, telkens opzettelijk hoeveelheden geld, te weten een geldbedrag van totaal 74.794 euro, dat toebehoorde aan [bedrijf B] Ltd (voormalig [bedrijfsnaam]) en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als Account Payable Manager , onder zich had telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
3. [bedrijf F]
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2018 tot en met 29 mei 2018 te Hoofddorp, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en een of meer listige kunstgrepen, een bedrijf (rechtspersoon), te weten [bedrijf F] BV heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten:
een totaalbedrag van ongeveer € 111.607,58, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk (telkens)
A.
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en daarbij facturen ten name van [bedrijf G] BV Aannemersbedrijf valselijk opgemaakt door (onder andere)
• in deze facturen te doen voorkomen en te vermelden dat [bedrijf G] Bv bouwwerkzaamheden aan het pand van [bedrijf F] heeft verricht en
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden, en
• vervolgens (middels een mail) een medewerker van [bedrijf F] opdracht te geven en die medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken en
B.
-zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en daarbij facturen ten name van [bedrijf H] valselijk opgemaakt door (onder andere)
• in deze facturen te doen voorkomen en te vermelden dat verdachte door [bedrijf H] bij [bedrijf F] ingezet en
• daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte te vermelden, en
• daarbij telkens een bedrag van €67,50 en €47,50 per gewerkte uur te vermelden,
C.
– zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf F] BV en daarbij een factuur van [bedrijf I] valselijk opgemaakt door (onder andere )
• naam en adres gegevens van hem, verdachte, te veranderen in [bedrijf F] BV en
• de factuurdatum en het factuurbedrag te wijzigen en
• in de omschrijving van de factuur te doen voorkomen dat de werkzaamheden aan het gebouw van [bedrijf F] zijn verricht,
• (vervolgens) een medewerker te vragen deze facturen in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken en/of deze factuur in het (boekhoud)systeem van [bedrijf F] te (laten) verwerken,
waardoor voornoemde bedrijf (rechtspersoon) [bedrijf F] BV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
en hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2018 tot en met 29 mei 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
facturen en e-mails en brieven valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
A.
– telkens op facturen ten name van [bedrijf G] BV Aannemersbedrijf onder andere
• de naam en het adres van [bedrijf F] heeft vermeld en
• op deze facturen heeft vermeld dat [bedrijf G] BV bouwwerkzaamheden aan het pand van [bedrijf F] heeft verricht en
• daarbij telkens als het begunstigde rekeningnummer zijn, verdachtes, rekeningnummer heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf G] BV geen werkzaamheden voor [bedrijf F] had verricht en het begunstigde rekeningnummer niet het rekeningnummer van de [bedrijf G] BV betrof en
B.
– telkens op facturen ten name van [bedrijf H] (onder andere)
• de naam en het adres van [bedrijf F] heeft vermeld en
• heeft vermeld dat verdachte door [bedrijf H] bij [bedrijf F] was ingezet en
• daarbij telkens als het begunstigde rekeningnummer zijn, verdachtes, rekeningnummer heeft vermeld, en
• daarbij telkens een bedrag van €67,50 en €47,50 per gewerkte uur heeft vermeld,
terwijl in werkelijkheid verdachte niet door [bedrijf H] bij [bedrijf F] was ingezet en het begunstigde rekeningnummer niet het rekeningnummer van [bedrijf H] betrof en tussen verdachte en [bedrijf F] een bedrag van €35,00 per gewerkte uur was afgesproken, en
C.
– op een factuur van [bedrijf I] (onder andere)
• naam en adres gegevens van [bedrijf F] BV heeft vermeld en
• de factuurdatum en het factuurbedrag heeft gewijzigd en de omschrijving van de factuur heeft gewijzigd door te vermelden dat aan het gebouw van [bedrijf F] aan de Siriusdreef te Hoofddorp een composiet vloer en werkzaamheden zijn verricht, terwijl in werkelijkheid deze factuur gericht was aan verdachte en/of de werkzaamheden, het plaatsen van serre, door [bedrijf I] aan de woning aan de [adres B] te Schiedam waren verricht.
