ECLI:NL:RBROT:2025:12336 Rechtbank Rotterdam , 10-09-2025 / ROT 24/2551

Bij brief van 9 december 2024 heeft Dienst Toeslagen een gewijzigd standpunt ingediend, inhoudende dat opposante met het overgelegde verzendbewijs voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Dienst Toeslagen de ingebrekestelling op 19 februari 2024 (digitaal) via Belastingdienst Filetransfer heeft ontvangen. De verzetrechter is van oordeel dat reeds daarom twijfel is ontstaan over de buiten-zitting...

Source officielle

6 min de lecture 1 149 mots

Inhoudsindicatie. Bij brief van 9 december 2024 heeft Dienst Toeslagen een gewijzigd standpunt ingediend, inhoudende dat opposante met het overgelegde verzendbewijs voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Dienst Toeslagen de ingebrekestelling op 19 februari 2024 (digitaal) via Belastingdienst Filetransfer heeft ontvangen. De verzetrechter is van oordeel dat reeds daarom twijfel is ontstaan over de buiten-zittinguitspraak. Het verzet is dus gegrond. Niet (langer) in geschil is dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Opposante heeft verweerder in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door Dienst Toeslagen zijn meer dan twee weken voorbij gegaan. Niet is gebleken dat Dienst Toeslagen alsnog heeft beslist op het verzoek. Het beroep is daarom gegrond.

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/2551

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2025 op het verzet van

[opposante], opposante,

(gemachtigden: mr. S. Arakelyan en mr. A. Zarwaf),

tegen uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024 in het geding tussen

opposante

en

Dienst Toeslagen,

(gemachtigde: mr. J.S.M. Rietveld).

Procesverloop

Opposante is in verzet gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024 in het geding tussen opposante en de Dienst Toeslagen.

Bij die uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard.

De verzetrechter heeft het verzet op 17 december 2024 op zitting behandeld. Opposante is, zonder bericht vooraf, niet verschenen. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. In deze verzetprocedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of de rechtbank bij uitspraak van 19 juni 2024 het beroep van opposante terecht zonder zitting heeft afgedaan, omdat zij tot het oordeel kwam dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter in de procedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen.

2. In de uitspraak waartegen verzet is gedaan is geoordeeld dat het ingestelde beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, omdat opposante niet heeft gereageerd op het verzoek van de rechtbank aannemelijk te maken dat Dienst Toeslagen de ingebrekestelling eerder dan 6 maart 2024 heeft ontvangen, waarmee als vaststaand moet worden aangenomen dat het beroep prematuur is ingesteld.

3. Bij brief van 9 december 2024 heeft Dienst Toeslagen een gewijzigd standpunt ingediend, inhoudende dat opposante met het overgelegde verzendbewijs voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Dienst Toeslagen de ingebrekestelling op 19 februari 2024 (digitaal) via Belastingdienst Filetransfer heeft ontvangen. De verzetrechter is van oordeel dat reeds daarom twijfel is ontstaan over de buiten-zittinguitspraak. Het verzet is dus gegrond. Dat betekent dat die uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.

4. De verzetrechter is van oordeel dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van het verzoek en doet daarom op grond van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb ook uitspraak op het beroep.

5. Niet (langer) in geschil is dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Opposante heeft verweerder in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door Dienst Toeslagen zijn meer dan twee weken voorbij gegaan. Niet is gebleken dat Dienst Toeslagen alsnog heeft beslist op het verzoek. Het beroep is daarom gegrond.

6. Opposante heeft verzocht de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom vast te stellen. Dienst Toeslagen heeft geen dwangsombeschikking afgegeven. De verzetrechter zal daarom met toepassing van artikel 8:55c van de Awb de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom vaststellen op € 1.442,-.

7. De verzetrechter zal bepalen dat Dienst Toeslagen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet bekendmaken.

8. De verzetrechter bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat Dienst Toeslagen een rechterlijke dwangsom verbeurt als hij de gestelde termijn overschrijdt. De verzetrechter stelt de hoogte van deze dwangsom vast op € 100,- per dag dat de termijn overschreden wordt, met een maximum van € 15.000,-. De verzetrechter ziet geen aanleiding om een hoger bedrag toe te kennen, hiertoe verwijst de verzetrechter naar de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1301.

9. Omdat het beroep gegrond is, moet Dienst Toeslagen het door opposante betaalde griffierecht vergoeden.

10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt opposante een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt opposante een vast bedrag per proceshandeling. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt), een verzetschrift 0,5 punt) en heeft aan de zitting van de verzetrechter deelgenomen (1 punt). Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan 2,5 x 0,5 x € 907,- is in totaal € 1.133,75.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het verzet gegrond;

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

– stelt de door de Dienst Toeslagen te betalen reeds verbeurde dwangsom vast op

€ 1.442,-;

– draagt Dienst Toeslagen op binnen twee weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak een besluit bekend te maken op het bezwaar;

– bepaalt dat Dienst Toeslagen aan opposante een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van

€ 15.000,-;

– bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 51,- aan opposante vergoedt;

– veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 1.133,75 aan proceskosten aan opposante.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2025.

De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Voor zover is beslist op het verzet is het niet mogelijk om daartegen verzet of hoger beroep in te stellen. Voor zover is beslist op het beroep kan een partij, die het niet eens is met deze uitspraak, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.