Pays-Bas Rechtbank Zeeland-West-Brabant Social 9 juillet 2025 N° 11579153 \ AZ VERZ 25-20 (T) NL

ECLI:NL:RBZWB:2025:6765 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-07-2025 / 11579153 \ AZ VERZ 25-20 (T)

In deze zaak verzoekt werknemer primair om toekenning van verschillende vergoedingen na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de VOF. De VOF voert als verweer dat werknemer wegens een overgang van onderneming in dienst is gekomen van de BV. Vervolgens is deze arbeidsovereenkomst na een faillissement van de BV beëindigd door de curator. De kantonrechter geeft de VOF in deze tussenbeschik...

Source officielle

12 min de lecture 2 443 mots

Inhoudsindicatie. In deze zaak verzoekt werknemer primair om toekenning van verschillende vergoedingen na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de VOF. De VOF voert als verweer dat werknemer wegens een overgang van onderneming in dienst is gekomen van de BV. Vervolgens is deze arbeidsovereenkomst na een faillissement van de BV beëindigd door de curator. De kantonrechter geeft de VOF in deze tussenbeschikking de opdracht om te bewijzen dat aan de vereisten voor een overgang van onderneming is voldaan.

RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer / rekestnummer: 11579153 \ AZ VERZ 25-20

beschikking van 9 juli 2025

in de zaak van

[verzoeker]
,

te [plaats 1] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. F.H.J. Nooijen,

tegen

1DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [verweerder 1] ,

2. DE HEER [verweerder 2]

3. MEVROUW [verweerder 3]

te [plaats 2] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerders] VOF,

gemachtigde: mr. W.A.A. van Kuijk.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt [verzoeker] primair om toekenning van verschillende vergoedingen na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerders] VOF. [verweerders] VOF voert als verweer dat [verzoeker] wegens een overgang van onderneming in dienst is gekomen van [B.V. ] . Vervolgens is deze arbeidsovereenkomst na een faillissement van [B.V. ] beëindigd door de curator. De kantonrechter geeft [verweerders] VOF in deze tussenbeschikking de opdracht om te bewijzen dat aan de vereisten voor een overgang van onderneming is voldaan.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het verzoekschrift

– het verweerschrift

– aanvullende stukken van [verzoeker] van 9 mei 2025
– aanvullende stukken van [verweerders] VOF van 9 mei 2025
– aanvullende stukken van [verweerders] VOF van 12 mei 2025

– de mondelinge behandeling van 25 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij de gemachtigden van partijen hun spreekaantekeningen hebben overgelegd.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2De feiten

[verzoeker] , geboren [datum] 1960, is op 9 juli 1979 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van [verweerders] VOF. De functie van [verzoeker] is brood-banketbakker met een loon van laatstelijk € 3.848,51 bruto per maand.

In 1961 is [naam 1] – de vader van verweerster sub 3 – de onderneming gestart met een bakkerij en winkel bij zijn woonhuis in [plaats 2] . In 1996 hebben verweerders sub 2 en 3 de onderneming overgenomen en ondergebracht in [verweerders] VOF. In de loop van de tijd zijn er winkels bijgekomen in [plaats 3] (2009), [plaats 4] (2015), [plaats 5] (2017) en [plaats 6] (2021). De bakkerij (in [plaats 2] ) produceert niet alleen producten voor de winkels, maar ook voor ziekenhuizen, verenigingen en andere instellingen. De zoon van verweerders sub 2 en 3, [naam 2] , is vanaf 2013 in de onderneming gaan werken en heeft in 2023 [B.V. ] opgericht.

Op 14 januari 2025 is [B.V. ] failliet verklaard. In een brief van 15 januari 2025 van de curator aan [verzoeker] staat onder meer het volgende:

“Bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 januari 2025 is het faillissement uitgesproken van uw werkgever, [verweerders] B.V. (…) en zeg ik u hierbij het dienstverband op met inachtneming van de daarvoor geldende opzegtermijn.”

