Pays-Bas Rechtbank Zeeland-West-Brabant Divers 30 avril 2025 N° C/02/433336 / KG ZA 25-128 NL

ECLI:NL:RBZWB:2025:6961 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-04-2025 / C/02/433336 / KG ZA 25-128

Vaststellen voorlopige, begeleide zorgregeling. Bodemprocedure wordt aanhangig gemaakt voor afdoening binnen wijkrechtspraak.

Source officielle

13 min de lecture 2 662 mots

Inhoudsindicatie. Vaststellen voorlopige, begeleide zorgregeling. Bodemprocedure wordt aanhangig gemaakt voor afdoening binnen wijkrechtspraak.

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/433336 / KG ZA 25-128

Vonnis in kort geding van 30 april 2025

in de zaak van

[de vrouw]
,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. E.M.A. Leijser te Tilburg,

en

[de man]
,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de man,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. M.P.J. Brouwers te Tilburg.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 31 maart 2025 met producties;

– de conclusie van antwoord van 7 april 2025, tevens eis in reconventie, met producties;

– de zitting op 10 april 2025.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de na te noemen minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen de partijen, bijgestaan door hun advocaten. Partijen zijn ieder tevens bijgestaan door een tolk. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:

– [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedag] 2018, hierna te noemen: [minderjarige].

Ten aanzien van [minderjarige] is het gezamenlijk ouderlijk gezag in het gezagsregister aangetekend.

Volgens het door partijen in maart 2024 overeengekomen ouderschapsplan:

– heeft [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de vrouw;

– verblijft [minderjarige] op grond van een co-ouderschapsregeling gedurende de even weken bij de vrouw en gedurende de oneven weken bij de man, waarbij het wisselmoment iedere week op vrijdag om 18:30 uur zal plaatsvinden.

De vrouw heeft de Portugese nationaliteit. De man en [minderjarige] hebben de Spaanse nationaliteit.

3Het geschil

De vrouw vordert in conventie dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. bepaalt dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de man en [minderjarige], zoals deze is vastgelegd in het ouderschapsplan, wordt stopgezet c.q. geschorst in afwachting van de uitkomst van het politieonderzoek dan wel raadsonderzoek;

Subsidiair

II. een raadsonderzoek te gelasten, welke resultaten worden meegewogen in de nog aanhangig te maken bodemprocedure strekkende tot wijziging van de zorgregeling;

Meer subsidiair

III. althans een zodanige beslissing neemt die de voorzieningenrechter in goede justitie oordelend redelijk en juist acht.

Ter toelichting op haar vorderingen stelt de vrouw, samengevat, dat zij vanaf juni 2023 toenemende zorgen heeft over [minderjarige]. [minderjarige] uitte naar de vrouw het volgende:

– als de man bezoek heeft moet zij in haar slaapkamer blijven en mag zij daar

niet uitkomen;

– zij wil niet bij de vrouw zijn;

– tegen de buren van de man zegt zij dat zij van de man boos tegen de vrouw moet doen;

– de blauwe plekken op haar armen zijn ontstaan toen de man boos op haar werd.

De school van [minderjarige] heeft op 2 juni 2023 zorgen gemeld nadat [minderjarige] heeft verteld dat de man haar heeft geslagen en dat hij dit vaker doet. Sindsdien is [organisatie] betrokken om samen met partijen een integraal plan te maken en een passend hulpaanbod te doen.

