ECLI:NL:RBNHO:2025:13462 Rechtbank Noord-Holland , 28-02-2025 / 11264783 WM VERZ 24-1197
Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
5 min de lecture · 903 mots
Inhoudsindicatie. Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11264783 \ WM VERZ 24-1197
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 28 februari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van betrokkene stelt dat betrokkene had moeten worden staande gehouden. De gemachtigde stelt met verwijzing naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de verklaring van de verbalisant “reed in onopvallend voertuig en kon de bestuurder niet achterhalen” onvoldoende is, zodat niet kan worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. De boete is daarom ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd, aldus gemachtigde.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“(…) reden geen staandehouding: op genoemde datum en tijdstip stond op de Zuidtangent een file op de rechterrijstrook voor het rechtdoorgaande verkeer. De bestuurder van het genoemde voertuig haalde deze file aan de linkerkant in voegde op de kruising 90 meter voor de verbalisant op eens in. Verbalisant reed in onopvallend voertuig en kon de bestuurder niet achterhalen…“.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld niet te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant met betrekking tot de gedraging, maar is het eens met de gemachtigde dat de verklaring van de verbalisant met betrekking tot de staandehouding te summier is. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de kantonrechter daarom verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De gemachtigde van betrokkene heeft gesteld dat betrokkene had moeten worden staande gehouden. De kantonrechter overweegt dat uit artikel 5 WAHV volgt dat de boete kan worden opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het voertuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven, tenzij direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is van het voertuig waarmee de gedraging is verricht. Dit betekent dat als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van die bestuurder voordoet, de boete aan de bestuurder moet worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder. In dit geval is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De verbalisant reed blijkens de toelichting in het zaakoverzicht niet in een als zodanig herkenbaar politievoertuig, er was file voor een kruising, de bestuurder van de bewuste auto reed langs de file en voegde in terwijl de auto van verbalisant kennelijk 90 meter voor de plaats van invoegen in die file stond.
De kantonrechter is van oordeel dat er onder die omstandigheden voor de verbalisant geen reële mogelijkheid was om de betrokkene nog in te halen en staande te houden. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Voetnoten
- Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2021, te vinden op http://www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2021:3333.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...