Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 23 avril 2025 N° C/10/697490 / HA RK 25-336 NL

ECLI:NL:RBROT:2025:11785 Rechtbank Rotterdam , 23-04-2025 / C/10/697490 / HA RK 25-336

Wrakingsverzoek afgewezen. De wrakingskamer stelt dat een rechter alleen kan worden gewraakt bij omstandigheden die objectief gezien twijfel oproepen over zijn onpartijdigheid. In dit geval bieden de aangevoerde redenen daarvoor geen grond. Het verschil tussen het proces-verbaal en de herinnering van de raadsman is niet ernstig genoeg om vooringenomenheid aan te tonen. Ook het gebruik van de ex...

Source officielle

10 min de lecture 2 186 mots

Inhoudsindicatie. Wrakingsverzoek afgewezen. De wrakingskamer stelt dat een rechter alleen kan worden gewraakt bij omstandigheden die objectief gezien twijfel oproepen over zijn onpartijdigheid. In dit geval bieden de aangevoerde redenen daarvoor geen grond. Het verschil tussen het proces-verbaal en de herinnering van de raadsman is niet ernstig genoeg om vooringenomenheid aan te tonen. Ook het gebruik van de extra beveiligde zittingszaal en de beslissing over een preliminair verweer leveren geen aanwijzing op voor partijdigheid; dit zijn normale procedurele beslissingen. Evenmin blijkt uit een opmerking over aanwezigen in de zaal dat de rechter bevooroordeeld was. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen.

beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: C/10/697490 / HA RK 25-336

Beslissing van 23 april 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] , hierna te noemen: verzoeker,

advocaten mr. Y. Moszkowicz en mr. S.N. de Jager, strekkende tot de wraking van

mrs. C.G. van de Grampel, J. van der Groen en F.P.J. Schoonen,

rechters in deze rechtbank,

hierna gezamenlijk te noemen: de rechters.

1De procedure

Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de strafzaak tegen verzoeker. Deze strafzaak heeft het parketnummer 71-014293-25. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.

Het verloop van de procedure blijkt verder uit:

het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 4 april 2025 waarin het mondeling wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;

de schriftelijke reacties van de rechters van 11 april 2025 en 15 april 2025; een e-mail van mr. S.M. de Jager van 16 april 2025 met bijlagen.

Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zijn verschenen: verzoeker en zijn hiervoor genoemde advocaten;

mr. C.G. van de Grampel, hierna te noemen: de voorzitter;

officier van justitie.

De andere rechters (hierna te noemen: de bijzitters) hebben tevoren bericht verhinderd te zijn te verschijnen.

2Het wrakingsverzoek

Verzoeker heeft aan zijn verzoek, zoals tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht, – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.

De terechtzitting vond plaats in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank. De raadsman heeft bij de aanvang van de terechtzitting aan de rechtbank gevraagd naar de redenen hiervoor aangezien er geen objectieve elementen in het dossier aanwezig zijn die aanleiding hiertoe zouden geven. De rechtbank, bij monde van de voorzitter, heeft herhaal­ delijk geweigerd hierop te antwoorden en heeft slechts volstaan met de uitleg dat deze specifieke zaal volgens de rechtbank geschikt is. Deze schaars beschikbare zittingszaal wordt louter gebruikt voor terreurzaken en andere zeer ernstige strafzaken. Daarnaast worden er zaken behandeld waarbij er sprake is van een ernstig veiligheidsprobleem. Met de door verzoeker ingebrachte stukken over het gebruik van dergelijke zittingszalen wordt dit betoog ondersteund. Hieruit volgt immers dat er sprake is van beperkte beschikbaarheid en dat het gebruik hiervan zorgvuldig moet worden afgestemd. Niet valt in te zien waarom verzoekers strafzaak, die relatief doorsnee van aard is, in deze zittingszaal wordt behandeld. Hiervoor bestaan in zijn strafdossier in ieder geval geen objectieve aanknopingspunten. Uit de antwoorden van de rechtbank dan wel juist het weigeren dat te doen is bij verzoeker de schijn van vooringenomenheid gewekt.