Ondanks de totstandkoming van een ouderschapsplan bleven de zorgen bestaan. De vrouw is de zorgen met de man en [organisatie] blijven delen. [organisatie] adviseert Solo Parallel Ouderschap. Onlangs is [jeugdorganisatie] benaderd voor het inzetten van hulpverlening maar [jeugdorganisatie] weigert dit vanwege de taalbarrière, waardoor hulpverlening nog niet van de grond is gekomen. Op 4 februari 2025 vertelt [minderjarige] op school dat de man aan haar geslachtsdeel heeft gezeten. De vrouw heeft direct een afspraak met de huisarts gemaakt. De huisarts kreeg echter geen verduidelijking en heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. De vrouw heeft aangifte gedaan bij de politie. [organisatie] neemt geen standpunt in over de vraag van de vrouw wat zij met de huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dient te doen. Veilig Thuis heeft de vrouw geadviseerd om [minderjarige] lopende het onderzoek bij zich te houden en stelt dat de man heeft aangegeven hierin te berusten. De man verscheen in de week van 10 maart 2025 echter onaangekondigd op school om [minderjarige] te zien. Zij reageerde paniekerig. De school heeft aangegeven dat zij de vader niet kunnen verbieden om op school te verschijnen zolang er geen rechterlijke uitspraak ligt. De buren van de man hebben bij de vrouw kenbaar gemaakt dat zij een zorgmelding hebben gedaan bij Veilig Thuis omdat zij [minderjarige] vaak en veel horen huilen. Op 17 maart 2025 heeft de vrouw via haar advocaat aan de man te kennen gegeven dat zij de contactregeling voor nu zal schorsen omdat de veiligheid van [minderjarige] in het geding is. De man stemt hiermee niet in, reden waarom de vrouw geen andere mogelijkheid meer ziet dan zich tot de voorzieningenrechter te wenden. De vrouw realiseert zich dat zij niet zomaar een geldende regeling kan stopzetten maar zij is ervan overtuigd dat de contactregeling tussen de man en [minderjarige] op dit moment schadelijk is voor [minderjarige].

De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de man dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. de vrouw in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, althans haar deze vorderingen ontzegt dan wel de vorderingen afwijst als zijnde ongegrond dan wel onbewezen;

Subsidiair

I. bepaalt dat de opschorting van de co-ouderschapsregeling geldt voor de duur

van één maand vanaf datum vonnis in kort geding, dan wel voor de duur zoals

door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen;

II. bepaalt dat de man en [minderjarige] gedurende de opschorting van de co-

ouderschapsregeling gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

– iedere week op woensdagmiddag na school tot en met 18.00 uur;

– iedere zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;

– iedere zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur,

dan wel gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar zoals door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen;

III. een raadsonderzoek gelast.

Ter onderbouwing van zijn verweer en vorderingen voert de man samengevat aan dat partijen in maart 2024 een in onderling overleg opgesteld ouderschapsplan hebben ondertekend. De man ontkent alle beschuldigingen die de vrouw over hem uit en hij kan zich niet vinden in de door haar gesignaleerde zorgen vanaf juni 2023. Partijen woonden op dat moment nog samen en de vrouw was altijd thuis. Ruim een half jaar nadat partijen uitvoering hebben gegeven aan de co-ouderschapsregeling komt de vrouw met haar zorgen. Betrokken instanties hebben eerder geen redenen gezien om een co-ouderschap af te raden. De vrouw heeft in de afgelopen jaren richting de man gedreigd om hem weg te zetten als een ‘abuser’ en [minderjarige] mee te nemen naar Portugal. Dit is schadelijk voor [minderjarige]. De vrouw gaat er van uit dat de man een nieuwe partner heeft, wat hij betwist. De vrouw valt de man in het openbaar en bij zijn huis verbaal aan, in het bijzijn van [minderjarige]. Zij maakt foto’s van de man en stuurt hem vervelende berichten. Ook heeft de vrouw de man fysiek aangevallen. Hiervan heeft hij aangifte gedaan. De gastouder heeft haar zorgen geuit over een telefoongesprek van de vrouw met [minderjarige]. De berichten van de vrouw aan de man worden sinds eind januari 2025 steeds zorgwekkender, waarbij zij duidelijk maakt dat zij hem niet meer in haar en [minderjarige]’s leven wenst. Volgens de man beïnvloedt de vrouw [minderjarige] en doet [minderjarige] daarom zorgelijke uitspraken over de man. De man ontkent het seksueel misbruik nadrukkelijk. Het doet hem pijn dat hij [minderjarige] al enkele weken niet heeft gezien. Veilig Thuis stelt dat hij gerechtigd is tot telefonisch contact met [minderjarige] iedere zaterdag om 10:00 uur totdat de situatie onderzocht is. De vrouw laat dit telefonisch contact echter niet toe. Zij laat het van [minderjarige] afhangen of zij het contact wenst. De man wordt op deze manier buitenspel gezet en uit het leven van [minderjarige] gehouden. De man voelt zich radeloos en maakt zich zorgen over [minderjarige]. Dat Veilig Thuis de situatie wil onderzoeken is begrijpelijk maar de focus lijkt nu enkel te liggen op de situatie dat de man [minderjarige] mogelijk misbruikt zou hebben zonder oog te hebben voor andere scenario’s. Voorkomen moet worden dat de man verstoten wordt. De man ontkent de aantijgingen en stelt op een veilige en gezonde wijze uitvoering te kunnen geven aan de co-ouderschapsregeling. Het primaire verzoek van de vrouw dient daarom te worden afgewezen. Subsidiair wenst de man dat er een termijn van een maand wordt gekoppeld aan de opschorting van de co-ouderschapsregeling en dat in deze periode een voorlopige onbegeleide dan wel begeleide zorgregeling tussen de man en [minderjarige] zal gelden. Er moet op korte termijn duidelijkheid komen. De man vindt de situatie dusdanig zorgelijk dat de Raad een onderzoek dient te verrichten.

