ECLI:NL:RBNNE:2025:5764 Rechtbank Noord-Nederland , 17-12-2025 / C/18/246117 / FA RK 25-2664
Adoptie door meemoeder (onbekende donor, ongehuwd), vaststellen geslachtsnaam en opdracht aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, om wanneer de beslissing tot adoptie door het tekenen van een akte van berusting in kracht van gewijsde is gegaan, binnen één dag nadat daarom is verzocht door verzoekster en de meemoeder, de latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende a...
9 min de lecture · 1 834 mots
Inhoudsindicatie. Adoptie door meemoeder (onbekende donor, ongehuwd), vaststellen geslachtsnaam en opdracht aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, om wanneer de beslissing tot adoptie door het tekenen van een akte van berusting in kracht van gewijsde is gegaan, binnen één dag nadat daarom is verzocht door verzoekster en de meemoeder, de latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/246117 / FA RK 25-2664
beschikking over de adoptie van 17 december 2025
op het verzoek van
[Naam verzoekster] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna ook te noemen "verzoekster",
advocaat mr. M.M. Mok, kantoorhoudende te Groningen,
over de minderjarige:
[Naam minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[Naam biologische moeder] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna ook te noemen: " [de biologische moeder] ".
1Het procesverloop
Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van verzoekster dat de rechtbank op 24 juli 2025 heeft ontvangen.
De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van de volgende stukken:
– nadere stukken van verzoekster, ontvangen op 7 augustus 2025;
– een brief van de Raad voor de Kinderbescherming, ontvangen op 9 september 2025;
– een geboorteakte van [de minderjarige] , ontvangen op 11 december 2025.
Verzoekster en [de biologische moeder] hebben de rechtbank laten weten dat zij afzien van een mondelinge behandeling.
2De feiten
De rechtbank kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.
Verzoekster en [de biologische moeder] hebben sinds medio 2021 een affectieve relatie en zijn in februari 2022 gaan samenwonen.
Op 19 november 2025 is [de biologische moeder] bevallen van [de minderjarige] .
[de minderjarige] is door kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1 onder c van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting verwekt. De identiteit van de donor is aan [de biologische moeder] onbekend. De datum van de kunstmatige donorbevruchting was 23 februari 2025.
3Het verzoek
Verzoekster verzoekt de rechtbank:
I. de adoptie uit te spreken van het thans nog ongeboren kind van [de biologische moeder] door [verzoekster] , zodra het kind is geboren, en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind geboren is te gelasten als latere vermelding de adoptie toe te voegen aan de geboorteakte, alsmede te bepalen dat de griffier aantekening van de te wijzen beschikking zal doen in het gezagsregister;
II. te bepalen dat de adoptie op grond van artikel 1:230 lid 2 terugwerkt tot de dag van de geboorte van het thans nog ongeboren kind als bedoeld onder I.;
III. te verstaan dat de familierechtelijke betrekking met de biologische moeder, zijnde [Naam biologische moeder] , in stand blijft;
IV. te bepalen dat de geslachtsnaam van het thans nog ongeboren kind als bedoeld onder I.
“ [geslachtsnaam] ” is;
V. te bepalen dat als [de biologische moeder] en [verzoekster] een akte van berusting hebben ondertekend de ambtenaar binnen één dag nadat daarom is verzocht door [de biologische moeder]
door [verzoekster] de in deze beschikking uit te spreken adoptie als latere vermelding dient toe te voegen aan de geboorteakte van het kind en de ambtenaar in een dergelijk geval het bericht van de griffier als bedoeld in artikel 1:20e BW niet hoeft af te wachten.
4De beoordeling
Verzoekster wil [de minderjarige] adopteren en doet dat verzoek aan de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van verzoekster tot adoptie van [de minderjarige] toewijzen. Hij zal hierna uitleggen hoe hij tot deze beslissing is gekomen.
Het juridische kader en de overwegingen van de rechtbank
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van artikel 1:227 lid 1 BW geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op een gezamenlijk verzoek van twee personen of op verzoek van één persoon. Op grond van artikel 1:227 lid 2 BW kan het verzoek door de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder alleen worden gedaan als zij (of hij) ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Deze voorwaarde geldt evenwel niet indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en die ouder. Van deze laatste situatie is hier sprake.
Op grond van lid 4 van artikel 1:227 BW wordt het verzoek, indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder, en het kind door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is verwekt en een door de stichting, bedoeld in die wet, ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden onbekend is, toegewezen tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is of niet is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 1:228 BW.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster bij het verzoekschrift een verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting heeft overgelegd waaruit blijkt dat de identiteit van de donor onbekend is.
