ECLI:NL:RBROT:2025:13795 Rechtbank Rotterdam , 07-11-2025 / FT RK 25/1783 – FT RK 25/1784
Verzoek moratorium afgewezen. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Daarnaast heeft verzoeker niet aangetoond dat hij staat ingeschreven dan wel dat hij feitelijk verblijft op het adres dat verweerster wenst te ontruimen. Niet is komen vast te staan dat verzoeker een ‘woonbelang’ heeft.
4 min de lecture · 724 mots
Inhoudsindicatie. Verzoek moratorium afgewezen. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Daarnaast heeft verzoeker niet aangetoond dat hij staat ingeschreven dan wel dat hij feitelijk verblijft op het adres dat verweerster wenst te ontruimen. Niet is komen vast te staan dat verzoeker een ‘woonbelang’ heeft.
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: afwijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummers]
uitspraakdatum: 7 november 2025
[verzoeker]
,
wonende te [adres 1]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoeker.
1De procedure
Verzoeker heeft op 29 september 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 29 september 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 24 oktober 2025.
Ter zitting van 24 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
mr. D.A. IJpelaar, advocaat van verzoeker;
mr. P.A.F. Kanters, werkzaam bij Active Collecting Control & Services B.V., namens Rotterdam Europoint II C.V., gevestigd te Amsterdam (hierna: verweerster).
Verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.
Bij e-mailbericht met bijlagen van 29 oktober 2025 heeft mr. IJpelaar de ter zitting toegezegde stukken aan de rechtbank toegezonden.
Bij e-mailbericht met bijlagen van 3 november 2025 heeft mr. Kanters daarop gereageerd.
2De beoordeling
Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 augustus 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 12 augustus 2025 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk dat de lopen termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Hoewel ter zitting is gebleken dat de huur over oktober 2025 is voldaan, heeft mr. Kanters in haar e-mailbericht van 3 november 2025 gesteld dat de huur voor de maand november niet (tijdig) is voldaan. Dit is nadien niet weersproken door of namens verzoeker.
Namens verweerster is verder aangevoerd dat verzoeker de woning aan de Galvanistraat 293 te Rotterdam huurt per april 2021, maar dat hij sinds 2022 woonachtig is op de [adres 1]. Verder blijkt uit het KvK-uittreksel dat het bedrijf van verzoeker vier handelsnamen heeft, waaronder House Rental Solutions, hetgeen doet vermoeden dat de woning aan de Galvanistraat voor andere doeleinden wordt gebruikt dan bewoning door verzoeker zelf.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker geen BRP-uittreksel heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij staat ingeschreven aan de [adres 2]. Ook is niet aangetoond dat hij daar feitelijk verblijft. Dat verzoeker een ‘woonbelang’ heeft, is dan ook niet komen vast te staan.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerster zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoeker. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
3De beslissing
De rechtbank:
– wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;
– verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...