4De beoordeling

Samenhang

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en de vorderingen in reconventie, worden deze vorderingen gezamenlijk behandeld.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De voorzieningenrechter constateert dat de vrouw de Portugese nationaliteit heeft en de man en [minderjarige] de Spaanse nationaliteit hebben. Dit brengt met zich mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de voorzieningenrechter moet beoordelen of hem in deze zaak rechtsmacht toekomt. Na dit ambtshalve te hebben onderzocht, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland gelegen is. Gelet op dit laatste feit is Nederlands recht op de vorderingen van toepassing.

Het verloop van de zitting

De voorzieningenrechter heeft bij aanvang van de zitting de aanwezigen voorgehouden dat hij op basis van de stukken vaststelt dat partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. Het is niet duidelijk wat precies de situatie is. Zolang zaken nog niet vaststaan, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet raadzaam om het contact tussen de man en [minderjarige] volledig te schorsen. Een vorm van veilig contact is van belang om te voorkomen dat de band van de man met [minderjarige] volledig verloren gaat. In een later stadium kan verder gesproken worden over welke vorm van ouderschap passend en in het belang van [minderjarige] is.

Daaropvolgend heeft de voorzieningenrechter uitgebreid gesproken met partijen en hun advocaten en de vertegenwoordiger van de Raad. Door en namens de vrouw zijn de vorderingen in conventie toegelicht en van de zijde van de man is het verweer en de vorderingen in reconventie toegelicht. De voorzieningenrechter heeft een regievoerende rol aangenomen waarbij partijen desgevraagd hun standpunten naar voren hebben gebracht over de partnerrelatie, het verband van hun relatiegeschiedenis met de ouderrelatie en het co-ouderschap. De voorzieningenrechter heeft met partijen en hun advocaten gesproken over de mogelijkheid van begeleid contact tussen de man en [minderjarige]. De vertegenwoordiger van de Raad heeft het advies van Veilig Thuis toegelicht, de visie van de Raad verwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Op grond van hetgeen is besproken en met inachtneming van de visie van de Raad heeft de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak voor korte tijd geschorst. Daarbij is partijen en hun advocaten de gelegenheid geboden te overleggen over de tijdens de zitting besproken mogelijkheid om een traject van begeleide contacten tussen de man en [minderjarige] aan te gaan, daar waar mogelijk te begeleiden door mevrouw [naam] van [gezinsbegeleiding].