Vervolgens moet de rechtbank vaststellen of de adoptie van de minderjarige door verzoekster in het belang van de minderjarige is en of aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 1:228 BW is voldaan.
Artikel 1:228 lid 1 BW stelt de volgende voorwaarden voor adoptie:
dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaren of ouder is, ter gelegenheid van haar verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;
dat het kind niet is een kleinkind van een adoptant;
dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;
at geen der ouders het verzoek tegenspreekt;
dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;
dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende tenminste een jaar feitelijk gezamenlijk hebben verzorgd en opgevoed;
dat de ouder alleen of samen met de adoptant het gezag over de minderjarige heeft.
De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat aan alle voorwaarden van artikel 1:228 BW is voldaan, met uitzondering van de voorwaarde onder f. Op grond van lid 3 van artikel 1:228 BW geldt deze voorwaarde echter niet nu de minderjarige is geboren binnen de relatie van de moeder met verzoekster, zijnde een levensgezel van gelijk geslacht.
Vervolgens moet de rechtbank de vraag beantwoorden of de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Gebleken is dat verzoekster en de moeder sinds medio 2021 een affectieve relatie met elkaar hebben en dat zij sinds februari 2022 met elkaar samenwonen. De minderjarige is geboren tijdens deze relatie en wordt door verzoekster en [de biologische moeder] samen verzorgd en opgevoed. Met de adoptie wordt recht gedaan aan de relatie die verzoekster en [de biologische moeder] met elkaar hebben en de gezinssituatie waarin de minderjarige verder zal opgroeien en wordt de opvoeder-/ouder-kindrelatie in alle opzichten geformaliseerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat adoptie in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie daarom toewijzen.
De datum van adoptie
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [de minderjarige] , omdat [de minderjarige] is geboren binnen de relatie van verzoekster en [de biologische moeder] en de adoptie vóór de geboorte van [de minderjarige] is verzocht (zie artikel 1:230 lid 2 BW).
De geslachtsnaam
Verzoekster en [de biologische moeder] hebben voor de minderjarige na de adoptie de geslachtsnaam ' [geslachtsnaam] ’ gekozen. Dit blijkt uit hun gezamenlijke verklaring die bij het verzoekschrift is overgelegd. De rechtbank zal de keuze van de geslachtsnaam van de minderjarige na de adoptie, gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW, op onderstaande wijze vastleggen.
Artikel 1:20e BW
Verzoekster heeft verzocht te bepalen dat als verzoekster en [de biologische moeder] een akte van berusting hebben ondertekend de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen één dag nadat daarom is verzocht door verzoekster en [de biologische moeder] de in deze beschikking uit te spreken adoptie als latere vermelding dient toe te voegen aan de geboorteakte van het kind en de ambtenaar in een dergelijk geval het bericht van de griffier als bedoeld in artikel 1:20e BW niet hoeft af te wachten.
De rechtbank zal dat verzoek toewijzen. Doorslaggevend daarvoor is dat er naast verzoekster en [de biologische moeder] geen belanghebbenden zijn aan te merken in deze procedure en als verzoekster en [de biologische moeder] een akte van berusting hebben getekend waarin zij expliciet aangeven kennis te hebben en uitdrukkelijk zeggen afstand te doen van alle rechtsmiddelen die zij tegen deze nog af te geven beschikking zouden kunnen doen gelden, niet te verwachten is dat er hoger beroep zal worden ingesteld. Gelet op het voorgaande beschouwt de rechtbank deze beschikking een dag na het tekenen van een akte van berusting door verzoekster en [de biologische moeder] als in kracht van gewijsde gegaan. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat dit ook betekent dat de ambtenaar in deze zaak evenmin het bericht van de griffier als bedoeld in artikel 1:20e BW hoeft af te wachten.
5De beslissing
De rechtbank:
spreekt uit de adoptie van de minderjarige [Naam minderjarige] , geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2025 in de gemeente [geboorteplaats 1] , door [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats 2] ;
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [de minderjarige] ;
stelt vast dat verzoekster en [de biologische moeder] hebben verklaard dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] na adoptie ' [geslachtsnaam] ' zal zijn, zodat [de minderjarige] zal heten: [Voornaam] [Achternaam] ;
geeft opdracht aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in de gemeente Groningen om, wanneer deze beslissing tot adoptie door het tekenen van de akte van berusting als hiervoor omschreven onder 4.13 in kracht van gewijsde is gegaan, binnen één dag nadat daarom is verzocht door verzoekster en [de biologische moeder] , de latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
– door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
– door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
RAB
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...