Pays-Bas Rechtbank Zeeland-West-Brabant Commercial 18 juin 2025 N° C/02/434984 / KG ZA 25-203 (E) NL

ECLI:NL:RBZWB:2025:3796 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-06-2025 / C/02/434984 / KG ZA 25-203 (E)

Zeehavenpolitie heeft weerbaarheidsadvies verstrekt aan opdrachtgevers van eiseres. Grote opdrachtgever heeft daarom samenwerking stopgezet. Vorderingen afgewezen omdat niet voldoende aannemelijk is geworden dat de Zeehavenpolitie onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiseres.

Source officielle

9 min de lecture 1 964 mots

Inhoudsindicatie. Zeehavenpolitie heeft weerbaarheidsadvies verstrekt aan opdrachtgevers van eiseres. Grote opdrachtgever heeft daarom samenwerking stopgezet. Vorderingen afgewezen omdat niet voldoende aannemelijk is geworden dat de Zeehavenpolitie onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiseres.

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: C/02/434984 / KG ZA 25-203

Vonnis in kort geding van 18 juni 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. S.B.A. Lhachmi,

tegen

NATIONALE POLITIE, TEAM ZEEHAVENPOLITIE ZEELAND-WEST-BRABANT,

te Den Haag,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Zeehavenpolitie,

advocaat: mr. T. Terpstra-Rezaie.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding in kort geding van 27 mei 2025 met producties;
– de conclusie van antwoord met producties;
– de mondelinge behandeling van 4 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
– de spreekaantekeningen van mr. S.B.A. Lhachmi;
– de spreekaantekeningen van mr. T. Terpstra-Rezaie.

2De feiten

[eiseres] is een onderneming die dienstverlening op projectbasis verleent aan onder meer en in het bijzonder (grote) industriële bedrijven, waaronder [bedrijf 1] ASA. [eiseres] maakt daarbij – naast haar eigen personeel – gebruik van zzp’ers.

Op 31 maart 2025 heeft de directeur van [eiseres] als getuige een verklaring afgelegd inzake een lopend strafrechtelijk onderzoek naar een zzp’er die van juli 2024 tot en met december 2024 voor [eiseres] structureel bij [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) heeft gewerkt.

Op 22 april 2025 heeft de Zeehavenpolitie een weerbaarheidsadvies uitgebracht aan – onder andere – [bedrijf 2] . Als gevolg daarvan heeft [bedrijf 2] besloten om elke samenwerking met [eiseres] per direct te beëindigen. Daarover heeft zij [eiseres] op 23 april 2025 een e-mail gezonden waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“Uit opsporingsonderzoek is gebleken dat:

Personeel (ZZP-basis) van [eiseres] B.V worden verdacht van de handel in en het gebruik van cocaïne.

De directeur van [eiseres] B.V. kennis heeft van het feit dat zijn personeel betrokkenheid heeft bij deze strafbare feiten.

De directeur van [eiseres] B.V. als gebruiker cocaïne afneemt bij zijn eigen personeel.”

Bij e-mail van 26 april 2025 heeft [eiseres] opheldering gevraagd bij de Zeehavenpolitie. De Zeehavenpolitie heeft daar niet op gereageerd.

3Het geschil

[eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Zeehavenpolitie:

I. te bevelen om binnen 5 werkdagen na betekening van het vonnis een specifieke schriftelijke rectificatie aan [bedrijf 2] te sturen, kort samengevat inhoudende dat het eerder gegeven weerbaarheidsadvies onterecht was, op straffe van een dwangsom;

II. te verbieden om zonder voorafgaand hoor en wederhoor nog negatieve mededelingen over [eiseres] aan derden te doen, op straffe van een dwangsom;

III. te veroordelen tot betaling van een voorschot op (nog te vorderen) schadevergoeding van € 95.000,00, te vermeerderen met wettelijke rente;

