ECLI:NL:RBOBR:2025:7610 Rechtbank Oost-Brabant , 19-11-2025 / WR 25/034

WR 25/034: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het verzoek zich richt op eerder onwelgevallige beslissing(en) van de rechter. Niet gebleken is van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid.

Source officielle

4 min de lecture 781 mots

Inhoudsindicatie. WR 25/034: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het verzoek zich richt op eerder onwelgevallige beslissing(en) van de rechter. Niet gebleken is van concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid.

beslissing

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/034

Beslissing van 19 november 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van:

mr. G. Aarts,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het proces-verbaal van 7 november 2025 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;

de schriftelijke reactie van de rechter van 10 november 2025;

de e-mail van verzoeker van 11 november 2025

de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 13 november 2025.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

verzoeker;

de rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

2Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/01/420049 / JE RK 25-1398, waarbij verzoeker als vader belanghebbende is. Specifiek gaat de zaak over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen van verzoeker.

Verzoeker heeft, blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek en zijn toelichting bij de mondelinge behandeling, in de kern het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker verwijt de rechter:

1. overduidelijke onzorgvuldigheid bij eerdere beslissingen;

2. de schijn van niet-objectiviteit;

3. het terzijde schuiven van bewijzen van verzoeker waarbij de kinderrechter de GI blind

gelooft of heeft geloofd.
Bij de mondelinge behandeling heeft verzoeker desgevraagd aangegeven dat deze verwijten alle zijn terug te voeren op de behandeling en beoordeling van het verzoek – door dezelfde rechter – voorafgaand aan de procedure die nu gevoerd wordt.

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3De beoordeling

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

Bij de beoordeling van het verzoek laat de wrakingskamer verzoekers e-mail van 11 november 2025 buiten beschouwing voor zover hij daarmee nieuwe wrakingsgronden heeft aangevoerd. Zoals ook bij de mondelinge behandeling is besproken, moeten de gronden voor de wraking meteen bij het wrakingsverzoek worden gegeven. Er kunnen niet later nog nieuwe gronden aan het verzoek worden toegevoegd.

Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat zij volgens hem eerder een onzorgvuldige en onjuiste beslissing heeft genomen. Het enkele gegeven dat een rechter eerder, in een andere procedure, een beslissing heeft genomen in het nadeel van verzoeker, betekent echter niet dat die rechter jegens hem vooringenomen is of dat vrees daarvoor objectief is gerechtvaardigd. Het is duidelijk dat verzoeker ook meent dat deze beslissing onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. De wrakingskamer komt echter geen oordeel toe over de juistheid van een inhoudelijk oordeel of de totstandkoming ervan. Dat geldt eens te meer omdat het een oordeel in een andere procedure was, ook al was dat een procedure waarbij dezelfde partijen betrokken waren als in de huidige procedure. Zo’n inhoudelijk oordeel is voorbehouden aan de rechter die in een eventueel hoger beroep belast is met de behandeling van de zaak (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Dat is alleen anders wanneer de gewraakte beslissing een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen. De wrakingskamer is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.

4De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, voorzitter, mr. F.H.E. Boerma en
mr. V.R. de Meyere, leden, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.