ECLI:NL:RBROT:2025:14096 Rechtbank Rotterdam , 16-07-2025 / C/10/700906 / JE RK 25-1137
Ondertoezichtstelling
4 min de lecture · 864 mots
Inhoudsindicatie. Ondertoezichtstelling
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700906 / JE RK 25-1137
Datum uitspraak: 16 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 5 juni 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2025;
het rapport van de Raad van 5 juni 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
– een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
– een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
2De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] vertoont opvallend agressief gedrag dat steeds ernstiger wordt; hij slaat, duwt en bijt andere kinderen. Zowel de moeder als de vader komen afspraken niet na, waardoor de plaatsing van [minderjarige] bij het kinderdagverblijf – waar hij op basis van een sociaal-medische indicatie (SMI) is geplaatst – onder druk staat. Bovendien wordt de financiële bijdrage niet betaald en verschijnt de moeder niet meer op haar eigen afspraken bij Antes. Als [minderjarige] niet meer naar het kinderdagverblijf mag en de moeder haar deuren gesloten houdt, is er geen zicht op zijn situatie. Ook van de vader is weinig medewerking te verwachten. Dit is extra zorgelijk, gezien de verslavingsproblematiek van beide ouders.
4Het standpunt van de GI
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad, omdat sprake is van een zorgelijke situatie. Dit geldt des te meer wanneer het kinderdagverblijf wegvalt, omdat er dan geen zicht meer is op de situatie.
5De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Sinds enkele maanden vertoont [minderjarige] agressief fysiek gedrag tegenover andere kinderen op het kinderdagverblijf. De oorzaak hiervan is vooralsnog onbekend, maar mogelijk samenhangend met de onrustige thuissituatie. De relatie tussen de ouders is onduidelijk, maar de vader is regelmatig bij de moeder thuis. Het kinderdagverblijf meldt dat [minderjarige] regelmatig te laat wordt gebracht of opgehaald, waarbij de ouders onbereikbaar zijn. Voorts is bij beide ouders sprake van verslavingsproblematiek, hetgeen de zorgen over de thuissituatie versterkt.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder maakt niet langer gebruik van de hulpverlening die binnen het vrijwillige kader is ingezet. Zij volgde behandeling bij Antes voor haar eigen psychische problemen en verslavingsproblematiek, maar sinds februari 2025 verschijnt zij niet meer op haar afspraken. Hierdoor komt de plaatsing van [minderjarige] bij het kinderdagverblijf in gevaar, aangezien hij daar op basis van een SMI is geplaatst. Dit terwijl het voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] van groot belang is dat hij daar blijft komen. Positief is dat de vader is gestart met behandeling bij Antes voor zijn verslavingsproblematiek, maar dit bevindt zich nog in een pril stadium.
De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om zicht te krijgen op de situatie en de oorzaak van het afwijkende gedrag van [minderjarige] . Daarnaast kan de jeugdbeschermer ondersteuning bieden bij het inzetten van hulpverlening en het monitoren daarvan.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 16 juli 2025 tot 16 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 29 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...