Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 20 octobre 2025 N° FT RK 25/1771 – FT RK 25/1772 NL

ECLI:NL:RBROT:2025:12613 Rechtbank Rotterdam , 20-10-2025 / FT RK 25/1771 – FT RK 25/1772

Moratorium afgewezen. Verzoekster heeft vanaf februari 2024 geen inkomsten meer. De lopende huurtermijnen zijn vanaf april 2024 (inmiddels al achttien maanden) niet meer voldaan. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.

Source officielle

4 min de lecture 833 mots

Inhoudsindicatie. Moratorium afgewezen. Verzoekster heeft vanaf februari 2024 geen inkomsten meer. De lopende huurtermijnen zijn vanaf april 2024 (inmiddels al achttien maanden) niet meer voldaan. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: afwijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [nummers]

uitspraakdatum: 20 oktober 2025

[verzoekster]
,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats],

verzoekster.

1De procedure

Verzoekster heeft op 26 september 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 25 juli 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 20 oktober 2025.

Ter zitting van 13 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

verzoekster;

mevrouw O. Karstens, werkzaam bij Gelplein (hierna: schuldhulpverlening);

de heer R.F. Marchelinus, werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

Verzoekster heeft vanaf februari 2024 geen inkomsten meer. Verzoekster heeft een PW-uitkering aangevraagd. Verzoekster heeft (nog) geen schuldhulpverlening opgestart. De lopende huurtermijnen worden niet betaald.

3Het verweer

Verzoekster heeft inmiddels achttien maanden – vanaf april 2024 – geen huur betaald. De laatste huurbetaling was op 15 maart 2024 en zag op de huur van maart 2024. Er is vanaf het moment dat verzoekster de woning begon te huren – op drie maanden na – continu sprake geweest van een huurachterstand. De ontruiming is meerdere keren niet doorgezet. Verweerster verzoekt het verzoek af te wijzen.

4De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 11 augustus 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 29 september 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.

Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.

Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 25 juli 2025 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoekster heeft vanaf februari 2024 geen inkomsten meer en niet is gebleken dat zij zich sedertdien heeft ingespannen om inkomsten te verkrijgen. Verzoekster verklaart dat zij haar inwonende broer, die een onderneming exploiteert, niet gevraagd heeft bij te dragen aan het betalen van de huur. De lopende huurtermijnen zijn vanaf april 2024 (inmiddels al achttien maanden) niet meer voldaan. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.

Hierbij neemt de rechtbank ook nog in aanmerking dat verzoekster op 17 maart 2023 al een moratorium toegewezen heeft gekregen en aansluitend een nieuw moratorium heeft verzocht, dat werd afgewezen op 27 november 2023. Kort nadien is verzoekster wederom gestopt met het betalen van de huur.

Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerster zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoekster. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5De beslissing

De rechtbank:

– wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;

– verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.