ECLI:NL:RBOBR:2025:7900 Rechtbank Oost-Brabant , 20-11-2025 / C/01/418190 / FA RK 25-3256
Vordering tot nakoming alimentatie via verzoekschrift
4 min de lecture · 676 mots
Inhoudsindicatie. Vordering tot nakoming alimentatie via verzoekschrift
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/418190 / FA RK 25-3256 Datum uitspraak: 20 november 2025
Beschikking nakoming kinderalimentatie
in de zaak van
[verzoekster]
, hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] , advocaat mr. R.H. Ebbeng uit Veldhoven,
en
[verweerder]
,
hierna te noemen de man, wonend in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
– het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 8 augustus 2025.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
2Wat vaststaat
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad.
De vrouw en de man hebben beiden de [buitenlandse] nationaliteit.
Het minderjarige kind van partijen is [naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] . Het kind woont bij de vrouw.
3De beoordeling
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
De rechtbank is bevoegd te beslissen op het verzoek van de vrouw en Nederlands recht is van toepassing.1
1 Art. 3 Alimentatieverordening en art. 3 Haags protocol.
Nakoming
De vrouw verzoekt om de man te veroordelen tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst inhoudende dat de man met ingang van 1 januari 2025 bij vooruitbetaling aan haar een bijdrage betaalt van € 200,00 per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, althans vast te stellen dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding € 200,00 per maand bedraagt, althans enig bedrag door de rechtbank vast te stellen.
De rechtbank overweegt dat door de vrouw niet weersproken is gesteld dat de relatie van partijen op 1 december 2024 is verbroken en dat partijen bij schriftelijke overeenkomst zijn overeengekomen dat de man als onderhoudsbijdrage voor de minderjarige een bedrag van € 200,00 per maand voldoet aan de vrouw bij voortuitbetaling te voldoen, telkens voor de 25e dag van iedere maand. De man voldoet niet aan deze onderhoudsverplichting.
De vrouw vraagt nakoming van de onderhoudsverplichting. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:AF8125, volgt dat alle procedures die zijn gebaseerd op enige bepaling van Boek 1 Burgerlijk Wetboek bij verzoekschrift moeten worden ingeleid. Dit geldt ook in een geval dat partijen een alimentatieovereenkomst zijn overeengekomen die niet wordt nagekomen.
Voor nakoming is nodig dat de schuldenaar in verzuim is. Wanneer een termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen is een ingebrekestelling niet nodig.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot nakoming van de alimentatieovereenkomst kan worden toegewezen zoals verzocht.
Uitvoerbaar bij voorraad
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe.
4De beslissing
De rechtbank:
veroordeelt de man tot nakoming van de tussen partijen gesloten alimentatieovereenkomst inhoudende dat de man met ingang van 1 januari 2025 bij vooruitbetaling aan de vrouw een bijdrage betaalt van € 200,00 per maand in de kosten van [naam kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 20 november 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...