ECLI:NL:RBOBR:2025:4909 Rechtbank Oost-Brabant , 13-02-2025 / 11360190
consumentenrecht; ambtshalve toetsing; verstek; de betalingsverplichting van de consument wordt met 25% verminderd omdat de energieleverancier in haar bestelproces niet heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen ten aanzien van de (maximale) duur van de overeenkomst en de opzegtermijn.
7 min de lecture · 1 513 mots
Inhoudsindicatie. consumentenrecht; ambtshalve toetsing; verstek; de betalingsverplichting van de consument wordt met 25% verminderd omdat de energieleverancier in haar bestelproces niet heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen ten aanzien van de (maximale) duur van de overeenkomst en de opzegtermijn.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Zaaknummer : 11360190
Rolnummer : 24-5729
Datum : 13 februari 2025
in de zaak van:
INTRUM NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Inkassier,
t e g e n
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar een bedrag te betalen met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.
2De beoordeling
De vordering van eisende partij ziet op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. De handelaar moet bij het sluiten van dat soort overeenkomsten voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW).
In deze procedure moet eisende partij gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter moet vervolgens ambtshalve onderzoeken of aan de plichten is voldaan, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n informatieplicht moet de rechter een sanctie toepassen (zie het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677).
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld (gepubliceerd op http://www.rechtspraak.nl). Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting wordt verminderd met 25% bij maximaal drie voldoende ernstige schendingen en met 50% bij meer dan drie voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
De bestelknop; artikel 6:230v lid 3 BW
Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Een bestelknop of soortgelijke functie moet een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt. Een overeenkomst die in strijd met artikel 6:230v lid 3 BW tot stand komt, is vernietigbaar. De kantonrechter is van oordeel dat de tekst van de bestelknop voldoet aan de eisen van artikel 6:230v lid 3 BW omdat daaruit ondubbelzinnig blijkt dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat.
Overige essentiële (pre)contractuele informatieplichten; artikel 6:230m lid 1 BW
Volgens artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze informeren over (in dit geval): de kenmerken van het product (sub a), de identiteit van de handelaar (sub b), de contactinformatie van de handelaar (sub c), de prijs van het product (sub e), de wijze van betaling en levering inclusief de leveringstermijn (sub g) en het recht van ontbinding van de overeenkomst (sub h). Voor zover van toepassing, moet de handelaar de consument ook informeren over de duur van de overeenkomst en de voorwaarde van opzegging (sub o) en de minimumduur waarbinnen de consument niet kan opzeggen (sub p). De handelaar moet deze informatie vervolgens bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken.
Het verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst
de duur van de overeenkomst en opzegtermijn na verlenging
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Eisende partij heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
de periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p BW moet voor de consument duidelijk zijn voor welke periode hij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. Duidelijk moet dus zijn tegen welk moment de consument de overeenkomst op zijn vroegst kan beëindigen. Als de overeenkomst een bepaalde minimumduur heeft waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen, dan moet dat duidelijk worden genoemd. Als de overeenkomst niet zo’n termijn heeft, moet duidelijk zijn welke opzegtermijn er voor de overeenkomst geldt. Bij de levering van energie dient te worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mag opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument – als dat is overeengekomen – dan wel een opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dus dat de informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
Conclusie essentiële informatieverplichtingen
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 25%. Er is in dit geval namelijk sprake van minder dan vier voldoende ernstige schendingen.
Dat betekent dat gedaagde partij in totaal een bedrag van € 10.097,09 aan eisende partij verschuldigd was (75% van € 13.462,79).
Eisende partij heeft recht op buitengerechtelijke kosten op basis van de toewijsbare hoofdsom. Daarom is € 875,97 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke kosten toewijsbaar.
De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Het (primair) gevorderde zal worden toegewezen met inachtneming van het bovenstaande. Gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst laat de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten van de consument onverlet. Daarmee blijft de rechtsgrond voor door de handelaar op grond van de overeenkomst tegenover de consument verrichte prestaties in stand. Uit het arrest van de Hoge Raad van 4 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1366) volgt dat de vordering in geval van gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst als gevolg van de schending van informatieverplichtingen niet op een andere (subsidiaire) grondslag alsnog volledig kan worden toegewezen.
Proceskosten
De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 524,00 wegens griffierecht. Het meer betaalde griffierecht door eisende partij blijft voor haar rekening, omdat de toegewezen vordering niet meer dan € 10.973,06 bedraagt. De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van het bedrag van € 10.973,06, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 10.097,09 vanaf 16 oktober 2024 tot de dag van betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, aan de kant van de eisende partij tot vandaag begroot op:
€ 113,54 wegens dagvaardingskosten;
€ 524,00 wegens griffierecht;
€ 406,00 wegens salaris gemachtigde (niet met btw belast);
€ 135,00 wegens nakosten, te vermeerderen met de eventuele explootkosten van de betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.
Voetnoten
- Zie artikel 95m lid 7 van de Elektriciteitswet en artikel 52b lid 7 van de Gaswet
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...