4. [bedrijf J]
primair
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 8 mei 2017 tot en met 30 september 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, meermalen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en een of meer listige kunstgrepen, een bedrijf (rechtspersoon) te weten [bedrijf J] BV heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten tot een (totaal)bedrag van ongeveer €39.527,73, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid (telkens)
– zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf J] BV en daarbij een email (zogenaamd) afkomstig van gerechtsdeurwaarders/ incassokantoor [naam A] en een brief van [naam B] Verzekeringen valselijk opgemaakt door (onder andere)
• te vermelden dat er een achterstallige betaling van een bedrag van €17.437,71 was en
• te vermelden dat dit bedrag met spoed betaald diende te worden en
• te vermelden dat indien dit bedrag niet binnen 7 dagen zou worden betaald extra kosten er bij zouden komen en
• (daarbij) in de e-mail en in de brief het rekeningnummer van verdachte te vermelden en
• (vervolgens) deze e-mail en de brief in het (boekhoud)systeem van [bedrijf J] te (laten) verwerken;
– zich voorgedaan als bonafide (financiële) medewerker van [bedrijf J] BV en daarbij een factuur van [bedrijf K] BV met een bedrag van €22.090,02 (19.308,48 GBP) valselijk opgemaakt door
• die factuur te voorzien van het bankrekeningnummer van hem, verdachte, en
• vervolgens deze factuur in het (boekhoud)systeem van [bedrijf J] te (laten) verwerken, waardoor voornoemde bedrijf (rechtspersoon) [bedrijf J] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
en
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 8 mei 2017 tot en met 30 september 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
facturen en e-mails en brieven valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om die als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
– in een e-mail (zogenaamd) afkomstig van gerechtsdeurwaarders/ incassokantoor [naam A] en in een brief van [naam B] Verzekeringen (onder andere) heeft vermeld dat er een achterstallige betaling van een bedrag van €17.437,71 was en heeft vermeld dat dit bedrag met spoed betaald diende te worden en heeft vermeld dat indien dit bedrag niet binnen 7 dagen zou worden betaald extra kosten er bij zouden komen en (daarbij) in de mail en in de brief het rekeningnummer van verdachte heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf J] geen achterstallige betaling aan de [naam B] Verzekeringen had en niet het rekeningnummer van de [naam B] Verzekeringen betrof;
-op een factuur van [bedrijf K] BV met een bedrag van €22.090,02 (19.308,48 GBP) het bankrekeningnummer van hem, verdachte, heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf J] dit bedrag niet verschuldigd was en niet het rekeningnummer van de [bedrijf K] BV betrof.
5. [bedrijf L] BV
primair
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 8 september 2016 tot en met 2 december 2016 te Hoofddorp meermalen telkens opzettelijk hoeveelheden geld, te weten een (totaal)bedrag van 74.280 euro, dat toebehoorde aan [bedrijf L] BV, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als a.i. V.A.T. coördinator en als externe medewerker onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend
en
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 8 september 2016 tot en met 2 december 2016 te Hoofddorp, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
facturen en e-mails en brieven valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
-(telkens) op meerdere brieven van de Belastingdienst (onder andere) heeft vermeld dat door [bedrijf L] BV omzetbelasting verschuldigd was en daarbij telkens het rekeningnummer van hem, verdachte heeft vermeld, terwijl in werkelijkheid [bedrijf L] BV geen omzetbelasting verschuldigd was en het niet het rekeningnummer van de Belastingdienst betrof.
