ECLI:NL:RBNHO:2025:12460 Rechtbank Noord-Holland , 13-08-2025 / 11293834
Het is niet gebleken dat het na de geplande vertrektijd van de aansluitende vlucht nog mogelijk was om in te stappen. De conclusie is dat de passagiers een feitelijke overstaptijd van slechts zeven minuten hadden, waardoor het voor hen onmogelijk was om de aansluitende vlucht te halen. Dit was niet anders geweest als de vervoerder een overstaptijd had gehanteerd die tien (of zelfs twintig) minu...
5 min de lecture · 914 mots
Inhoudsindicatie. Het is niet gebleken dat het na de geplande vertrektijd van de aansluitende vlucht nog mogelijk was om in te stappen. De conclusie is dat de passagiers een feitelijke overstaptijd van slechts zeven minuten hadden, waardoor het voor hen onmogelijk was om de aansluitende vlucht te halen. Dit was niet anders geweest als de vervoerder een overstaptijd had gehanteerd die tien (of zelfs twintig) minuten langer was.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11293834 \ CV EXPL 24-6152
Uitspraakdatum: 13 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Korean Air Lines Ltd.
gevestigd te Seoul (Zuid-Korea)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 21 juli 2023 vervoeren van Amsterdam via Seoul (Zuid-Korea) naar Bali (Indonesië).
De vlucht van Amsterdam naar Seoul (KE926, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Bali (KE629) gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij vertraagd zijn aangekomen.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
Airhelp vordert – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
– de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per volwassen passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Airhelp heeft niet betwist dat de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen.
Resteert de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Het uitgangspunt is dat de vervoerder in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van buitengewone omstandigheden. Om die reden wordt een buffer van ten minste twintig minuten bovenop de minimale overstaptijd noodzakelijk geacht.
Als onweersproken staat vast dat:
– Vlucht KE926 volgens schema om 16:10 uur (lokale tijd) in Seoul zou aankomen;
– Vlucht KE926 feitelijk om 17:43 uur (lokale tijd) in Seoul is aangekomen;
– Vlucht KE629 volgens schema om 17:50 uur (lokale tijd) uit Seoul zou vertrekken.
Airhelp stelt dat de aansluitende vlucht (KE629) eveneens was vertraagd en dat de passagiers deze vlucht nog hadden kunnen halen als de vervoerder voldoende buffer in de overstaptijd had ingeruimd. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat de KE629 weliswaar pas om 19:20 uur (lokale tijd) is opgestegen, maar dat het toestel reeds om 17:59 uur (lokale tijd) van de gate is vertrokken. Tijdens het taxiën naar de startbaan kreeg het toestel echter last van een technisch probleem waardoor de vlucht niet meteen kon vertrekken. De kantonrechter is van oordeel dat Airhelp in dit licht onvoldoende heeft onderbouwd dat het na de geplande vertrektijd van vlucht KE629 nog mogelijk was om in te stappen. De conclusie is dat de passagiers een feitelijke overstaptijd van slechts zeven minuten hadden, waardoor het voor hen onmogelijk was om de aansluitende vlucht te halen. Dit was niet anders geweest als de vervoerder een overstaptijd had gehanteerd die tien (of zelfs twintig) minuten langer was. De stelling van Airhelp dat de vervoerder onvoldoende buffer in acht heeft genomen slaagt daarom niet.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Voetnoten
- Zie ook de uitspraak van het Hof van 12 mei 2011 (Eglitis/Latvijas C-294/10).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...