Na hervatting van de behandeling heeft de advocaat van de man namens beide partijen te kennen gegeven dat zij instemmen met de tijdens de zitting besproken route, waarbij vanuit de rechtbank contact zal worden gelegd met mevrouw [naam] van [gezinsbegeleiding] en met [organisatie] voor het inzetten van een traject van begeleide contacten tussen de man en [minderjarige]. Daarnaast zijn partijen het erover eens dat een nog aanhangig te maken bodemprocedure voor afdoening zal worden verwezen naar de wijkrechtspraak [woonplaats] . Partijen hebben hier mee ingestemd. De advocaat van de vrouw heeft daarbij aangegeven dat zij het initiatief zal nemen tot het indienen van een bodemprocedure.

De voorzieningenrechter heeft daarop bevestigd dat vanuit de rechtbank contact zal worden gelegd met mevrouw [naam] en [organisatie] voor verwijzing van partijen voor genoemd traject. Wanneer hierin belangrijke ontwikkelingen plaatsvinden zal dit vanuit de rechtbank worden teruggekoppeld met beide advocaten.

De overwegingen

Na afloop van de zitting is er vanuit de rechtbank telefonisch contact gelegd met mevrouw [naam]. Desgevraagd heeft zij aangegeven dat zij bereid is om de begeleiding van de contacten tussen de man en [minderjarige] op zich te kunnen en willen nemen en dat zij voor die contacten naar [woonplaats] kan afreizen, als daarvoor een contract met de gemeente/[organisatie] tot stand kan komen. Hiervoor is daarna telefonisch overleg geweest met een coördinator van [organisatie] . De coördinator kan achter een traject van contactbegeleiding staan. Er is inmiddels een aanmelding gedaan bij Crossroads voor het inzetten van het traject MST-Can. Binnen dit traject kan ook contactbegeleiding worden ingezet. Crossroads heeft te kennen gegeven dat een aanmeldgesprek met de ouders noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of het traject MST-Can passend is voor het gezin. Dit aanmeldgesprek is gepland op 1 mei 2025. De in deze alinea vermelde informatie is gedeeld in een beeldbelgesprek vanuit de rechtbank met beide advocaten. Zij hebben namens partijen ingestemd met het geven van een vonnis in de onderhavige procedure op na te melden wijze.

Met inachtneming van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er een vorm van begeleid contact tussen de man en [minderjarige] dient te worden opgestart, onder regie van [organisatie] . Partijen zijn daarover al in gesprek met [organisatie] . De voorzieningenrechter heeft een voorkeur voor het specifiek invullen van de begeleide contacten in die zin, dat [minderjarige] bij de man thuis begeleid contact zal hebben, zodat ook in de thuissituatie van de man kan worden bekeken hoe de verhouding tussen de man en [minderjarige] is en hoe zich dat verder kan ontwikkelen. Mevrouw [naam] van [gezinsbegeleiding] heeft zich bereid verklaard de contacten tussen de man en [minderjarige] bij de man thuis te begeleiden. De voorzieningenrechter kan zich ook neerleggen bij een soortgelijk begeleidingstraject die via [organisatie] georganiseerd zal worden op de wijze die [organisatie] , volgend op de gesprekken met partijen, passend zal achten.

Tijdens de zitting hebben de advocaten namens partijen te kennen gegeven dat zij een (door de advocaat van de vrouw te starten) bodemprocedure voor afdoening binnen wijkrechtspraak [woonplaats] aanhangig zullen maken. In het contact vanuit de rechtbank met de coördinator van [organisatie] is van geen bezwaar gebleken tegen de voorgenomen afdoening binnen wijkrechtspraak [woonplaats] . Gelet op het feit dat partijen al bekend zijn bij [organisatie] en er een procedure in gang is gezet tot het inzetten van een traject MST-Can, zullen de in de wijkrechtspraak gebruikelijke keukentafelgesprekken en wellicht ook een multidisciplinair overleg (MDO) nog niet hoeven plaats te vinden. Dat is dan ter beoordeling aan [organisatie] .

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie en in reconventie

bepaalt dat de man en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig recht hebben op begeleid contact met elkaar, onder regie van [organisatie] en met inachtneming van hetgeen is overwogen in 4.7.;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025 in tegenwoordigheid van Dekkers, griffier.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.