ECLI:NL:RBNHO:2025:10068 Rechtbank Noord-Holland , 16-07-2025 / 11007824 \ CV EXPL 24-1989
Luchtvaart. Ontvankelijkheidsverweer slaagt niet. De passagiers hebben gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat sprake is van een vertraging van meer dan drie uur, zodat de vordering toewijsbaar is. Het verweer dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, slaagt evenmin.
7 min de lecture · 1 359 mots
Inhoudsindicatie. Luchtvaart. Ontvankelijkheidsverweer slaagt niet. De passagiers hebben gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat sprake is van een vertraging van meer dan drie uur, zodat de vordering toewijsbaar is. Het verweer dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, slaagt evenmin.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11007824 \ CV EXPL 24-1989
Uitspraakdatum: 16 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
4. [eiser 4]pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2],
allen wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
De zaak in het kort
Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder slaagt niet, omdat de kantonrechter van oordeel is dat voldoende aannemelijk is dat de passagiers Yource B.V. hebben gevolmachtigd om deze procedure namens hen te voeren.
De vordering tot compensatie is toewijsbaar, omdat de passagiers – tegenover de blote betwisting van de vervoerder – gemotiveerd hebben gesteld en onderbouwd dat de vlucht in kwestie met meer dan drie uur vertraging is uitgevoerd en de vervoerder verder geen verweer heeft gevoerd tegen deze vordering.
Het verweer dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, houdt daarnaast geen stand. In het onderhavige geval is het aannemelijk dat de vervoerder ook buiten rechte niet tot betaling van de compensatie zou zijn overgegaan.
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek;
– de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador International Airport, Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht).
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Passagier sub 2 en sub 4 zijn door de kantonrechter gemachtigd om de procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren.
3Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;
– € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
– de proceskosten en de nakosten.
Voorts verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Verordening).
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier, (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de passagiers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, omdat Yource B.V. niet bevoegd is deze procedure namens hen te voeren. Verder betwist de vervoerder dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Ook voert de vervoerder aan dat hij niet gehouden is tot het voldoen van de nevenvorderingen, omdat hij rauwelijks is gedagvaard. Daarom moeten de vorderingen worden afgewezen.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Het niet-ontvankelijkheidsverweer slaagt niet
De vervoerder betwist primair dat de passagiers Yource B.V. hebben gemachtigd om hen in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij voert aan dat de handtekeningen op de overgelegde machtigingen niet overeenkomen met de handtekeningen in de paspoorten van de passagiers.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen van de passagiers op de volmachten voldoende overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten. De kantonrechter vindt het dan ook voldoende aannemelijk dat Yource B.V. is gemachtigd om deze procedure namens de passagiers te voeren. Dit geldt eveneens voor de volmachten die passagier sub 2 en passagier sub 4 hebben overgelegd ten aanzien van hun minderjarige kinderen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder slaagt daarom niet.
De gevorderde compensatie is toewijsbaar
Tegenover de blote betwisting van de vervoerder hebben de passagiers gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat de vlucht in kwestie met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. Nu de vervoerder verder geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vordering tot compensatie, zal deze worden toegewezen.
Voor zover de vervoerder verder aanvoert dat hij geen wettelijke rente is verschuldigd, omdat hij niet in verzuim verkeert, houdt dit verweer evenmin stand. De passagiers hebben de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van de passagiers doen hier niet aan af.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 21 juli 2022, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
De vervoerder is niet rauwelijks gedagvaard
De vervoerder voert aan dat de gevorderde wettelijke rente en kosten moeten worden afgewezen, nu hij voor de dagvaarding van 27 februari 2024 niet bekend zou zijn met een aanspraak van de passagiers op compensatie (en dus rauwelijks is gedagvaard). Vast staat dat de vervoerder verweer heeft gevoerd tegen de hoofdvordering van de passagiers. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de vervoerder, indien zou komen vast te staan dat de vervoerder ook buiten rechte bekend had kunnen zijn met de vorderingen van de passagiers, het verweer ten aanzien van de hoofdvordering ook buiten rechte zou hebben aangevoerd. Hieruit volgt dat de vervoerder zowel binnen als buiten de gerechtelijke procedure niet voornemens was de compensatie en de wettelijke rente te voldoen. Het verweer van de vervoerder slaagt daarom niet.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
De gevorderde afgifte van het certificaat ex artikel 53 EEX-Vo 1215/2012 wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.
5De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2022 tot aan de dag van voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 248,00;
salaris gemachtigde € 270,00;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Voetnoten
- Op grond van artikel 1:253k jo 3:149 van het Burgerlijk Wetboek.
- gelet op artikel 6:83 sub b BW.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...