ECLI:NL:RBNHO:2025:13800 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2025 / 11314147 WM VERZ 24-1405
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd en dat de omstandigheden geen aanleiding geven om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
3 min de lecture · 612 mots
Inhoudsindicatie. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd en dat de omstandigheden geen aanleiding geven om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11314147 \ WM VERZ 24-1405
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 26 februari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het
beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft
op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd
dat de situatie gevaarlijker was geweest als betrokkene hard had moeten remmen. Betrokkene
is indirect gedwongen om van rijbaan te wisselen en heeft hiermee een ongeluk voorkomen. Betrokkene begrijpt de keuze van de agent niet. De agent wilde niet luisteren naar de uitleg en heeft niets genoteerd. De beslissing is ook gemaakt zonder bewijsmateriaal, alleen een foto van het voertuig na de staandehouding.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing
en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Uit de situatie die betrokkene beschrijft blijkt niet dat betrokkene niet anders had kunnen handelen dan het negeren van het inhaalverbod.
De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Het is niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet anders kon dan het inhaalverbod te negeren.
Betrokkene is niet verschenen om dit ter zitting toe te lichten. De verbalisant heeft bovendien verklaard dat betrokkene zonder waarneembare reden twee voertuigen heeft ingehaald.
Betrokkene heeft verzocht om bewijs van de gedraging in de vorm van een foto. Uit het zaakoverzicht en het proces-verbaal blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Van de gedraging is geen foto gemaakt. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. De verklaring van een verbalisant op ambtseed of belofte biedt voldoende grondslag voor de vaststelling van het plegen van de gedraging door betrokkene.
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd en dat de omstandigheden geen aanleiding geven om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...