De gemachtigden van) Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over wie de laatste werkgever was van [verzoeker] ( [verweerders] VOF of [B.V. ] ) en over de (rechtsgeldigheid van de) opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dit heeft niet tot overeenstemming of een oplossing geleid.

3Het verzoek en het verweer

Primair verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en om [verweerders] VOF te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Subsidiair verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om de opzegging te vernietigen en meer subsidiair om [verweerders] VOF te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ex artikel 7:611 BW wegens schending van haar informatieplicht met betrekking tot de overgang van onderneming. Tot slot verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om [verweerders] VOF in alle gevallen te veroordelen tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente over alle toegewezen bedragen.

[verweerders] VOF voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van [verzoeker] in de proceskosten.

4De beoordeling

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend en of [verweerders] VOF moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

Om te kunnen beoordelen of de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] wel of niet rechtsgeldig is opgezegd, is het van belang om eerst vast te stellen bij wie [verzoeker] laatstelijk in dienst was. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoeker] in dienst is getreden bij [verweerders] VOF. Volgens [verzoeker] is hij altijd bij [verweerders] VOF in dienst gebleven, totdat [verweerders] VOF de arbeidsovereenkomst (niet-rechtsgeldig) heeft opgezegd tegen eind februari 2024. [verweerders] VOF stelt echter dat [verzoeker] als gevolg van een overgang van onderneming per 1 januari 2024 in dienst is gekomen van [B.V. ] , welk dienstverband door de curator bij brief van 15 januari 2025 rechtsgeldig is opgezegd tegen 28 februari 2025. Dit wordt door [verzoeker] gemotiveerd betwist.

Voordat de kantonrechter aan de inhoudelijke beoordeling van de overgang van onderneming toekomst, zal de kantonrechter een formeel verweer van [verweerders] VOF behandelen. [verweerders] VOF stelt namelijk dat [verzoeker] de klachtplicht van artikel 6:89 BW heeft geschonden door pas na de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator te klagen over de overgang van onderneming. Met verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad overweegt de kantonrechter dat de klachtplicht in beginsel ook van toepassing is op verbintenissen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Wel is het zo dat de aard en inhoud van de rechtsverhouding en de aard en inhoud van de prestatie onderdeel zijn van de relevante omstandigheden bij de beoordeling of de schuldeiser – in dit geval [verzoeker] – aan zijn klachtplicht heeft voldaan. Verder heeft de Hoge Raad in voormelde arresten benadrukt dat de klachtplicht alleen ziet op gevallen, waarin – kort gezegd – (slechts) gedeeltelijk wordt nagekomen en niet op gevallen waarin in het geheel geen prestatie is verricht. De kantonrechter is in dit geval van oordeel dat er aan de zijde van [verweerders] VOF als gevolg van de door haar gestelde overgang van onderneming sprake is van niet presteren in plaats van gebrekkig presteren, zodat de klachtplicht niet van toepassing is. De kantonrechter verwijst in dit kader naar een arrest van de Hoge Raad, waarin ook geoordeeld werd dat de klachtplicht niet van toepassing was, omdat sprake was van niet presteren. In die zaak bestond het niet presteren uit het schenden van een concurrentiebeding. Dat is weliswaar een geheel andere casus dan in deze zaak, maar het gaat erom dat de Hoge Raad oordeelde dat de klachtplicht niet van toepassing was, omdat sprake van in het geheel niet presteren. Overigens is het in deze zaak ook nog de vraag of de klachtplicht geschonden was, als deze wel van toepassing zou zijn.

Inhoudelijk oordeelt de kantonrechter over de door [verweerders] VOF gestelde overgang van onderneming als volgt. Artikel 7:662 lid 1 aanhef en onder a. BW bepaalt dat onder overgang van onderneming wordt verstaan: “de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt”. Hieruit volgen drie vereisten, namelijk 1) onderneming (economische eenheid), 2) overgang en 3) identiteitsbehoud. Hieronder zal de kantonrechter (de toepassing van) deze vereisten een voor een behandelen.