6.
hij op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 23 mei 2016 tot en met 13 juli 2018 te Hoofddorp en/of Badhoevedorp en/of Zwanenburg en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland meermalen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, voorwerpen, te weten geldbedragen van (ongeveer)
-€ 111.608,- ([bedrijf F]) en
-€ 10.308,94 ([bedrijf A] BV) en
-€ 39.528,- ([bedrijf J]) en
-€ 74.280,- ([bedrijf L]) en
-€ 74.794 ([bedrijf B]/[bedrijfsnaam]) en
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet, en van een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.
feit 2 primair:
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd
feit 3:
oplichting, meermalen gepleegd
en
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
feit 4 primair:
oplichting, meermalen gepleegd
en
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
feit 5 primair:
oplichting, meermalen gepleegd
en
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
feit 6:
gewoontewitwassen
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.
5Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
6Motivering van de sancties
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Aan verdachte dient voorts een beroepsverbod voor de duur van vijf jaar als bijkomende straf te worden opgelegd. Het betreft het verbod functies in de financiële administratie uit te voeren. Tevens dient de rechterlijke uitspraak openbaar te worden gemaakt. Daarnaast dienen de inbeslaggenomen goederen te worden geretourneerd aan de uitgevende instantie.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – zakelijk samengevat – bepleit aansluiting te zoeken bij de LOVS- oriëntatiepunten, waarbij als uitgangspunt het totale benadelingsbedrag van € 311.701,32 heeft te gelden. Daarnaast heeft hij gewezen op het vonnis in een zaak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2018:7383). Gelet op die zaak is de eis van de officier van justitie buitensporig hoog, aldus de raadsman.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte en de reclasseringsrapportages van 10 oktober 2018 en 27 februari 2019 die over verdachte zijn opgemaakt.
De hoofdstraf
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren in verschillende functies bij diverse bedrijven schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, verduistering in dienstbetrekking en oplichting. Hij heeft diverse facturen valselijk opgemaakt en zich door bedrijven waarvoor hij werkzaam was, laten uitbetalen op zijn bankrekening. Ook heeft hij valse e-mailberichten opgesteld met daarin betalingsopdrachten. Ook deze betalingen belandden vervolgens op de rekening van verdachte. Op die wijze heeft verdachte ten onrechte honderdduizenden euro’s verkregen, zoals volgt uit de bewezenverklaring.
De rechtbank acht deze feiten bijzonder ernstig nu verdachte daarmee het vertrouwen van zijn toenmalige werkgevers en (directe) collega’s ernstig heeft geschonden. Door de geraffineerde handelwijze van verdachte heeft hij de betreffende bedrijven bovendien forse financiële schade toegebracht. De benadeelde bedrijven hebben er ook werk aan gehad om na te gaan wat er als gevolg van het handelen van verdachte precies was gebeurd en om welke bedragen het ging. Verdachte heeft de betreffende bedrijven dus niet alleen financiële schade toegebracht maar ook nog eens aanzienlijke overlast bezorgd. Daarnaast heeft verdachte er een gewoonte van gemaakt de diverse onrechtmatig verkregen geldbedragen wit te wassen.
Ten nadele van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij eerder voor fraudedelicten is veroordeeld. Kennelijk heeft ook de eerdere oplegging van een (voorwaardelijke) gevangenisstraf verdachte niet kunnen weerhouden van het voortzetten van een crimineel gedragspatroon. Evenmin heeft verdachte (de volledige) verantwoordelijkheid genomen voor de bewezenverklaarde feiten. Dit geeft er geen blijk van dat verdachte inmiddels het kwalijke van zijn handelen inziet.
De ernst van de feiten rechtvaardigt een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank heeft daarbij als uitgangspunt genomen de oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarbij zij ook conform die oriëntatiepunten is uitgegaan van het benadelingsbedrag. In strafverzwarende zin heeft de rechtbank vervolgens meegewogen de recidive en de omstandigheid dat het om meerdere strafbare feiten over een langere periode gaat.
De rechtbank komt tot oplegging van een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. De gevorderde gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar acht de rechtbank niet passend, onder meer in aanmerking nemend de gevangenisstraffen die in vergelijkbare gevallen zijn of plegen te worden opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Met die straf kan het strafdoel van proportionele vergelding in voldoende mate worden gewaarborgd.
