ECLI:NL:RBNHO:2021:6007 Rechtbank Noord-Holland , 16-07-2021 / 15.272306.20

Vrijspraak voor brandstichting

Source officielle

6 min de lecture 1 203 mots

Inhoudsindicatie. Vrijspraak voor brandstichting

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.272306.20 (P)

Uitspraakdatum: 16 juli 2021

Tegenspraak ex artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 juli 2021 in de zaak tegen:

[verdachte]

,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.P. Visser en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. T.H. Kapinga, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

1Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 29 oktober 2020 te Purmerend in een woning gelegen aan de [straatnaam] (te Purmerend) opzettelijk brand heeft gesticht door (open) vuur in aanraking te brengen met (een grote hoeveelheid) kleding en/of papier en/of andere (brandbare) goederen (in de gang van die woning), althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan de inboedel van die woning en/of die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor

– de woning en/of de inboedel van die woning ([straatnaam];

en/of

– de belendende woningen en/of inboedels van die woningen [straatnaam] nrs. 2, 6 en 8), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor

– de in die belendende woningen ([straatnaam] nrs. 2, 6 en 8) aanwezige personen, in elk geval levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen,

te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 29 oktober 2020 te Purmerend grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam in een woning, gelegen aan de [straatnaam] (te Purmerend), (open) vuur in aanraking heeft gebracht met (een grote hoeveelheid) kleding en/of papier en/of andere (brandbare) goederen (in de gang van die woning), althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest dat de inboedel van die woning en/of die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daardoor gemeen gevaar voor

– de woning en/of de inboedel van die woning ([straatnaam]);

en/of

– de belendende woningen en/of inboedels van die woningen ([straatnaam] nrs. 2, 6 en 8),

in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor

– de in die belendende woningen ([straatnaam] nrs. 2, 6 en 8) aanwezige personen, in elk geval levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, ontstond.

2Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde en daartoe – samengevat – aangevoerd dat de feiten en omstandigheden zoals deze uit het dossier blijken, maken dat het niet anders kan dan dat verdachte de brand in de woning heeft gesticht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met een proeftijd van twee jaren en met oplegging van de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In de ochtend van 29 oktober 2020 maakt getuige [getuige], onderweg naar zijn werk, melding van brand in de woning op het adres [straatnaam] te Purmerend. Verbalisant [verbalisant] arriveert omstreeks 6:18 uur op de [straatnaam] en ziet vlammen uit genoemde woning komen. De hoofdbewoonster van de woning, verdachte, blijkt dan niet in de woning aanwezig te zijn.

Verdachte heeft die ochtend omstreeks 5:45 uur telefonisch contact met een vriendin ([vriendin]) en zegt tegen haar dat zij, verdachte, geen tijd heeft om te bellen omdat zij haar bus moet halen. Omstreeks 6:19 uur is met de OV-chipkaart, die verdachte in gebruik had, ingecheckt bij bushalte Churchilllaan, gelegen op ongeveer 3 minuten en 40 seconden lopen van haar woning.

Verdachte ontkent de brand te hebben gesticht en heeft in een door haar raadsman overgelegde schriftelijke verklaring opgenomen dat zij die ochtend vroeg was vertrokken naar haar dochter om haar hond op te halen. De dochter van verdachte heeft bevestigd dat verdachte de hond die ochtend volgens afspraak heeft opgehaald. Ook de locatiegegevens van de telefoon van verdachte komen overeen met een reis van Purmerend naar Amsterdam die ochtend

Hoewel, met name gelet op het tijdsverloop tussen de hiervoor beschreven gebeurtenissen, een ernstige verdenking jegens verdachte is gerezen dat verdachte die kort voor de brand nog in haar woning was, degene is geweest die de brand in de woning aan de [straatnaam] te Purmerend heeft veroorzaakt, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een veroordeling van verdachte te komen.

Weliswaar wordt in het proces-verbaal betreffende het forensisch onderzoek geconcludeerd dat het brandbeeld slechts kan worden verklaard doordat er vuur is gebracht of achtergelaten in de hal van de woning, maar informatie over de wijze waarop het vuur in de woning is ontstaan (en of verdachte daartoe enige handeling heeft verricht) ontbreekt. Voorts is het gebruik van een brandversnellend middel niet aannemelijk geworden.

In een nader opgemaakt proces-verbaal wordt de mogelijkheid genoemd dat een brandende sigaret onder de juiste omstandigheden de brand zou kunnen hebben veroorzaakt. Bij verdachte worden bij haar aanhouding echter geen sigaretten aangetroffen en er bevinden zich ook voor het overige geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte zou roken of die ochtend in het bezit zou zijn geweest van sigaretten. Bij het onderzoek zijn evenmin sigarettenpeuken aangetroffen.

Nu het onderzoek geen duidelijkheid geeft omtrent de wijze waarop de brand in de woning is ontstaan, kan niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte (al dan niet opzettelijk) (open) vuur in aanraking heeft gebracht met brandbare goederen of stoffen.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal verdachte worden vrijgesproken van het zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde.

4Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door,

mr. M. Visser, voorzitter,

mr. J.J.M. Uitermark en mr. C. Maas, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.A.K. Ramdjan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2021.

Mr. J.J.M. Uitermark is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.