ECLI:NL:RBOBR:2025:7133 Rechtbank Oost-Brabant , 30-10-2025 / NL:TZ:0000402100:M001
Het verzoek komt er op neer dat verzoeker 10 extra uren verzoekt conform artikel 4 lid 5 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling), nu is gebleken dat extra begeleiding nodig is.
4 min de lecture · 786 mots
Inhoudsindicatie. Het verzoek komt er op neer dat verzoeker 10 extra uren verzoekt conform artikel 4 lid 5 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling), nu is gebleken dat extra begeleiding nodig is.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000402100:M001
CBM-nummer
:
[dossiernummer]
beschikkingsnummer
:
[beschikkingsnummer]
datum
:
30 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
Bewindvoerderskantoor Kroezen B.V.,
[postbus] , [postcode 1] [vestigingsplaats] ,
Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode 2] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
– het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 22 mei 2025,
– de nadere informatie, ontvangen op 8 oktober 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Betrokkene woont sinds november 2024 in een gezinshuis. Deze gebeurtenis heeft veel impact gehad op zowel betrokkene als haar ouders. Ouders hebben moeite met het accepteren van deze beslissing – die in overleg met betrokken instanties is genomen – en oefenen invloed uit op betrokkene. Betrokkene heeft het erg moeilijk met deze situatie, durft zich niet open te stellen en voelt zich onvoldoende veilig in haar nieuwe woonomgeving.
De begeleidingsbehoefte (het creëren van een gevoel van veiligheid in het gezinshuis en het ondersteunen van betrokkene bij het nemen van gepaste afstand van haar ouders om zo ruimte te maken voor haar eigen ontwikkeling) is hierdoor toegenomen.
Het verzoek komt er – kort gezegd – op neer dat verzoeker 10 extra uren verzoekt conform artikel 4 lid 5 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling), nu is gebleken dat extra begeleiding nodig is.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Verzoeker is benoemd tot mentor van betrokkene. Op grond van artikel 4 lid 5 van de Regeling kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning op een andere wijze vaststellen. Het verzoek om extra gewerkte uren in rekening te mogen brengen moet hieraan getoetst worden. De vraag is of in deze zaak sprake is van uitzonderlijke omstandigheden de een extra beloning rechtvaardigen. Uit de toelichting bij de Regeling (Staatscourant 2014, 32149) volgt dat de jaarbeloning geldt als gemiddelde. Verder volgt uit de toelichting dat met de Regeling beoogd wordt het overgrote deel van de gevallen van curatele, bewind en mentorschap te bestrijken. Niet uit te sluiten is echter dat zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarop de Regeling niet onverkort kan worden toegepast. De kantonrechter wordt daarom de ruimte gelaten om vanwege uitzonderlijke omstandigheden in het specifieke geval de beloning van de vertegenwoordiger op andere wijze vast te stellen. Met ‘uitzonderlijke omstandigheden’ wordt benadrukt dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de Regeling kan worden afgeweken. Wat volgens de toelichting bij de Regeling in geen geval onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden verstaan zijn de werkzaamheden die blijkens de toelichting vallen onder de verschillende voor professionele vertegenwoordigers onderscheiden categorieën werkzaamheden. Met andere woorden, werkzaamheden die beschouwd dienen te worden als de gewone werkzaamheden van een mentor vormen geen uitzonderlijke omstandigheid. Verder volgt uit de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap (zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht op 3 april 2025) dat bij professionele mentoren, zoals verzoeker, het systeem van de beloning uitgaat van de solidariteitsgedachte dat de eenvoudige mentorschappen mede de lasten van ingewikkelder mentorschappen dragen. Inherent hieraan is dat niet voor alle extra werkzaamheden een extra beloning kan worden gevraagd.
De door verzoeker genoemde ‘extra’ werkzaamheden ten aanzien van de begeleiding van betrokkene behoren naar het oordeel van de kantonrechter tot de normale werkzaamheden van een mentor en zijn niet dermate uitzonderlijk dat hiervoor een extra beloning moet worden toegekend.
Dat de begeleidingsbehoefte in dit geval is toegenomen maakt niet dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Het zijn nu juist de eerder genoemde solidariteitsgedachte en het forfaitaire karakter van de beloning die maken dat voor de extra uren aan zorg en aandacht voor betrokkene geen extra beloning wordt toegekend.
De kantonrechter zal dan ook, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...