IV. te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

V. te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat de Zeehavenpolitie onrechtmatig heeft gehandeld. [eiseres] had geen kennis van de feiten waarvan de door haar ingeschakelde zzp’er werd beschuldigd. Indien [eiseres] een weerbaarheidsadvies had ontvangen, had zij de desbetreffende zzp’er ontslagen en was het niet nodig om de klanten van [eiseres] door middel van een weerbaarheidsadvies te informeren. Door geen hoor en wederhoor toe te passen voorafgaand aan het vertrekken van het advies en omdat gevolgen van deze maatregel disproportioneel zijn, is door de Zeehavenpolitie onrechtmatig gehandeld. [eiseres] stelt daarbij dat bij de belangenafweging ook het tijdsverloop had moeten worden betrokken nu de zzp’er waar het strafrechtelijk onderzoek naar is ingesteld, op het moment van het verstrekken van het weerbaarheidsadvies al een tijd niet meer voor [eiseres] werkzaam was. Wegens het onrechtmatige handelen is de Zeehavenpolitie op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de door [eiseres] als gevolg daarvan geleden en te lijden schade.

De Zeehavenpolitie betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. De Zeehavenpolitie voert aan dat zij op grond van artikel 3 Politiewet de taak heeft om te zorgen voor handhaving van de rechtsorde. Zij mag op grond van artikel 19 van de Wet Politiegegevens (Wpg) politiegegevens verstrekken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Binnen de havenbedrijven gelden hoge veiligheidsstandaarden die dagelijks in de praktijk moeten worden gebracht door de bedrijven zelf maar ook de medewerkers en onderaannemers. Het is belangrijk dat de (externe) medewerkers zich gedragen naar én verantwoordelijkheid voelen voor de standaarden. Uit de onderzoeksbevindingen volgt dat [eiseres] deze verantwoordelijkheid niet toont.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4De beoordeling

Toetsingskader

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Het toetsingskader van de voorzieningenrechter is dus beperkt. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Spoedeisend belang

De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang bij de vorderingen van [eiseres] aanwezig gezien de gestelde schade die hoog oploopt en gezien de reputatieschade van [eiseres] en haar directeur.

Inhoudelijke beoordeling

De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de Zeehavenpolitie met het verstrekken van het weerbaarheidsadvies onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] . Hierbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat [eiseres] de inhoud van het verstrekte weerbaarheidsadvies niet heeft betwist. Zij heeft alleen gesteld dat zij niet bekend was met de feiten die daarin over de ingeschakelde zzp’er worden genoemd. De melding van wetenschap van de directeur van [eiseres] van het gebruik van en de handel in cocaïne door personeel van [eiseres] , alsmede het afnemen van cocaïne door de directeur van [eiseres] bij het eigen personeel (i.e. voornoemde zzp’er) is niet bestreden. Door deze twee punten niet voldoende gemotiveerd te betwisten acht de voorzieningenrechter het in het kader van dit kort geding onaannemelijk dat de directeur van [eiseres] geen wetenschap had van het gebruik van en het handelen in cocaïne door voornoemde zzp’er.

Volgens [eiseres] had de Zeehavenpolitie haar eerst in de gelegenheid moeten stellen zich tegen de inhoud van het weerbaarheidsadvies en de voorgenomen verzending te verweren. De voorzieningenrechter overweegt hierover dat hoor en wederhoor weliswaar een belangrijk rechtsbeginsel is maar dat het ten aanzien van de mogelijke verstrekking van een weerbaarheidsadvies geen (wettelijke) basis kent. Het is bij het verstrekken van een dergelijk advies dus niet noodzakelijk dat hoor en wederhoor wordt toegepast. Daarnaast is – mede in het licht van hetgeen onder rov. 4.3 is overwogen – niet voldoende aannemelijk geworden dat indien hoor en wederhoor wel was toegepast, niet hetzelfde advies zou zijn gegeven. De Zeehavenpolitie heeft daar ter zitting nog over aangevoerd dat zij heeft gehandeld op basis van de onderzoeksbevindingen.

[eiseres] stelt verder dat de door de Zeehavenpolitie ingezette maatregel disproportioneel is gezien de grote en voorzienbare financiële schade die zij hierdoor lijdt. Het persoonlijk belang van [eiseres] is niet meegewogen en als dat wel het geval zou zijn geweest, dan had het advies niet uitgebracht mogen worden, aldus [eiseres] . De voorzieningenrechter overweegt hierover dat alhoewel de gevolgen voor [eiseres] ernstig (kunnen) zijn, dit niet automatisch betekent dat het handelen onrechtmatig is geweest. Ook is niet gebleken dat het persoonlijk belang van [eiseres] niet is meegewogen. Daartoe is het volgende van belang.

