ECLI:NL:RBNHO:2025:7645 Rechtbank Noord-Holland , 14-05-2025 / 10914038 \ CV EXPL 24-835
Luchtvaart; Vertraging. Rauwelijks dagvaarden. De vordering van AirHelp wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen.
5 min de lecture · 964 mots
Inhoudsindicatie. Luchtvaart; Vertraging. Rauwelijks dagvaarden. De vordering van AirHelp wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10914038 \ CV EXPL 24-835
Uitspraakdatum: 14 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door AirHelp gevorderde hoofdsom. De kantonrechter ziet echter aanleiding om AirHelp te veroordelen in de proceskosten, omdat sprake is van rauwelijks dagvaarden. De vordering van AirHelp wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen.
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 5 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) en OR Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika), naar Kruger Mpumalanga Apt., Nelspruit (Zuid-Afrika), met vluchtcombinatie BA441, BA57 en 4Z841.
De vervoerder heeft vlucht BA57 van Londen naar Johannesburg (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
– de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, ingegaan bij de beoordeling.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft primair betwist dat de passagier haar eventuele vorderingen aan AirHelp heeft overgedragen. De handtekening op de ‘assignment form’ van de passagier wijkt te veel af van die op haar paspoort, aldus de vervoerder.
De kantonrechter is van oordeel dat AirHelp heeft bewezen dat de passagier haar eventuele vorderingen aan AirHelp heeft overgedragen. De handtekening op de akte van cessie komt in voldoende mate overeen met de handtekening van de passagier op haar paspoort. Hierbij neemt de kantonrechter tevens in aanmerking dat AirHelp, ook een boekingsbewijs en een kopie paspoort van de passagier heeft overgelegd. Bij de conclusie van repliek heeft AirHelp ook een elektronische certificaat van de ondertekening van de passagier overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat AirHelp heeft aangetoond dat zij een vorderingsrecht heeft.
De vervoerder heeft erkend de door AirHelp gevorderde hoofdsom verschuldigd te zijn, zodat dit vaststaat. De door AirHelp gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
De vervoerder voert verweer tegen de proceskosten. In beginsel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Dit kan anders zijn als vast komt te staan dat deze kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt.
De vervoerder stelt dat zij voorafgaand aan de dagvaarding geen ‘letter before action’ (LBA) heeft ontvangen. AirHelp heeft haar stelling dat zij de LBA op 7 september 2023 heeft toezonden niet onderbouwd. Zij heeft nagelaten om deze bij de dagvaarding of conclusie van repliek over te leggen en ook overigens geen bewijs met betrekking tot de ontvangst van de LBA door de vervoerder overgelegd. Daarom is niet vast komen te staan dat hij deze voor de dagvaarding heeft ontvangen. De kantonrechter gaat dus mee in het verweer van de vervoerder. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat AirHelp niet heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, door de vervoerder in de gelegenheid te stellen om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen.
De kantonrechter ziet daarom aanleiding om niet de vervoerder maar AirHelp conform het liquidatietarief te veroordelen in de proceskosten, nu zij deze kosten nodeloos heeft veroorzaakt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2023, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...