ECLI:NL:RBNHO:2025:11200 Rechtbank Noord-Holland , 13-01-2025 / C/15/360929 / JU RK 25-51
Spoeduithuisplaatsing.
4 min de lecture · 846 mots
Inhoudsindicatie. Spoeduithuisplaatsing.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/360929 / JU RK 25-51
Datum uitspraak: 13 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting JB & JR te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de GI op 13 januari 2025;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 14 januari 2025.
2De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
3Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de gezaghebbende vader te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlenen.
4De beoordeling
Uit de beschikking van 7 oktober 2024 waarmee de kinderen onder toezicht zijn gesteld blijkt dat de ondertoezichtstelling onder meer is bedoeld om zicht te krijgen op de (concrete) veiligheid van de kinderen, op de opvoedsituatie bij de beide ouders en op de opvoedvaardigheden van de ouders en om te onderzoeken in hoeverre de ouders voldoende tegemoet kunnen komen aan de opvoedvraag van de kinderen.
Uit de telefonische toelichting op het verzoek van de GI blijkt dat de moeder in de nacht van 6 op 7 januari 2025 een suïcidepoging heeft gedaan. In verband daarmee zijn de kinderen bij de grootouders van moederszijde ondergebracht. De grootouders hebben te kennen gegeven dat de opvang van de kinderen te zwaar voor hen is. Zij kunnen de kinderen morgenochtend nog naar school brengen en dan houdt het voor hen op. De vader acht zich in staat om de verzorging en opvoeding van de kinderen voorlopig volledig voor zijn rekening te nemen. Hij heeft op zijn werk afspraken gemaakt om dat mogelijk te maken. De kinderen kunnen vanuit de woning bij vader naar hun vertrouwde school blijven gaan. De moeder ziet niet in wat het probleem is.
De kinderrechter is van oordeel dat op basis van de door de GI verstrekte informatie een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing per direct noodzakelijk is in het belang van de kinderen. Gezien de labiele toestand van de moeder en haar gebrek aan probleembesef, is de kinderrechter van oordeel dat zij op dit moment niet in staat is om adequaat voor de kinderen te zorgen. Omdat ook de grootouders de opvang van de kinderen niet langer aankunnen, is het dringend gewenst dat de vader voorlopig de zorg voor de kinderen op zich neemt. De vader heeft verklaard dat hij open staat voor ambulante spoedhulp en/of eventuele andere ondersteuning in zijn thuissituatie. Gezien de doelen van de ondertoezichtstelling, acht de kinderrechter de bereidheid van de vader om hulpverlening te ontvangen van essentieel belang.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] en [de minderjarige 2], geboren op
[geboortedatum] in [plaats] bij de gezaghebbende vader met ingang van 13 januari 2025 voor de duur van 4 weken;
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting op [zittingsdatum] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, aan Kruseman van Eltenweg 2.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, op
13 januari 2025 en schriftelijk vastgelegd en ondertekend door mr. E.G. van Roest, kinderrechter, op 14 januari 2025 in tegenwoordigheid van A.B. Verweij als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Voetnoten
- Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...