Onderneming (economische eenheid)

Dat er sprake is van een onderneming (economische eenheid) – namelijk de bakkerij met winkels – is tussen partijen niet in geschil, zodat in deze zaak is voldaan aan het eerste vereiste.

Overgang

De kantonrechter stelt het volgende voorop. Er is alleen sprake van een overgang van onderneming als een onderneming ten gevolge van een overeenkomst, fusie of splitsing overgaat. In de rechtspraak wordt het overeenkomstvereiste ruim uitgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante feitelijke omstandigheden. Waar het om gaat is dat er sprake moet zijn van overdracht van ondernemingsactiviteiten, zoals de overgang van gebouwen, inventaris, klantenkring, vergunningen, knowhow en goodwill. Eigendomsoverdracht van deze bedrijfsmiddelen is niet noodzakelijk, zoals volgt uit de Securicor-uitspraak van het Hof van Justitie.

[verweerders] VOF stelt dat er in dit geval sprake is van overgang. [verweerders] VOF stelt in dat kader het volgende. In 2023 heeft [naam 2] [B.V. ] opgericht met het oog op de bedrijfsoverdracht. In het verweerschrift staat dat per 1 januari 2024 alle activiteiten van de bakkerij (voorraad, onderhanden werk, klantenbestand, lopende contracten, al het personeel, goodwill) en de activiteiten en inventaris en het personeel in de winkels overgedragen zijn door [verweerders] VOF aan [B.V. ] , met uitzondering van de (kleine) winkel in [plaats 2] die is verbonden aan het woonhuis van verweerders sub 2 en 3. Daarnaast zijn de activa (machines en inventaris) in de bakkerij eigendom gebleven van [verweerders] VOF, net als het gebouw van de bakkerij. De machines werden volgens [verweerders] VOF door [B.V. ] gebruikt tegen een vergoeding van 1% van de totale verkochte omzet in de BV. Wat betreft de overgang wijst [verweerders] VOF op de als productie 10 bij de dagvaarding overgelegde activa-passiva-koopovereenkomst.

De door [verweerders] VOF gestelde overgang wordt door [verzoeker] gemotiveerd betwist. Volgens [verzoeker] is er feitelijk geen sprake van overgang/overdracht van ondernemingsactiviteiten, maar betreft het slechts een papieren (schijn)constructie. In dat kader voert [verzoeker] aan dat [verweerders] VOF spreekt over een overgang per 1 januari 2024, terwijl de activa-passiva-koopovereenkomst van juli dateert. Bovendien staat in deze overeenkomst nergens de datum van ondertekening, maar slechts “__ juli 2024”.

[verweerders] VOF brengt daartegenin dat de overgang feitelijk per 1 januari 2024 plaatsvond, maar pas is vastgelegd in juli 2024. Dit volgt volgens [verweerders] VOF onder meer uit loonstroken, leveringsoverzichten en klantbonnen. Echter, in dat kader voert [verzoeker] aan dat de loonbetalingen nog tot en met november 2024 hebben plaatsgevonden vanaf de bankrekening van [verweerders] VOF. Bovendien wijst [verzoeker] op het volgende. Weliswaar staan de als productie 9 door [verweerders] VOF overgelegde klantenbonnen op naam van [B.V. ] , maar het rekeningnummer op die klantbonnen – waaronder een klantbon van 6 september 2024 – is het rekeningnummer van [verweerders] VOF. In eerste instantie gaf [verweerders] hiervoor als verklaring dat [B.V. ] problemen had met het openen van een bankrekening. Echter, [verzoeker] wees vervolgens op productie 21 van [verweerders] VOF. Deze productie betreft facturen van [B.V. ] aan [B.V. 2] (lopend van 30 maart 2024 tot en met 31 oktober 2024) met daarop een bankrekeningnummer, waarvan ter zitting is bevestigd dat dit het bankrekeningnummer van [B.V. ] betreft. Daaruit volgt dat [B.V. ] in ieder geval op 30 maart 2024 al een bankrekening had geopend, hetgeen ter zitting ook door [verweerders] VOF is erkend. [verweerders] VOF stelde vervolgens echter dat [B.V. ] desondanks nog tot november 2024 voor zowel betalingen als ontvangsten de bankrekening van [verweerders] VOF gebruikte, omdat de bankrekening van [B.V. ] roodstand (nog) niet toeliet. Aanvullend stelde [verweerders] VOF dat alle in dit kader ontvangen en betaalde bedragen zijn verrekend via een rekening-courant verhouding tussen [verweerders] VOF en [B.V. ] . [verweerders] VOF heeft hiervan bewijs aangeboden.