Gevorderd beroepsverbod
Als bijkomende straf heeft de officier van justitie de ‘ontzetting uit beroep’ gevorderd. Verdachte zou voor een periode van vijf jaar niet meer in functies binnen de financiële administratie mogen werken. Hoe begrijpelijk de gevorderde bijkomende straf ook is tegen de achtergrond van de bewezen verklaarde feiten, de rechtbank acht een dergelijk functieprofiel zodanig algemeen en onvoldoende concreet om een dergelijke ingrijpende sanctie, mede met oog op de handhaving ervan, op te kunnen leggen. Daarbij komt dat uit het dossier blijkt dat verdachte vanuit verschillende functies betalingen heeft verricht, waartoe hij niet gerechtigd was, zodat van een beroepsverbod in dit geval minder effect te verwachten valt.
Openbaarmaking rechterlijke uitspraak
Wel zal de rechtbank de officier van justitie volgen in zijn eis tot openbaarmaking van de uitspraak. Er is immers voldaan aan het in de wet gestelde criterium van artikel 339 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), nu verdachte wordt veroordeeld voor het misdrijf in artikel 326 Sr. Nadat het vonnis onherroepelijk is geworden, moet het vonnis op http://www.rechtspraak.nl gepubliceerd worden, zonder dat de personalia van verdachte worden geanonimiseerd. Het is aan het Openbaar Ministerie om het vonnis na het onherroepelijk worden aan te bieden aan de redactie van http://www.rechtspraak.nl.
7Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[bedrijf A] B.V.
[gemachtigde A] heeft namens [bedrijf A] B.V. als benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding van € 11.508,94 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit is geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
De raadsman van verdachte heeft de vraag opgeworpen of [gemachtigde A] wel bevoegd is om
namens [bedrijf A] B.V. een vordering te doen, nu de vordering daarover geen informatie geeft.
Om die reden verzoekt de raadsman de vordering niet ontvankelijk te verklaren. De
rechtbank overweegt als volgt. De vordering is ingediend zonder dat zich in het dossier
een uittreksel van de Kamer van Koophandel of een machtiging bevindt waaruit volgt dat De
Bruijn daartoe bevoegd was. De aangifte houdt in dat [gemachtigde A] werkzaam is bij [bedrijf A] B.V.
als boekhouder en door de eigenaar is gemachtigd tot het doen van aangifte. Een schriftelijke
machtiging is bij de aangifte gevoegd. Het verweer houdt slechts in de algemene stelling dat
niet blijkt dat [gemachtigde A] bevoegd is de vordering in te dienen. Enig concreet bezwaar tegen
de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [gemachtigde A] tot het indienen van een vordering
ontbreekt. Nu er geen aanwijzingen zijn van het tegendeel en [gemachtigde A] gemachtigd was tot
het doen van aangifte, gaat de rechtbank ervan uit dat [gemachtigde A] eveneens bevoegd was tot
het indienen van een vordering. De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering.
De rechtbank is van oordeel dat de schade zoals gevorderd rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. bewezen verklaarde feit, met uitzondering van het bedrag van €1.200,- aan gevorderd kasgeld. De rechtbank heeft dat onderdeel niet bewezen verklaard. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 10.308,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2018. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
[bedrijf B] Ltd
De advocaat van [bedrijf B] Ltd, te weten A. Verbruggen, heeft verzocht aan de officier van
justitie te vorderen dat de maatregel ex art 36f zal worden opgelegd. Verdachte is reeds bij
vonnis van de civiele rechter op 20 september 2017 veroordeeld tot het betalen van een
bedrag van € 74.794,94 aan schadevergoeding aan [bedrijf B] Ltd.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen onder feit 2 primair aanleiding ter zake van de genoemde kosten, als toegewezen door de civiele rechter, de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
[bedrijf F] Holding B.V.
[gemachtigde B] heeft namens [bedrijf F] Holding B.V. als benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding van € 137.749,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die als gevolg van de onder 3. ten laste gelegde feiten is geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.
