ECLI:NL:RBNHO:2024:508 Rechtbank Noord-Holland , 01-02-2024 / 10829170 \ CV EXPL 23-4015
Verstek. Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Met betrekking tot de algemene voorwaarden is de kantonrechter voornemens om artikel 5 lid 3 en lid 4 van de Algemene Voorwaarden van Allcar Autoverhuur te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. De eisende partij krijgt de geleg...
7 min de lecture · 1 424 mots
Inhoudsindicatie. Verstek. Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Met betrekking tot de algemene voorwaarden is de kantonrechter voornemens om artikel 5 lid 3 en lid 4 van de Algemene Voorwaarden van Allcar Autoverhuur te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover bij akte uit te laten.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10829170 \ CV EXPL 23-4015
Uitspraakdatum: 1 februari 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Allcar Autoverhuur B.V.
gevestigd te Purmerend
de eisende partij
gemachtigde: Wiggers Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland en daarbuiten,
maar met briefadres hebbende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 5.827,79, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.661,00. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en de nakosten.
(Pre)contractuele informatieplichten
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
Ambtshalve toetsing algemene voorwaarden van Allcar Autoverhuur (hierna: Algemene Voorwaarden)
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de
Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of bedingen, waaraan een consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. In dat geval moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, met de bedoeling dat de consument erop kan vertrouwen dat de ‘kleine lettertjes’ niet oneerlijk voor hem uitpakken – en dat hij wordt beschermd als hij zijn handtekening heeft gezet onder een overeenkomst waarin oneerlijke bedingen blijken te zijn opgenomen.
De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat het gaat om een beoordeling van de bedongen afspraken, die de rechten en plichten van partijen over en weer vastleggen en waar de consument door het sluiten van de overeenkomst contractueel aan kan worden gehouden. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. De omstandigheid dat een eisende partij alleen een beroep doet op wettelijke bepalingen ontslaat de kantonrechter namelijk niet van de verplichting om ambtshalve te toetsen. In dat laatste geval heeft de eisende partij ook geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding. Dat geldt voor de gevorderde hoofdsom, maar ook voor bijkomende vorderingen, zoals de gevorderde vergoedingen voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten of rente.
Samenvattend moet de kantonrechter in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Buitengerechtelijke incassokosten
De eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 5 lid 4 van de Algemene Voorwaarden is daarover een beding opgenomen. De kantonrechter moet dus beoordelen of het genoemde artikel in de Algemene Voorwaarden oneerlijk is ten opzichte van de gedaagde partij.
Artikel 5 lid 4 luidt als volgt:
“Indien huurder ook na sommatie in gebreke blijft het verschuldigde bedrag te betalen, is hij daarenboven gehouden tot vergoeding van incassokosten. Onder incassokosten wordt verstaan alle kosten die verhuurder in en buiten rechte maakt voor de invordering van het verschuldigde bedrag met een minimum van 15% van het verschuldigde bedrag dan wel, indien het verschuldigde bedrag kleiner is dan € 500,- (excl. BTW), met een minimum van
€ 75,- (excl. BTW).
De bedongen vergoeding als bedoeld in artikel 5 lid 4 van de Algemene Voorwaarden is niet conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vergoeding in artikel 5 lid 4 van de Algemene Voorwaarden is immers hoger dan de vergoeding die volgt uit het Besluit. In artikel 2 lid 1 van het Besluit is opgenomen dat bij een gevorderde hoofdsom van € 2.500 de vergoeding voor de kosten 10% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering bedraagt, met een minimum van € 40,00. Volgens de tekst van het beding in de Algemene Voorwaarden zijn de incassokosten al verschuldigd zodra de consument ‘na sommatie in gebreke blijft’, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. Artikel 5 lid 4 van de Algemene Voorwaarden is dan ook onduidelijk geformuleerd, waardoor het voor consumenten onmogelijk is om te weten waar zij contractueel aan kunnen worden gehouden.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om het beding te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Rente
De eisende partij maakt (ook) aanspraak op vergoeding van de rente. In artikel 5 lid 3 van de Algemene Voorwaarden is daarover een beding opgenomen.
Artikel 5 lid 3 luidt als volgt:
“Betaling dient, tenzij anders is overeengekomen, onmiddellijk na ommekomst van de huurtermijn te geschieden. Indien huurder niet op tijd betaalt, is hij van rechtswege in verzuim. Vanaf de datum van verzuim is huurder over het openstaande bedrag de wettelijke rente, vermeerderd met 3 % op jaarbasis verschuldigd, waarbij een gedeelte van de maand als een maand geldt.”
Uit het beding lijkt te volgen dat er bovenop de wettelijke rente een bedongen bedrag van 3% op jaarbasis verschuldigd is. De wettelijke rente voor consumentenovereenkomsten, die in het algemeen eerlijk wordt geacht, is vele malen lager dan de bedongen rente, zoals volgt uit het rentebeding. Een rechtvaardiging voor dit verschil is niet gesteld of gebleken. Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Dit beding wordt om die reden vermoed oneerlijk te zijn ten opzichte van de consument en de kantonrechter is daarom voornemens het rentebeding ambtshalve te vernietigen. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten. De kantonrechter begrijpt dat de eisende partij de verschuldigde wettelijke rente aan zijn vordering ten grondslag legt, maar gelet op wat in 2.6. is overwogen, kan die vordering niet worden toegewezen als het rentebeding in de algemene voorwaarden oneerlijk is.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 29 februari 2024 om zich bij akte uit te laten over wat in rechtsoverweging 2.10. en 2.14. is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Voetnoten
- Dat volgt uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) en 8 december 2022 (ECLI:EU:C:2022:971).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...