ECLI:NL:RBZWB:2025:5261 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-08-2025 / C/02/437706 / FA RK 25-3639
Wvggz - zorgmachtiging 1 jaar - GGZ dient betrokkene perspectief te geven en te kijken naar zijn wens - onderzocht moet worden of medicatie (in frequentie) kan worden afgebouwd - mocht blijken dat vermindering van medicatie niet lukt, dan leidt dat mogelijk tot acceptatie van de noodzaak van medicatie.
8 min de lecture · 1 557 mots
Inhoudsindicatie. Wvggz – zorgmachtiging 1 jaar – GGZ dient betrokkene perspectief te geven en te kijken naar zijn wens – onderzocht moet worden of medicatie (in frequentie) kan worden afgebouwd – mocht blijken dat vermindering van medicatie niet lukt, dan leidt dat mogelijk tot acceptatie van de noodzaak van medicatie.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/437706 / FA RK 25-3639
Datum uitspraak: 1 augustus 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ( [land] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg te Breda.
1Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
– het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 juli 2025.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op
1. augustus 2025 bij de [accommodatie] te [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
casemanager, mevrouw [naam 1] ;
klinisch psycholoog, mevrouw [naam 2] .
2Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 augustus 2025.
3Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen met de volgende vormen van verplichte zorg:
– het toedienen van medicatie;
– aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat en dat hij geen verplichte zorg nodig heeft. Het contact met de behandelaren verloopt op dit moment positief en betrokkene wenst dit contact voort te zetten. De medicatie vindt betrokkene echter niet nodig omdat deze medicatie niet werkt.
De klinisch psycholoog verklaart, samengevat, het navolgende. In het verleden is geprobeerd om betrokkene zelfstandig zijn medicatie in te laten nemen, maar telkens komen de symptomen van een psychose terug omdat betrokkene zijn medicatie zelfstandig mindert of staakt. Als betrokkene zijn medicatie niet duurzaam inneemt, kan hij snel decompenseren en bestaat er een groot risico op gevaarlijke situaties met een opname tot gevolg. Nu het herstel van een psychotische decompensatie telkens moeizamer verloopt naarmate betrokkene ouder wordt, dient dit voorkomen te worden. Om de vooruitgang die betrokkene nu laat zien voort te zetten, is een zorgmachtiging noodzakelijk. De klinisch psycholoog verzoekt dan ook beide vormen van verplichte zorg toe te wijzen. Als alleen het toedienen van medicatie verplicht wordt gesteld, zal het behandelcontact veranderen en daarmee de medicatie-inname bemoeilijkt worden. In het verleden is namelijk gebleken dat een samenwerkingsrelatie belangrijk is voor de borging van de medicatie-inname.
De casemanager vult hierop, samengevat, aan dat een zorgmachtiging nodig is om de situatie te monitoren. In het verleden is gebleken dat een terugval ontzettend veel impact op betrokkene heeft. Het contact tussen de behandelaren en betrokkene is nu verbeterd. Het is belangrijk dat dit contact én de medicatie-inname doorgang vinden om de positieve ontwikkeling voort te zetten. Betrokkene neemt zijn medicatie in omdat de rechtbank dat heeft bepaald en hij plichtsgetrouw is. Als de medicatie-inname niet meer verplicht is, betwijfelt de casemanager of betrokkene zijn medicatie in zal blijven nemen.
De advocaat voert, samengevat, aan dat het beter gaat met betrokkene. Hij heeft profijt van het contact met de behandelaren en zal dit ook in het vrijwillig kader voortzetten. Het betreurt betrokkene dat er telkens wordt teruggegrepen op omstandigheden uit het verleden. Het ontbreekt hem daardoor aan enige vorm van perspectief. Gelet op het voorgaande verzoekt de advocaat primair om het verzoek af te wijzen omdat betrokkene wenst op vrijwillige basis verder te gaan. Subsidiair verzoekt de advocaat om het verzoek toe te wijzen voor de duur van zes maanden zodat betrokkene perspectief krijgt.
5De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene sinds lange tijd bekend is bij GGZ in verband met recidiverende psychoses.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
– ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige psychische schade;
– ernstige materiële schade;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang;
– het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
– gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanuit een psychotische decompensatie agressief gedrag vertoont richting anderen, zijn spullen vernielt en zijn huis vervuilt. Ook lijdt betrokkene gedurende deze episodes aan grootheidswanen, die tot uiting komen in zijn gedrag en waardoor tussenkomst van de politie in het verleden regelmatig noodzakelijk is geweest. Voorafgaand aan zijn laatste opname in 2023 moest betrokkene door de politie worden getaserd vanwege gevaarlijk gedrag. Dit brengt risico’s op lichamelijk letsel voor zowel betrokkene als de zorgverleners met zich mee. Daarnaast is er sprake van sociaal en maatschappelijk nadeel. Gedurende de psychotische decompensatie dreigt maatschappelijke teloorgang aangezien zaken zoals het sociaal netwerk en de dagstructuur van betrokkene onder druk staan.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat het betrokkene structureel ontbreekt aan ziektebesef. Betrokkene is bekend met een patroon waarbij hij zonder zorgmachtiging zijn medicatie mindert en uiteindelijk volledig staakt, wat leidt tot een terugval. Hoewel betrokkene vooruitgang laat zien, heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene behandelafspraken zijn te maken in het vrijwillig kader. Betrokkene blijft een ambivalente houding aannemen tegenover zijn medicatie en geeft aan te zullen stoppen met het innemen van de medicatie als dit niet meer verplicht is. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
het toedienen van medicatie;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
Zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken, verwacht de rechtbank dat de behandelaren aandacht hebben voor de wens van betrokkene om zonder medicatie zijn leven te leiden. Gebleken is dat het beter gaat met betrokkene en dat de stressfactoren vanuit zijn werk er niet meer zijn aangezien betrokkene niet meer werkt. De behandelaren dienen daarom de mogelijkheden voor een gecontroleerde afbouw (qua frequentie) van de medicatie te onderzoeken. Op die manier krijgt betrokkene weer perspectief op de overstap naar het vrijwillig kader. Mocht blijken dat een vermindering van medicatie leidt tot nadelig gedrag, dan kan het feit dat het in ieder geval is onderzocht mogelijk leiden tot acceptatie door betrokkene van de noodzaak van medicatie. Indien en voor zover er een nieuwe zorgmachtiging nodig is, wenst de rechtbank dan te worden geïnformeerd over of er gehoor is gegeven aan de wens van betrokkene om zijn medicatie af te bouwen, en zo nee, wat hieraan in de weg lag.
6De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ( [land] ), inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen;
– het toedienen van medicatie;
– aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 5.7.1.;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 augustus 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 8 augustus 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...