ECLI:NL:RBOVE:2025:5197 Rechtbank Overijssel , 14-08-2025 / ak_25_2155
Verzoek om een voorlopige voorziening n.a.v. niet tijdig beslissen op verzoek om informatie o.g.v. de Wet open overheid (Woo). Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van materiële connexiteit met het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
3 min de lecture · 528 mots
Inhoudsindicatie. Verzoek om een voorlopige voorziening n.a.v. niet tijdig beslissen op verzoek om informatie o.g.v. de Wet open overheid (Woo). Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van materiële connexiteit met het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2155
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Deventer.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Voordat de voorzieningenrechter aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan toekomen, dient hij te beoordelen of het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvankelijk is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet het geval.
4. Uit artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit bezwaar is ingediend of beroep bij de bestuursrechter is ingesteld (formele connexiteit); wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit).
5. Ten tijde van het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening was het beroep tegen het niet tijdig beslissen aanhangig bij de bestuursrechter. Er is daarom voldaan aan het vereiste van formele connexiteit. Er is echter geen sprake van materiële connexiteit. Het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen is namelijk gericht op het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek. In zijn verzoek om een voorlopige voorziening vraagt verzoeker aan de voorzieningenrechter om te bepalen dat het college geen medewerking mag verlenen aan de ingebruikname van het pand [adres] door Tactus Ambulante Verslavingszorg voordat er (volledig) op zijn Woo-verzoek is beslist. Dit is, gelet op het connexe beroep dat gaat over het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek, een te verstrekkende voorziening. In andere bewoording kan verzoeker niet bereiken met zijn verzoek om een voorlopige voorziening wat hij beoogt: dat de voorzieningenrechter de ingebruikname van het pand tegenhoudt.
6. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Fortuin, griffier, uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...