Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 7 novembre 2025 N° FT RK 25/1807 - FT RK 25/1808 NL

ECLI:NL:RBROT:2025:13972 Rechtbank Rotterdam , 07-11-2025 / FT RK 25/1807 – FT RK 25/1808

Voorlopige voorziening toewijzen. Zes maanden. Moratorium. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan. Beschermingsbewind.

Source officielle

6 min de lecture 1 107 mots

Inhoudsindicatie. Voorlopige voorziening toewijzen. Zes maanden. Moratorium. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan. Beschermingsbewind.

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [insolventienummer 1] – [insolventienummer 2]

uitspraakdatum: 7 november 2025

[verzoeker]
,

wonende te [adres]

[postcode] [plaats] ,

verzoeker.

1De procedure

Verzoeker heeft op 1 oktober 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 2 oktober 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 17 oktober 2025.

Ter zitting van 17 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

verzoeker;

de heer C. van der Wal en mevrouw M. Orie, beiden werkzaam bij de Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: schuldhulpverlening);

de heer R.F.J.P. Aeppli, werkzaam bij AFS Beschermingsbewind (hierna: beschermingsbewindvoerder).

Bij brief van 16 oktober 2025 heeft mevrouw K.D. Staat, werkzaam bij Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders, namens Stichting Woonkracht10 (hierna: verweerster) laten weten dat namens verweerster niemand ter zitting aanwezig zal zijn en dat verweerster zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Namens verzoeker zijn op 4 november 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.

Verzoeker wenst een oplossing voor zijn (schulden)problematiek. Hij heeft zich daarom gemeld bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Daarnaast krijgt verzoeker begeleiding vanuit Antes. Verzoeker ontvangt inkomsten uit een Wajong-uitkering. Ook ontvangt hij zorgtoeslag en huurtoeslag. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen. Dit volgt ook uit het budgetplan.

Verzoeker heeft zich daarnaast ook gemeld bij AFS beschermingsbewind. Aangezien het beschermingsbewind nog niet was uitgesproken, is verzoeker tijdens de zitting de mogelijkheid geboden om versneld beschermingsbewind aan te vragen bij de kantonrechter. Verzoeker heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Inmiddels is, per 29 oktober 2025, sprake van beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerde zal zorgdragen voor de volledige en tijdige betaling van de vaste lasten, waaronder de huur. Bovendien heeft verzoeker de huur van november 2025 voldaan. De beschermingsbewindvoerder zal het minnelijk traject uitvoeren.

3Het verweer

Verweerster heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 1 oktober 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 9 oktober 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden zodat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.

Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.

Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 17 juli 2025 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is verder aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoeker heeft inkomsten uit een Wajong-uitkering. Daarnaast ontvangt hij huurtoeslag en zorgtoeslag. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen. Verzoeker heeft ook een betaalbewijs overgelegd, waaruit blijkt dat de huur van november 2025 is voldaan. Bovendien staat verzoeker inmiddels onder beschermingsbewind. Daarmee wordt gewaarborgd dat de huur voortaan volledig en tijdig wordt voldaan.

Intussen is er een minnelijk schuldhulpverleningstraject in gang gezet door de Sociale Dienst Drechtsteden en dit zal worden voortgezet door de beschermingsbewindvoerder, die daartoe bevoegd is op grond van artikel 48 lid 1 van de Wet op het consumentenkrediet. Nu de voorlopige voorziening al ruim twee maanden loopt, is er haast geboden bij de afronding van dit traject. De rechtbank acht echter niet op voorhand onaannemelijk dat de beschermingsbewindvoerder in staat is om binnen vier maanden een minnelijke regeling tot stand te brengen dan wel een Wsnp-verzoek in te dienen.

Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5De beslissing

De rechtbank:

– schort de tenuitvoerlegging op van het op 17 juli 2025 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan de [adres] te [plaats] ( [postcode] ), voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

– bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf

2 oktober 2025;

– bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

– bepaalt dat de persoon of instelling die namens verzoeker de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

– verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.