ECLI:NL:RBNNE:2025:4296 Rechtbank Noord-Nederland , 11-07-2025 / 200525
Toestemming wijziging verblijf. Afwijzing machtiging uithuisplaatsing, nu het gezag van de ouders inmiddels is beëindigd.
7 min de lecture · 1 457 mots
Inhoudsindicatie. Toestemming wijziging verblijf. Afwijzing machtiging uithuisplaatsing, nu het gezag van de ouders inmiddels is beëindigd.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/17/200525 / JE RK 25-505
Datum uitspraak: 11 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over toestemming wijziging verblijfplaats en een (spoed) machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
gevestigd te Leeuwarden,
hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling),
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
en
[vader]
,
hierna te noemen: de vader,
hierna samen te noemen: de ouders,
wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. A.L. Witteveen, kantoorhoudende te Rotterdam,
[gezinshuisouders]
,
hierna te noemen: de gezinshuisouders,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
Bij beschikking van 16 juni 2025, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, heeft de kinderrechter met spoed toestemming tot wijziging in het verblijf van [minderjarige] verleend, vanuit het huidige gezinshuis naar een residentiële voorziening met ingang van 16 juni 2025 tot 14 juli 2025. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een residentiële voorziening met ingang van 16 juni 2025 tot 14 juli 2025. De kinderrechter heeft de beslissing op het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter heeft hierna kennisgenomen van het bericht van de advocaat van de ouders met bijlagen van 24 juni 2025, ontvangen door de griffie op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
de ouders met hun advocaat;
[vertegenwoordiger van de GI] .
De gezinshuisouders zijn juist opgeroepen, maar niet ter zitting verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd om haar mening te vertellen. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
Voor de vaststaande feiten verwijst de kinderrechter in eerste instantie naar de beschikking van 16 juni 2025.
[minderjarige] verblijft op grond van de bij 1.1 genoemde machtiging bij [plaats] .
Het ouderlijk gezag van de ouders is bij beschikking van deze rechtbank van 9 juli 2025 beëindigd. Het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid is bij deze beschikking benoemd tot voogd over [minderjarige] en haar zusje.
3Het verzoek
De GI verzoekt met spoed toestemming te verlenen tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] . Ook verzoekt de GI om een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een residentiële voorziening te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI het volgende aangevoerd.
[minderjarige] haar gedrag is niet langer houdbaar voor het gezinshuis. Zij vertoont fysieke en verbale agressie en betrekt haar zusje bij haar gedrag, waardoor die plaatsing ook onder druk komt te staan. Verder onttrekt [minderjarige] zich aan de opvoedsituatie en is ongeoorloofd van huis, wat erg risicovol is gezien haar ontwikkelingsniveau. Door het gedrag van [minderjarige] kunnen de andere kinderen in het gezinshuis zich ook onveilig voelen. Interventies met een gedragswetenschapper hebben geen effect. [minderjarige] is niet leerbaar en niet gemotiveerd. Daarnaast heeft [minderjarige] geen emotionele toestemming van de ouders om in het gezinshuis te mogen zijn, wat de situatie verergert. De gezinshuisouders zijn de grip op [minderjarige] volledig kwijt en ze zijn handelingsverlegen gemaakt door het gedrag van [minderjarige] en de ouders. De plaatsing in het gezinshuis is daardoor onhoudbaar geworden en de GI moet op zoek naar een nieuwe, passende plek voor [minderjarige] . Het is nu nog niet duidelijk waar dit zal zijn, maar de GI koerst op een verblijf op een groep dan wel instelling onder de noemer residentiële voorziening, omdat daar meer gespecialiseerde zorg kan worden gegeven. Ter zitting is verder duidelijk geworden dat de betrokken jeugdbeschermer is gestopt en dat er een andere jeugdbeschermer zal starten. Deze zal binnenkort kennismaken met het gezin.
