ECLI:NL:RBNHO:2025:13846 Rechtbank Noord-Holland , 17-04-2025 / 358833
Verzoekschrift. Artikel 202 lid 1 RV (oud recht). Voorlopig deskundigenbericht. Tussenbeschikking.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Verzoekschrift. Artikel 202 lid 1 RV (oud recht). Voorlopig deskundigenbericht. Tussenbeschikking.
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/358833 / HA RK 24-162
Beschikking van 17 april 2025
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. A. Doruk,
tegen
1MEDIRISK B.A.,
te Utrecht,
2. STICHTING ZAANS MEDISCH CENTRUM,
te Zaandam,
verwerende partijen,
hierna te noemen: Medirisk en ZMC,
advocaat: mr. M. van Gool.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het verzoekschrift, ingekomen op 14 november 2024 met producties 1 tot en met 4;
– het verweerschrift met producties 1 tot en met 7;
– de mondelinge behandeling van 7 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2De beoordeling
[verzoeker] heeft op 8 oktober 2018 een (SL repair) operatie aan zijn rechterhand ondergaan in het ZMC, die is uitgevoerd door orthopedisch chirurg [chirurg] . Na de operatie werd bij [verzoeker] pseudoartrose geconstateerd en een collaps van de fractuur. Dit heeft geleid tot beperkingen in het gebruik van zijn rechterhand. [verzoeker] heeft ZMC aansprakelijk gesteld. ZMC en haar aansprakelijkheidsverzekeraar Medirisk hebben aansprakelijkheid afgewezen.
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht in de zin van artikel 202 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (oud recht) zal bevelen. Medirisk en ZMC hebben in het verweerschrift en ter zitting aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen de benoeming van een deskundige. Het verzoek, dat op de wet is gegrond, kan daarom te zijner tijd worden toegewezen.
Ter zitting is besproken welke deskundige benoemd zou kunnen worden. In de door partijen overgelegde stukken werden drie deskundigen genoemd: dr. Dumont, dr. Giesberts en dr. Beumer.
Beide partijen hebben ter zitting ingestemd met het benoemen van dr. Giesberts. Dr. Giesberts is een orthopedisch deskundige met handchirurgie als aandachtsgebied. Partijen hebben laten weten dat zij er geen bezwaar (meer) in zien dat dr. Giesberts is aangesloten bij dezelfde intervisiegroep als de medisch adviseur van [verzoeker] .
De rechtbank heeft dr. Giesberts aangeschreven en zij heeft aangegeven dat zij zich door het contact met de medisch adviseur niet vrij voelt om de zaak aan te nemen.
Tegen de benoeming van dr. Dumont, die door [verzoeker] als deskundige is voorgedragen, maken Medirisk en ZMC bezwaar. Dr. Dumont is een plastisch chirurg en geen orthopedisch chirurg. Volgens Medirisk en ZMC volgt uit het standaardarrest Speeckaert/Gradener dat de gedragingen van een arts gespiegeld moeten worden aan hoe een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot in dezelfde situatie zou hebben gehandeld. Hoewel een plastisch chirurg en een orthopedisch chirurg allebei het aandachtsgebied handchirurgie kunnen hebben, kan een plastisch chirurg niet als een beroepsgenot van een orthopedisch chirurg worden gezien. Over een door dr. Dumont opgesteld rapport kan als gevolg hiervan achteraf discussie ontstaan, aldus Medirisk en ZMC. De rechtbank volgt de bezwaren van Medirisk en ZMC. Daarbij komt dat Medirisk en ZMC onbetwist hebben gesteld dat dr. Dumont is aangesloten bij dezelfde intervisiegroep als de orthopeed die de operatie bij [verzoeker] heeft uitgevoerd. De rechtbank zal daarom niet tot benoeming van dr. Dumont overgaan.
Tegen de benoeming van dr. Beumer, die door Medirisk en ZMC als deskundige is voorgedragen, heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt. Dr. Beumer is namelijk slechts kandidaat-lid van de NVMSR en heeft dus nog niet alle proeven van bekwaamheid afgelegd, aldus [verzoeker] . Medirisk en ZMC voeren aan dat een deskundige niet zomaar kandidaat-lid wordt. Daarvoor moet de deskundige een basiscursus hebben gevolgd en in de drie jaar daaraan voorafgaand minimaal zes expertises hebben verricht volgens de normen die zijn neergelegd in de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage.
De rechtbank ziet in het enkele feit dat dr. Beumer “slechts” kandidaat-lid is geen reden om niet tot benoeming te kunnen overgaan. Zeker niet nu [verzoeker] zelf heeft aangegeven dat er geen rapportages van mindere kwaliteit van deze deskundige bekend zijn. De rechtbank heeft dr. Beumer daarom aangeschreven. Dr. Beumer heeft de rechtbank echter laten weten dat zij afziet van verrichten van een deskundigenonderzoek.
Dit betekent dat de rechtbank geen van de door partijen voorgedragen deskundigen kan benoemen. De rechtbank stelt partijen daarom, zoals [verzoeker] heeft verzocht, in de gelegenheid om zich nader uit te laten over een mogelijk te benoemen deskundige. Iedere partij zal schriftelijk mogen reageren op de voordracht(en) die de andere partij doet, voordat de rechtbank verder zal beslissen.
3De beslissing
De rechtbank
stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk op donderdag 15 mei 2025 uit te laten over een mogelijk te benoemen deskundige,
stelt partijen in de gelegenheid om zich vervolgens uiterlijk op donderdag 29 mei 2025 uit te laten over de voordracht(en) die de andere partij heeft gedaan,
houdt de zaak voor het overige aan in afwachting van de schriftelijke reacties van partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.
Voetnoten
- ECLI:NL:HR:1990:AC1103
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...