Gelet op de bovenstaande stellingen van partijen over en weer zal de kantonrechter op grond van artikel 150 Rv [verweerders] VOF in de gelegenheid stellen om te bewijzen dat alle door haar ontvangen en betaalde bedragen voor [B.V. ] al destijds verrekend zijn via de door [verweerders] VOF gestelde rekening-courant.

Identiteitsbehoud

[verweerders] VOF stelt dat (ook) is voldaan aan het vereiste van identiteitsbehoud. Zij wijst erop dat met de activa-passiva-koopovereenkomst nagenoeg alles is overgedragen. Dat geldt alleen niet voor het winkeltje aan huis in [plaats 2] en wat betreft de bakkerij voor de machines, de inventaris en het gebouw, zoals is weergegeven onder 4.6. van deze beschikking. [verzoeker] betwist gemotiveerd dat de identiteit is behouden. De kantonrechter oordeelt op dit punt als volgt.

Winkel [plaats 2]

De kantonrechter is van oordeel dat dit niet aan identiteitsbehoud in de weg staat. Daarbij is met name van belang dat het een kleine winkel aan huis betreft, terwijl de identiteit van [verweerders] VOF/BV vooral bepaald wordt door de bakkerij, die ook voor derden produceert, en de reguliere, niet aan huis verbonden, bakkerijwinkels.

Machines, inventaris en gebouw

De kantonrechter is van oordeel dat met name de machines in de bakkerij wel (mede) bepalend zijn voor de identiteit van [verweerders] VOF/BV. Immers, met die machnies maakt(e) [verweerders] VOF/BV een belangrijk deel van de bakkersproducten die – zowel in de winkels al rechtstreeks vanuit de bakkerij – werden verkocht. Verder overweegt de kantonrechter met verwijzing naar de eerdergenoemde Securicor-uitspraak dat voor identiteitsbehoud een eigendomsoverdracht niet noodzakelijk is. [verweerders] VOF stelt dat [B.V. ] de betreffende machines niet in eigendom heeft overgenomen, maar wel gebruikt tegen betaling van een gebruiksvergoeding aan [verweerders] VOF. Dit wordt door [verzoeker] betwist. Gezien de stellingen van partijen hieromtrent zal de kantonrechter [verweerders] VOF in de gelegenheid stellen om te bewijzen dat [B.V. ] de machines van de bakkerij gebruikte tegen betaling van een gebruiksvergoeding aan [verweerders] VOF. Daarbij dient [verweerders] VOF tevens inzichtelijk te maken op welke wijze deze betaling (destijds) werd verricht.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5De beslissing

De kantonrechter

draagt [verweerders] VOF op te bewijzen dat:

– alle door haar ontvangen en betaalde bedragen voor [B.V. ] al destijds verrekend zijn via de door [verweerders] VOF gestelde rekening-courant;

– [B.V. ] de machines van de bakkerij gebruikte tegen betaling van een gebruiksvergoeding aan [verweerders] VOF, waarbij [verweerders] VOF tevens inzichtelijk dient te maken op welke wijze deze betaling (destijds) werd verricht.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 6 augustus 2025 voor uitlating door [verweerders] VOF of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

bepaalt dat, als [verweerders] VOF geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

bepaalt dat, als [verweerders] VOF getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden augustus 2025 tot en met december 2025 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Zander, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:HR:2024:1278 en ECLI:NL:HR:2024:1281
  2. ECLI:NL:HR:2024:336
  3. ECLI:EU:C:2005:778

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.