Verzoeker is in Spanje naar aanleiding van een Europees aanhoudingsbevel aangehouden en overgeleverd aan Nederland. De overleveringsuitspraak van de Spaanse rechter ontbreekt echter in het strafdossier. Op grond van het specialiteitsbeginsel kan een verdachte echter niet worden vervolgd voor andere feiten dan die waarvoor de overlevering is toegestaan. Door het ontbreken van de overleveringsbeslissing kan niet worden nagegaan voor welke feiten verzoeker is overgeleverd en voor welke feiten hij dus mag worden vervolgd. Het is gelet op het ontbreken van de overleveringsuitspraak onduidelijk waarvoor verzoeker mag worden vervolgd zodat een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de rede ligt. De officier van justitie heeft anderhalf uur voor aanvang van de terechtzitting de overleveringsbeslissing van de Spaanse rechter alsnog toegezonden. Op basis hiervan heeft de rechtbank het preliminair gevoerde verweer verworpen. Hiermee is de schijn van vooringenomenheid gewekt. De rechtbank kon volgens verzoeker namelijk niet op basis van dit stuk een beslissing nemen omdat het op dat moment nog een processtuk was.

Nadat zijn raadsman de preliminaire verweren naar voren had gebracht en de officier van justitie daarop heeft gereageerd, heeft de rechtbank de behandeling van de zaak kort geschorst om zich hierover te beraden. Bij de hervatting hadden er twee personen ter hoogte van de officier van justitie in de zittingszaal plaatsgenomen. Op de vraag van de raadsman wie dit waren, heeft de voorzitter geantwoord: 'Dat zijn collega's van het openbaar ministerie.' Hieruit lijkt volgens verzoeker te volgen dat dit tevens collega's van de rechtbank zijn en is bij hem de schijn van vooringenomenheid gewekt.

Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft verzoeker een aanvullende wrakingsgrond ingebracht. In het verstrekte proces-verbaal van de terechtzitting is opgetekend dat de voorzitter, desgevraagd, heeft verklaard: "Dit is voor de rechtbank de aangewezen zaal om deze zaak te behandelen. De zaak van uw cliënt behoort tot het type zaken waar veiligheidsrisico's aan zouden kunnen kleven. Om die reden is de zaak hier gepland. Dit is een rechtbank beslissing." Dit is anders dan hetgeen ter zitting door de voorzitter daadwerkelijk is gezegd. De voorzitter heeft niet gesproken over 'veiligheidsrisico's', maar heeft volstaan met de opmerking dat er elementen in het dossier aanwezig waren die hebben geleid tot de beslissing om de zaak in de extra beveiligde zittingszaal te behandelen. Het kan volgens verzoeker niet anders dan dat later bewust de ter zitting gegeven argumentatie is aangevuld. Hiermee is eveneens de schijn van vooringenomenheid gewekt. Voor het geval dat de wrakingskamer twijfelt aan de verklaring

van verzoeker over wat de voorzitter heeft gezegd, is een voorwaardelijk verzoek tot het verrichten van onderzoekshandelingen door de wrakingskamer gedaan. Het betreft het horen van de voorzitter en griffier als getuigen en het opvragen van een geluidsopname van de terechtzitting, zo die is gemaakt.

De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben ieder afzonderlijk op het verzoek gereageerd. Op de aanvullende grond is alleen door de voorzitter gereageerd. De reacties wordt hierna voor zover nodig besproken.

De officier van justitie heeft mondeling geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

3De beoordeling

beoordelingskader

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waar- door de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

De omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd bieden geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechters door hun persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig zijn.

Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, toch een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechters jegens hem een voor­ ingenomenheid koesteren – objectief – gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar deze is niet doorslaggevend.

het proces-verbaal van de terechtzitting

De wrakingskamer begrijpt het betoog van de verzoeker aldus, dat deze grond zich alleen richt tot de voorzitter en niet tot de bijzitters. Deze hebben immers niet het proces­ verbaal vastgesteld, wat ook in lijn is met artikel 327 Sv, dat slechts de bemoeienis van één rechter voorschrijft.

Deze wrakingsgrond is niet tegelijk met de andere wrakingsgronden voorgedragen, maar dat kon ook niet, omdat ten tijde van het wrakingsverzoek het proces-verbaal waarop deze wrakingsgrond ziet, nog niet was opgemaakt. Niet-ontvankelijkverklaring blijft daarom achterwege.