De raadsman van verdachte heeft de vraag opgeworpen of [gemachtigde B] wel bevoegd is om
namens [bedrijf F] Holding B.V. een vordering te doen, nu de vordering daarover geen
informatie geeft. Om die reden verzoekt de raadsman de vordering niet ontvankelijk te
verklaren. De rechtbank overweegt als volgt. De vordering is ingediend zonder dat zich in
het dossier een uittreksel van de Kamer van Koophandel of een machtiging bevindt waaruit
volgt dat [gemachtigde B] daartoe bevoegd was. Het verweer houdt in de algemene stelling dat
niet blijkt dat [gemachtigde B] bevoegd is de vordering in te dienen.
De rechtbank stelt vast dat [gemachtigde B] werkzaam is bij [bedrijf F] aangezien zij de overeenkomst van opdracht (p. 490) met verdachte (als opdrachtnemer) namens [bedrijf F] op 31 januari 2018 heeft ondertekend. Enig concreet bezwaar tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [gemachtigde B] tot het indienen van een vordering ontbreekt. Nu er geen aanwijzingen zijn van het tegendeel, gaat de rechtbank ervan uit dat [gemachtigde B]
eveneens bevoegd was tot het indienen van een vordering. De benadeelde partij is
ontvankelijk in de vordering.
De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 115.170,42 (€ 111.607,55 aan ten onrechte op rekening van verdachte overgeboekte geldbedragen en € 3.562,84 aan advocaatkosten) rechtstreeks voortvloeit uit de onder 3. bewezen verklaarde feiten.
De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 115.170,42 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2018.
De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
[bedrijf L] B.V.
[gemachtigde C] heeft namens [bedrijf L] B.V. als benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding van € 86.139,67 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die als gevolg van de onder 5. ten laste gelegde feiten is geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.
De rechtbank is van oordeel dat de schade zoals gevorderd rechtstreeks voortvloeit uit de onder 5 primair bewezen verklaarde feiten, behoudens de kosten van de externe accountantscontrole van Deloitte Nederland. Voor dat deel van de kosten geldt dat de rechtbank van oordeel is dat in het licht van de gemotiveerde betwisting namens verdachte niet is onderbouwd dat dat rechtstreekse schade betreft. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 74.280,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
2 december 2016 en voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
8Beslag
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggeven voorwerpen (rijbewijs en paspoort) dienen te worden teruggegeven aan de uitgevende instantie.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikelen 36f, 57, 225, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
10Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de onder 3.4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG [30] MAANDEN.
Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de openbaarmaking van dit vonnis na het onherroepelijk worden daarvan, met vermelding van de personalia van verdachte, door publicatie ervan op http://www.rechtspraak.nl, waartoe het Openbaar Ministerie dit vonnis dient aan te bieden aan de redactie van voornoemde website.
Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie:
– een rijbewijs en een paspoort.
[bedrijf A] B.V.
Wijst toe de door [bedrijf A] B.V. ingediende vordering tot vergoeding van de door haar geleden schade tot een bedrag van € 10.308,94, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan benadeelde partij voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.
Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [bedrijf A] B.V. de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.308,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door (86) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
[bedrijf B] Ltd
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [bedrijf B] Ltd
de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 74.794,94, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door (365) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
[bedrijf F] Holding B.V.
Wijst toe de door [bedrijf F] Holding B.V. ingediende vordering tot vergoeding van de door haar geleden schade tot een bedrag van € 115.170,42 , en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan benadeelde partij voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.
Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [bedrijf F] Holding B.V. de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 115.170,42 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door (365) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
[bedrijf L] B.V.
Wijst toe de door [bedrijf L] B.V. ingediende vordering tot vergoeding van de door haar geleden schade tot een bedrag van € 74.280,45, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan benadeelde partij voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [bedrijf L] B.V. de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 74.280,45, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door (365) dagen gijzeling, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 december 2016. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,
mr. E.M. ten Bos en mr. M.D. Gunster, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Zeeman,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 maart 2020.
de oudste en jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...