Op grond van artikel 19 van de Wet Politiegegevens (Wpg) politiegegevens kan de politie gegevens verstrekken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Daaronder kan – onder meer – worden verstaan het belang van de nationale- en de openbare veiligheid of het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. De Zeehavenpolitie voert aan dat zij daarbij een belangenafweging heeft gemaakt maar dat het belang om de ondermijnende (drugs)criminaliteit tegen te gaan in dit geval zwaarder weegt. Ter zitting heeft de Zeehavenpolitie hierover nog verklaard dat ook het gebruik van cocaïne een risico vormt voor de weerbaarheid van havenbedrijven. Volgens de Zeehavenpolitie zijn gebruikers kwetsbare doelwitten voor de georganiseerde (drugs)criminaliteit omdat zij – al dan niet onder dwang of verleiding – bewogen worden om bepaalde handelingen uit te voeren. Daarnaast ging het de Zeehavenpolitie niet alleen om eigen gebruik maar ook om kenbaarheid van de directeur van [eiseres] over het dealen van één van zijn zzp’ers. [eiseres] voert daartegen wel aan dat zij niet weet wat de door haar ingehuurde zzp’ers in hun vrije tijd doen maar dit acht de voorzieningenrechter onaannemelijk gezien hetgeen de Zeehavenpolitie daar gemotiveerd tegenover heeft gesteld en hetgeen daarover onder rov. 4.3 is uiteengezet.

Tot slot stelt [eiseres] dat ook het tijdsverloop in de belangenafweging had moeten worden meegenomen. [eiseres] stelt dat het niet correct is dat de Zeehavenpolitie pas een advies uitbrengt op het moment dat het kennelijke gevaar niet meer dreigde omdat de zzp’er op dat moment al circa 4 maanden niet meer voor [eiseres] werkzaam was. De Zeehavenpolitie heeft daarover ter zitting aangevoerd dat de dreiging daarmee niet voorbij was. Immers, meerdere zzp’ers bij [eiseres] konden in verband worden gebracht met drugshandel. Daarnaast gelden ook nog de gestelde feiten over de wetenschap bij de directeur van [eiseres] van gebruik van en handel in drugs door het personeel, alsmede het gebruik van drugs door de directeur zelf als omstandigheden die in de belangenafweging door de Zeehavenpolitie zijn meegenomen.

Gezien het voorgaande en in het kader van dit kort geding is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de Zeehavenpolitie met het verstrekken van het weerbaarheidsadvies aan – onder andere – [bedrijf 2] , onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] . Nu alle vorderingen hun grondslag kennen in het vermeende onrechtmatige handelen door de Zeehavenpolitie, zal de voorzieningenrechter gezien het voorgaande oordeel daarover alle vorderingen van [eiseres] afwijzen.

Daarbij merkt de voorzieningenrechter nog ten overvloede het volgende op. [eiseres] heeft specifiek gevorderd dat ter rectificatie [bedrijf 2] wordt bericht dat de inhoud van het weerbaarheidsadvies onjuist was en dat [eiseres] geen kennis heeft gehad van of betrokkenheid gehad bij de strafbare gedragingen van een voormalig ingehuurde zzp'er. Mede in het licht van hetgeen over deze feiten onder rov. 4.3 is overwogen en nu in een kort geding procedure geen ruimte is voor bewijsvergaring, is toewijzing van een dergelijke rectificatie in kort geding niet mogelijk. Ten aanzien van het door [eiseres] gevorderde verbod om zonder hoor en wederhoor negatieve uitlatingen te doen is ter onderbouwing geen grondslag aangevoerd. Ook in het licht van hetgeen over hoor en wederhoor in rov. 4.4 is overwogen dient die vordering derhalve te worden afgewezen. Ten aanzien van het gevorderde voorschot op de schadevergoeding van de door [eiseres] gestelde schade ontbreekt enige onderbouwing, waardoor die vordering ook in dat kader moet worden afgewezen.

De proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Zeehavenpolitie worden begroot op:

– griffierecht

– salaris advocaat

2.995,00

1.107,00

– nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.280,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen van [eiseres] af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 4.280,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [eiseres] ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bosters en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.