4. De standpunten
[minderjarige]
is blij dat zij niet meer in het gezinshuis is. Het ging daar niet meer goed en het is beter dat zij daar weg is. [minderjarige] ziet haar ouders nu één keer per maand, maar dat vindt zij te weinig. Zij vindt dat haar ouders wel voor haar kunnen zorgen. Zij regelen nu ook al dingen voor haar zoals het kopen van shampoo en het betalen van rekeningen, dan kan zij net zo goed naar huis. Zij wil in ieder geval niet meer terug naar het gezinshuis.
De ouders voeren geen verweer tegen het verzoek van de GI, maar zijn wel ontevreden over hoe de overplaatsing van [minderjarige] is verlopen. De ouders zijn namelijk niet op de hoogte gesteld daarvan door de GI. Tijdens de zitting die op 11 juni 2025 heeft plaatsgevonden over de gezagsbeëindiging van de ouders hebben zij nog aangegeven dat zij graag betrokken willen worden als [minderjarige] wordt overgeplaatst, maar dat is niet gebeurd. Daarnaast hebben de ouders ook nog niets van de nieuwe jeugdbeschermer gehoord. Zij willen graag zo snel mogelijk kennismaken met haar.
5De beoordeling
Ten aanzien van het spoedverzoek
Op grond van artikel 1:265i Burgerlijk Wetboek (BW) had de GI de toestemming van de kinderrechter nodig voor een wijziging in het verblijf van [minderjarige] , omdat zij ten minste één jaar door een ander als de ouder is opgevoed en verzorgd als behorende tot zijn gezin. Op grond van artikel 1:265i, tweede lid BW wordt de toestemming door de kinderrechter slechts afgewezen, indien de kinderrechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat [minderjarige] gedurende ten minste één jaar door de gezinshuisouders is opgevoed en verzorgd, nu zij al sinds 2021 bij hen woont. Dat betekent dat de GI de toestemming van de kinderrechter nodig heeft voor een wijziging van het verblijf van [minderjarige] .
De kinderrechter is van oordeel dat het terecht is dat de toestemming voor wijziging van het verblijf van [minderjarige] en de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij beschikking van 16 juni 2025 zijn verleend. De zorgen die er op dat moment waren over de situatie van [minderjarige] maken dat zij niet langer bij de gezinshuisouders kan verblijven. Daar is iedereen het ook over eens. De gezinshuisouders waren de grip op [minderjarige] volledig kwijt en de situatie was onhoudbaar. Het gedrag van [minderjarige] bracht zowel de gezinshuisouders, de andere jongeren in het gezinshuis als haarzelf in onveiligheid. Door haar gedrag kwam tevens de plaatsing van haar zusje [naam] in het gezinshuis onder druk te staan. Het was daarom – en is nog steeds – noodzakelijk om de verblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen. Daarom zal de kinderrechter de verleende toestemming om het verblijf van [minderjarige] te wijzigen in stand laten. Nu de wijziging bij de spoedbeslissing was beperkt tot een toestemming voor vier weken, zal de kinderrechter de toestemming opnieuw geven, maar nu zonder einddatum.
Ten aanzien van de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
Ter zitting is besproken dat er mogelijk geen aanleiding (meer) is om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] nog te verlengen in het geval het gezag van de ouders wordt beëindigd. Zoals hiervoor onder 2.3. is overwogen, is de kinderrechter er ambtshalve mee bekend dat het gezag van de ouders is beëindigd en de GI tot voogd is benoemd. Daarmee is ook een einde gekomen aan de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . Dat betekent dat er geen machtiging tot uithuisplaatsing meer nodig is. De GI kan als voogd zelf bepalen waar [minderjarige] verblijft. Daarom zal de kinderrechter de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] intrekken met ingang van heden en het verzoek voor het overige afwijzen.
6De beslissing
De kinderrechter:
verleent het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid toestemming om het verblijf van [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat [minderjarige] vanaf 16 juni 2025 niet meer bij de gezinshuisouders verblijft;
verklaart deze beschikking tot zo ver uitvoerbaar bij voorraad;
trekt de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in met ingang van heden;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025, in aanwezigheid van J.M. Kooistra als griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
– door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
– door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...