ECLI:NL:RBNHO:2025:4119 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2025 / 9895193 \ CV EXPL 22-3017
De passagiers hadden naar aanleiding van het annuleringsbericht op zijn minst contact moeten opnemen met de vervoerder en moeten aangeven dat zij in aanmerking wilden komen voor een alternatieve vlucht. Door zelf een alternatieve vlucht te boeken, hebben de passagiers de vervoerder mogelijkheid ontnomen om aan zijn verplichting ogv de Vo te voldoen.
6 min de lecture · 1 173 mots
Inhoudsindicatie. De passagiers hadden naar aanleiding van het annuleringsbericht op zijn minst contact moeten opnemen met de vervoerder en moeten aangeven dat zij in aanmerking wilden komen voor een alternatieve vlucht. Door zelf een alternatieve vlucht te boeken, hebben de passagiers de vervoerder mogelijkheid ontnomen om aan zijn verplichting ogv de Vo te voldoen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9895193 \ CV EXPL 22-3017
Uitspraakdatum: 26 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Swiss International Air Lines AG
gevestigd te Bazel (Zwitserland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman & mr. F.B. Mahabali
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 maart 2020 vervoeren van San Jose (Costa Rica) via Zürich (Zwitserland) naar Amsterdam, met vluchten LX8037 en LX734.
Vlucht LX734 van Zürich naar Amsterdam (hierna: de vlucht) is op 20 maart 2020 geannuleerd.
De passagiers hebben zelf een alternatieve vlucht (KL1954) naar Amsterdam geboekt.
De passagiers hebben schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 637,12, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
– de wettelijke rente over € 104,00 vanaf 23 maart 2020 tot 29 juni 2020;
– € 181,50 dan wel € 134,51 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
– de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij als gevolg van de annulering van de vlucht en het gebrek aan (redelijk) alternatief vervoer georganiseerd door de vervoerder, genoodzaakt waren om extra kosten te maken. Deze extra kosten bestaan uit een vervangende vlucht (€ 637,40), maaltijden en verfrissingen (€ 32,10), hotelovernachting (€ 56,89) en een transfer van het hotel naar de luchthaven (€ 14,73). De passagiers stellen dat de vervoerder op grond van het Verdrag van Montreal (artikel 19) gehouden is de extra gemaakte kosten te vergoeden. De vervoerder heeft op 29 juni 2020 een bedrag van € 104,00 voldaan, zodat een vordering van € 637,12 resteert.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Artikel 19 van het Verdrag van Montreal bepaalt dat de vervoerder gehouden is tot vergoeding van ‘schade voortvloeiend uit vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen’. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers na de annulering van de vlucht alsnog zonder vertraging op de eindbestemming hadden kunnen aankomen. Het moet er om die reden voor gehouden worden dat de beslissing van de passagiers om een andere vlucht te boeken, is ontstaan uit ‘een vertraging in het luchtvervoer’.
De vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem gevergd konden worden om de schade te vermijden, of dat het voor hem onmogelijk was om dergelijke maatregelen te nemen. De passagiers hebben zich in dit verband op het standpunt gesteld dat de vervoerder hen een alternatieve vlucht naar de eindbestemming had moeten aanbieden. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat hij, als gevolg van het grote aantal annuleringen door de coronapandemie, enige tijd nodig had om een omboeking te realiseren. Op het moment dat de vervoerder bij de passagiers aankwam om hun alternatieve reisplan op te stellen, bleek dat zij zelf al een alternatieve vlucht hadden geboekt.
De kantonrechter overweegt als volgt. De passagiers zijn op 21 maart 2020, zonder op een aanbod van de vervoerder te wachten, overgegaan tot het boeken van tickets (via het reisbureau dat de reis voor hen had geboekt) voor vlucht KL1954 van 24 maart 2020. Uit het door de vervoerder overgelegde PNR blijkt dat het reisbureau ervan op de hoogte was dat hierdoor extra kosten zouden moeten worden gemaakt door de passagiers, omdat niet werd gewacht op een door de vervoerder aangeboden alternatief. Het valt niet uit te sluiten dat de passagiers, als zij op een aanbod van de vervoerder hadden gewacht, op dezelfde datum (zo niet eerder) naar Amsterdam zouden zijn vervoerder. De passagiers hadden naar aanleiding van het annuleringsbericht op zijn minst contact moeten opnemen met de vervoerder en moeten aangeven dat zij in aanmerking wilden komen voor een alternatieve vlucht. Dit geldt eens te meer omdat de annulering een aantal dagen voor de vlucht al bekend werd gemaakt, zodat ervan moet worden uitgegaan dat de passagiers daartoe ook nog de gelegenheid hadden. Gelet op het voorgaande is voldoende komen vast te staan dat het voor de vervoerder in de gegeven omstandigheden onmogelijk was om de passagiers om te boeken naar een passende alternatieve vlucht, omdat de vervoerder hiertoe geen, althans onvoldoende gelegenheid heeft gekregen van de passagiers. De vordering tot vergoeding van de door de passagiers zelf geboekte alternatieve vlucht wordt afgewezen.
De vervoerder heeft op 29 juni 2020 de extra hotelovernachting, de transfer en maaltijden en verfrissingen vergoed (totaal € 104,-). Daartoe was hij ook gehouden. De wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf 1 mei 2020 (de datum van de eerste aanmaning in het dossier) tot 29 juni 2020 (de datum van betaling).
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij grotendeels ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van de wettelijke rente over € 104,00 vanaf 1 mei 2020 tot 29 juni 2020;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...