Een proces-verbaal van een terechtzitting is een zakelijke weergave van hetgeen ter zitting is besproken. De norm is dus niet of de weergave woordelijk gelijk is. De raadsman

put voor zijn stellingen slechts uit zijn herinnering. Als veronderstellenderwijs zou worden aangenomen dat die herinnering juist is, is de wrakingskamer van oordeel dat het verschil tussen de inhoud van het proces-verbaal en de letterlijke bewoordingen niet dusdanig is dat daardoor de schijn van vooringenomenheid is gewekt. Reeds daarom kan deze wrakings­ grond niet slagen. Nader onderzoek naar de juistheid van de herinnering van de raadsman kan dan ook achterwege blijven.

De wrakingsgrond slaagt niet.

het gebruik van de extra beveiligde zittingszaal (zaal 35)

Naar het oordeel van de wrakingskamer biedt de door de rechtbank gegeven uitleg voor het gebruik van zaal 35 voor de behandeling van verzoekers strafzaak geen (concrete) aanknopingspunten dat hieruit de schijn van vooringenomenheid blijkt.

De voorzitter heeft op de herhaalde vraag van mr. Moskowicz waarom de zaak in zaal 35 wordt behandeld geantwoord: "Zoals eerder gezegd vindt de rechtbank dit een geschikte zaal om de zaak in te behandelen. Alle faciliteiten zijn aanwezig." en "Een zaak wordt in deze zaal gepland op het moment dat er belangen zijn, bijvoorbeeld die van uw cliënt, om de behandeling goed, veilig en geordend plaats te kunnen laten vinden. De rechtbank maakt die afweging. De zaal is geschikt. " De wrakingskamer ziet geen grond voor het oordeel dat voorzitter gehouden was om een nadere uitleg te geven over het gebruik van de extra beveiligde zittingszaal en dat uit het ontbreken van die nadere uitleg de schijn van vooringenomenheid blijkt

Zoals de voorzitter heeft toegelicht, is de planning van een zaak in een bepaalde zaal een keuze van de rechtbank. Daarbij doelde de voorzitter kennelijk op de rechtbank als organisatie en niet op de rechtbank in de zin van zittingscombinatie. De tenn rechtbank kan nu eenmaal (onder andere) deze verschillende betekenissen hebben. Dat de verdachte het onderscheid misschien minder scherp voor ogen heeft is één ding; hij wordt bijgestaan door twee ervaren advocaten en van hen mag worden verwacht dat zij dit weten en het indien nodig uitleggen aan hun cliënt of de zittingscombinatie vragen om extra duidelijkheid.

De wrakingsgrond slaagt niet.

beslissing op het preliminaire verweer

De beslissing om het hiervoor weergegeven preliminaire verweer van verzoeker af te wijzen, is aan te merken als een procesbeslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vonnen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het is niet aan de wrakingskamer om een oordeel te geven over de juistheid van de (tussen)beslissing of over een verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.

Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering van de (tussen)beslissing grond kan vonnen voor wraking, ook als het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders als de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve

maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter.

De wrakingskamer is van oordeel dat deze procesbeslissing naar objectieve maat­ staven gemeten niet onbegrijpelijk is en dat zeker geen sprake is van een omstandigheid die maakt dat deze beslissing niet anders kan worden verstaan dan als blijk van voor­ ingenomenheid van de rechters.

Deze wrakingsgrond slaagt niet.

de opmerking met betrekking tot de in de zittingszaal aanwezigen

Ten slotte verwerpt de wrakingskamer de wrakingsgrond met betrekking tot de mededeling van de voorzitter, na de hervatting van de terechtzitting, dat de aanwezigen in de zittingszaal collega's van het openbaar ministerie zijn

De opmerking is niet gemaakt door een van de bijzitters, noch blijkt uit feiten of omstandigheden dat zij deze opmerking op enig moment mede voor hun rekening hebben genomen. Jegens de bijzitters slaagt de grond dan ook reeds om deze reden niet.

Ook jegens de voorzitter slaagt de grond niet. De mededeling kan redelijkerwijs niet zo worden opgevat dat de voorzitter heeft bedoeld dat medewerkers van het openbaar ministerie collega's van de rechtbank zijn. Aldus ontbreekt de feitelijke grondslag aan deze wrakingsgrond.

conclusie

Gelet op het vorenstaande komt de wrakingskamer tot de slotsom dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

4De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. J. van den Bos en mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters.

Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beslissing door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025 in tegenwoordigheid van mr. B. Tijssen, griffier en door hen ondertekend.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.