ECLI:NL:RBZWB:2018:6402 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-10-2018 / AWB – 17 _ 3556

Wet MRB, naheffingsaanslag en verzuimboete. Belanghebbende heeft één van zijn tot de bedrijfsvoorraad behorende auto's geparkeerd op de openbare weg zonder die auto te voorzien van het handelaarskenteken. Terecht heeft de inspecteur een naheffingsaanslag MRB opgelegd. Wat betreft de verzuimboete is geen sprake van afwezigheid van alle schuld. Beroep ongegrond.

Source officielle

6 min de lecture 1 245 mots

Inhoudsindicatie. Wet MRB, naheffingsaanslag en verzuimboete. Belanghebbende heeft één van zijn tot de bedrijfsvoorraad behorende auto's geparkeerd op de openbare weg zonder die auto te voorzien van het handelaarskenteken. Terecht heeft de inspecteur een naheffingsaanslag MRB opgelegd. Wat betreft de verzuimboete is geen sprake van afwezigheid van alle schuld. Beroep ongegrond.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 17/3556

uitspraak van 30 oktober 2018

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende]
, wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1Ontstaan en loop van het geding

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 22 augustus 2015 tot en met 21 augustus 2016 een naheffingsaanslag ( [aanslagnummer] .Y.5.90001) motorrijtuigenbelasting (hierna: MRB) opgelegd, ten bedrage van € 426, alsmede bij beschikking een verzuimboete van € 426.

De inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 7 april 2017 de naheffingsaanslag MRB en de boetebeschikking gehandhaafd.

Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 8 mei 2017, ontvangen bij de rechtbank op 12 mei 2017, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 46.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2018 te Eindhoven.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld door [tolk A] die als tolk heeft opgetreden en namens de inspecteur, [inspecteur A] .

2Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

Belanghebbende exploiteert een autobedrijf. De werkzaamheden bestaan onder andere uit schadeherstel, reparatie en inbouw van automaterialen. Tot de bedrijfsvoorraad van het bedrijf behoort een auto, van het merk Opel, type Astra, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).

Op 21 augustus 2016 om omstreeks 14.21 uur is geconstateerd dat de auto geparkeerd stond op de [Straat A] . De auto was op dat moment niet voorzien van een handelaarskenteken. Voor de auto was ook geen motorrijtuigenbelasting voldaan.

Naar aanleiding van deze constatering heeft de inspecteur op 26 januari 2017 aangekondigd voornemens te zijn een naheffingsaanslag en een verzuimboete op te leggen.

Belanghebbende heeft bij brief van 6 februari 2017 op dit voornemen gereageerd.

De inspecteur heeft met dagtekening 3 maart 2017 een naheffingsaanslag MRB over de periode 22 augustus 2015 tot en met 21 augustus 2016 van € 426 en gelijktijdig bij beschikking een verzuimboete van eveneens € 426 opgelegd.

Bij uitspraken op bezwaar van 7 april 2017 heeft de inspecteur het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag MRB en de boetebeschikking gehandhaafd.

3Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag en de boetebeschikking terecht zijn opgelegd.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag en de boetebeschikking. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4

4. Beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid bezwaar

De inspecteur heeft op 26 januari 2017 een vooraankondiging naheffingsaanslag/boetebeschikking naar belanghebbende verzonden. Belanghebbende heeft hierop gereageerd bij brief van 6 februari 2017, ontvangen door de inspecteur op 13 februari 2017. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 7 april 2017, waarbij de inspecteur de brief van 6 februari 2017 als bezwaarschrift heeft aangemerkt op grond van artikel 6:10, eerste lid, onder b, van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier anders over te oordelen en acht het (prematuur) bezwaar ontvankelijk.

Naheffingsaanslag MRB

Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: Wet MRB) en artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 zijn met betrekking tot het gebruik van tot een bedrijfsvoorraad behorende motorrijtuigen de krachtens artikel 37, derde en vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorwaarden voor het gebruik van die motorrijtuigen en de aldaar bedoelde kentekens van toepassing. Vervolgens is in artikel 44, derde lid, van het Kentekenreglement bepaald dat een handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de hiervoor vermelde bepalingen, met de auto gebruik mocht worden gemaakt van de openbare weg onder de voorwaarde dat deze voorzien zou zijn van het handelaarskenteken. Nu dit niet het geval was, heeft de inspecteur terecht een naheffingsaanslag MRB aan belanghebbende opgelegd. De door belanghebbende aangedragen omstandigheden dat de auto slechts heel kort geparkeerd heeft gestaan en belanghebbende al jaren auto’s die tot de bedrijfsvoorraad noodgedwongen kort buiten het bedrijfsterrein parkeert, maakt het voorgaande niet anders. Gelet op artikel 69, tweede lid van de Wet MRB, heeft de inspecteur de aanslag terecht opgelegd over de periode 22 augustus 2015 tot en met 21 augustus 2016.

Verzuimboete

De inspecteur heeft de verzuimboete opgelegd met toepassing van artikel 70 van de Wet MRB, juncto artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Op grond van § 34 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bedraagt de verzuimboete maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat niet of gedeeltelijk niet is betaald, met een minimum van € 50 en maximaal het wettelijk maximum van artikel 67c van de AWR (zijnde € 5.278). Bij afwezigheid van alle schuld (avas) dient oplegging van een boete achterwege te blijven. Avas doet zich voor als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt van het achterwege blijven van de betaling van de belasting.

Ter zitting heeft de inspecteur erop gewezen dat de RDW op haar website een informatiemap voor de voertuigbranche heeft gepubliceerd waarin onder meer nadere uitleg over het gebruik van het handelaarskenteken is opgenomen. Deze informatiemap wordt ook aan houders van een handelaarskentekenplaat verstrekt, aldus de inspecteur. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat het plaatsen van het handelaarskenteken meer tijd in beslag neemt dan dat de auto buiten het bedrijfsterrein is geparkeerd. De rechtbank leidt uit deze stelling af dat belanghebbende wist, althans behoorde te weten, dat hij tegen de wet- en regelgeving in handelde door de auto zonder het handelaarskenteken op de openbare weg te parkeren. De rechtbank is van oordeel dat van avas geen sprake is. De rechtbank is voorts van oordeel dat de opgelegde verzuimboete passend en geboden is.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2018 door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. E.C.A. de Kort, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.